Buidelmees

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buidelmees
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2013)
Remiz pendulinus (Marek Szczepanek).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Remizidae (Buidelmezen)
Geslacht: Remiz
Soort
Remiz pendulinus
(Linnaeus, 1758)
Nest van buidelmezen in Polen
Nest van buidelmezen in Polen
Afbeeldingen Buidelmees op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Buidelmees op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De buidelmees (Remiz pendulinus) is een zangvogel. Hoewel zijn naam anders doet vermoeden, behoort de buidelmees niet tot de echte mezen (Paridae), maar tot een aparte familie van de buidelmezen (Remizidae).

Kenmerken[bewerken]

De rug is gedeeltelijk roodbruin, terwijl de onderzijde vaalwit is. De kop is lichtgrijs met een opvallend zwart gezichtsmasker. De poten zijn zwart. De snavel is dun en spits. De lichaamslengte bedraagt 11 cm.

Leefwijze[bewerken]

De vogel houdt zich op in loofbossen en struikgewas in de buurt van rivieren, plassen en meren, met een voorkeur voor bomen met lange afhangende takken zoals wilg en berk. Men kan de vogel, als men geluk heeft, behendig door de struiken en langs boomstammen zien buitelen. Zijn voedsel bestaat uit insecten, larven en eitjes.

Een foeragerende buidelmees

Voortplanting[bewerken]

De buidelmees dankt zijn naam aan het soort nest dat hij bouwt. Het nest heeft namelijk veel weg van een buidel en heeft aan de zijkant een buisvormige ingang. Het bevindt zich vaak aan een tak boven het water. Het nest van de buidelmees bevat vijf tot acht eieren die gedurende twee weken bebroed moeten worden. Na drie weken vliegen de jongen uit.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voornamelijk voor in Zuidoost-Azië tot aan Japan toe in rietwouden en struiken langs rivieren en telt 4 ondersoorten:

  • R. p. pendulinus: van Europa tot het Oeralgebergte, de Kaukasus en westelijk Turkije.
  • R. p. menzbieri: van zuidelijk en oostelijk Turkije en Syrië tot Armenië en noordwestelijk Iran.
  • R. p. caspius: zuidwestelijk Rusland en noordwestelijk Kazachstan.
  • R. p. jaxarticus: van het oostelijk Oeralgebergte tot westelijk Siberië en noordelijk Kazachstan.

Status in Nederland en Vlaanderen[bewerken]

In 1962 werd in Nederland voor het eerst een nest van deze vogel gevonden in de Biesbosch. Pas drie jaar later volgde een echte zichtwaarneming. Daarna bleek de vogel te broeden op diverse locaties in Friesland, Noordwest Overijssel, Flevoland en het rivierengebied. De populatie bereikte in de periode 1991-1993 zijn hoogtepunt met rond de 225 paar.[2] Volgens SOVON daalde daarna het aantal broedparen in snel tempo.[3] De buidelmees is in 2004 niet op de Nederlandse rode lijst gezet. Deze zangvogel staat wèl op de Vlaamse rode lijst als zeldzaam. De buidelmees staat als niet bedreigd op de internationale rode lijst van de IUCN.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Buidelmees op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bijlsma, R.G., F. Hustings & C.J. Camphuysen, 2001. Avifauna van Nederland 2. ISBN 90-74345-21-2
  3. SOVON Buidelmees: Verspreiding en aantalsontwikkeling in Nederland
  • De grote dierenencyclopedie, (1993) Zuidnederlandse Uitgeverij N.V., Aartselaar, België. ISBN 90-243-5204-5.
Externe links