Bosmeester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bosmeester
Opgerolde bosmeester.
Opgerolde bosmeester.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Viperidae (Adders)
Onderfamilie: Crotalinae (Groefkopadders)
Geslacht: Lachesis
Soort
Lachesis muta
Linnaeus, 1766
Afbeeldingen Bosmeester op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bosmeester op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De bosmeester[1] (Lachesis muta) is een slang uit de familie adders (Viperidae), onderfamilie groefkopadders (Crotalinae). De wetenschappelijke naam werd lange tijd gespeld als Lachesis mutus, zodat deze opduikt in de literatuur.[2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De maximale lengte is 3,7 meter maar de meeste exemplaren blijven daar ver onder, veel dieren zijn tussen de 2 en 3 meter. Hiermee is het de langste groefkopadder ter wereld en op twee na de langste gifslang. Het lichaam heeft een lichtbruine basiskleur, met ruit-vormige bruine vlekken op de rug; de ruiten eindigen in een dorsale streep over de flanken. Er zijn enige kleurvariaties en de slang is ook wel te herkennen aan de zeer ruwe, bijna regelmatig wrattige schubben. De kop is enigszins afgeplat en ei-vormig, en heeft geen uitsteeksels. De staart eindigt in een verharde punt

Oorspronkelijk werd deze terrestrische slang beschreven als Crotalus mutus, wat 'stomme ratelslang' betekent. De slang is namelijk sterk verwant aan de ratelslangen (Crotalus) maar heeft geen ratelorgaan aan de staart.[1]

Voortplanting[bewerken]

Het legsel bestaat uit 8 tot 15 eieren, hetgeen ongewoon is voor een adder. De eieren worden door de moeder bewaakt, totdat ze uitkomen.

Giftigheid[bewerken]

De bosmeester is zo giftig dat een mens na een beet zonder medische hulp kan sterven. Een geïrriteerde bosmeester waarschuwt de verstoorder door met de staartpunt tegen de bodem te tappen, net als een ratelslang. De gifslang jaagt 's nachts en komt nooit in dichte populaties voor, dus de kans op een treffen is niet zo groot als bij de meeste adders. Ook herten en andere grote zoogdieren die bij verstoring gebeten worden, overleven dit vaak niet. Omdat deze soort veelal in dunbevolkte diepe oerwouden leeft in de afwezigheid van steden, zijn de weinige beten die worden toegebracht altijd zeer ernstig.

De slangen hebben zogenaamd hemotoxisch gif dat het bloed van gewervelden aantast, hierdoor ontstaan inwendige bloedingen en orgaanschade. De slang spuit het gif met grote kracht in en door de lange giftanden van de slang wordt het gif diep geïnjecteerd, wat de effectiviteit sterk bevordert. Ook de wetenschappelijke naam refereert aan de giftige beet en verwijst naar een van de drie schikgodinnen uit de Griekse mythologie. Lachesis was de godin die bepaalde hoe lang men nog te leven had.[1]

Verspreiding en habitat[bewerken]

De bosmeester leeft in de Amazone-streek in Zuid-Amerika, in Peru, Colombia, Brazilië, Suriname, Panama, Ecuador, Trinidad, Costa Rica en Nicaragua, in oerwouden. Op het menu staan voornamelijk knaagdieren, de bosmeester is geen klimmer en loert verscholen tussen de bladeren op de bodem op prooidieren, meestal bij een boomstronk.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. a b c Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 573 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Lachesis muta

Bronnen

  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven de dieren deel VI :Reptielen - Pagina 573 - Kindler Verlag AG - 1971 - ISBN 90 274 8626 3
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Lachesis muta - Website Geconsulteerd 12 oktober 2012
  • (en) Immidiate First Aid for bites by Bushmaster (Lachesis muta muta) - Website
  • (en) C.M.Shorter - Bushmaster (Lachesis muta muta) - The Largest Pit Viper - Website
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).