Bezweren
Bezweren, bespreken of belezen is letterlijk een bovennatuurlijke macht uitoefenen door iets voor te lezen, vaak uit een heilig geschrift, of door het lezen van bezweringsspreuken, waardoor boze geesten verdreven worden. Zeer vaak wordt voor een bezwering een geestelijke geroepen.
Voorbeelden [bewerken]
Zo kent men het volgende middeleeuwse gedicht met een bezwering van de 'pape' in de Clute van Nu noch:
Ic wil u belesen ende besweren Ende manen bi al dat u mach deren, Bi nachtrudders ende bi avondtroncken, Die achter den hove de belle cloncken, Bi cocketoysen, bi neckers, bi maren, Die bi nachte duer de locht varen Ende bi den drollen int weerweghen, Bi catten, die te dansen pleghen Tswomsdaechs, ende bi varende vrauwen, Dat ghi secht, up goeder trauwen, Wat u letten mach of ghebreken.
In dit gedicht moet de man er toe komen om te vertellen wat hem scheelt. Het volksgeloof wilde dat hij van een boze geest is bezeten, en alle denkbare boze geesten worden bezworen.
Er waren ook een groot aantal besprekingen tegen ziekten. Zo bestond er de bloedzegen, om bloed te stelpen en er was een bespreking tegen de denkbeeldige hartworm, tegen de tandworm en tegen de vingerworm (fijt). Wratten geneest men door er over te wrijven en in stilte te zeggen:
Ik hoop dat deze bezoeking over de Rode Zee zal trekken.
Tegen allerhande kwalen kende men ook de variant:
In de naam des Heren Zo waar als Farao over de Rode Zee ging En ze vergingen alle, Zo waar vergaat ook dit In Gods naam.
Een bezweringsspreuk uit Edam luidde:
Dit arm of poot Is verrukt of verstoot 't Zal niet verrotten of verzweren, In de naam des Heren.
Daarnaast bestonden er besprekingen tegen hagel, brand, adders en dieven. Er waren eveneens besprekingen tegen brandwonden.[1]
Belezer [bewerken]
Belezers zijn zieners die kennis van het verborgene hadden. Een bekend belezer was Berend Laarveld, Kieke Berend genoemd. Hij was een veurkieker.[2]
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|