Colchicum
| Colchicum | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Colchicum autumnale, Herfsttijloos |
|||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||
| Colchicum L. (1753) |
|||||||||||||||
| Vruchtdoos van Colchicum autumnale in de lente | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
Colchicum of Herfsttijlozen is een geslacht van vaste planten uit de familie Colchicaceae, dat een honderdtal soorten omvat.[1]
De naam Colchicum is afgeleid van Colchis, de streek waar de mythologische gifmengster Medea woonde. Het grootste aantal soorten treft men in de Balkan en in Anatolië aan.
Inhoud |
[bewerken] Kenmerken
Herfsttijlozen zijn knolgewassen.
De bloemen van meeste soorten hebben een lange bloembuis. De bloemen hebben drie stijlen en zes meeldraden en onderscheiden zich op deze wijze van die van de krokus.
Zoals gezongen wordt in het Franse liedje Colchiques dans les prés, c'est la fin de l'été, bloeien de meeste soorten in de herfst, maar de bladeren en vruchten komen pas in het voorjaar tevoorschijn (Filium ante patrem).
Enkele soorten echter, zoals Colchicum bulbocodium Ker Gawl. uit de westelijke Alpen, Colchicum hungaricum Janka uit de Balkan en Colchicum luteum Baker uit Centraal-Azië (de enige soort met gele bloemen), bloeien aan het einde van de winter tussen reeds ontwikkelde bladeren.
[bewerken] Nomenclatuur
Om een soort met zekerheid te identificeren moet men veelal zowel bloemen als bladeren nauwkeurig bestuderen. Daar de bloemen en de bladeren van de meeste soorten op verschillende tijdstippen verschijnen, is de nomenclatuur van het geslacht Colchicum enorm confuus.
Voorbeelden:
- De bloemen van Colchicum autumnale, Colchicum lusitanum en Colchicum neapolitanum, die in herfst verschijnen, zijn zeer gelijkend. Daarentegen zijn de bladeren, die in de lente verschijnen, verschillend.
- De bladeren van Colchicum cilicium en Colchicum speciosum, die in de lente verschijnen, zijn zeer gelijkend. Daarentegen zijn de bloemen, die in de herfst verschijnen, verschillend.
Zo hebben vele soorten van verschillende auteurs twee of drie verschillende namen gekregen en andersom hebben verschillende auteurs dezelfde naam aan verschillende soorten gegeven.
Daarbij hebben fylogenische werken (Vinnersten & Reeves) aangetoond dat de soorten met volledig vrijstaande tepalen, die tot kort geleden in de geslachten Merendera geklasseerd werden – met volledig vrijstaande stijlen (ongeveer 15 soorten) – en Bulbocodium – stijlen alleen op hun bovenste deel vrijstaand (2 soorten), in het geslacht Colchicum geïntegreerd moeten worden.[2]
Recentere werken suggereren dat ook het geslacht Androcymbium in het geslacht Colchicum geïntegreerd zou moeten worden.[3]
Androcymbium is een mediterraan en Afrikaans geslacht dat ongeveer 40 soorten omvat.
Twee ervan treft men in Europa aan:
- Androcymbium europaeum (Lange) K. Richt. (Spanje)
- Androcymbium rechingeri Greuter (Kreta)
[bewerken] Soorten met een bloembuis
[bewerken] Europese soorten
- Colchicum alpinum DC. – de Alpentijloos, een miniatuursoort uit de westelijke Alpen, Corsica en Italië.
- Colchicum autumnale L. (synoniem: Colchicum multiflorum Brot.) – de herfsttijloos, verspreid in Centraal- en West-Europa. De exemplaren met grotere bloemen uit Oost-Europa worden Colchicum pannonicum Griseb. & Schenk genoemd.
- Colchicum bivonae Guss., een mediterrane soort met grote bloemen.
- Colchicum corsicum Baker, een endemische soort uit Corsica, nauw verwant aan Colchicum alpinum.
- Colchicum cupanii Guss., een mediterrane soort met kleine bloemen die tussen de jonge bladeren verschijnen.
- Colchicum hungaricum Janka, een miniatuursoort uit de Balkan die in de lente bloeit.
- Colchicum lusitanum Brot. (synoniem: Colchicum tenorii Parl.), een soort uit Italië en het Iberische schiereiland, die op Colchicum autumnale lijkt.
- Colchicum neapolitanum (Ten.) Ten., een mediterrane soort die op Colchicum autumnale lijkt en die men onder andere in de Provence aantreft.
- Colchicum parnassicum Sart., Orph. & Heldr. ex Boiss., een endemische soort uit de bergen van Griekenland.
- Colchicum variegatum L., een miniatuursoort uit Griekenland en Turkije met stervormige tepalenkrans, die een fijn dambordmotief vertoont – een beetje zoals bij de kievitsbloem (Fritillaria meleagris).
[bewerken] Soorten uit Klein-Azië
- Colchicum baytopiorum C. Brickell, een miniatuursoort waarvan de bloemen tussen de jonge bladeren verschijnen.
- Colchicum cilicicum Dammer, een lichtgeurende, bloemrijke soort.
- Colchicum speciosum Steven, een variabele soort met grote bloemen die goed weerbestendig zijn.
- var. bornmuelleri (Freyn) Bergmans (synoniem: Colchicum bornmuelleri Freyn) heeft grote bekervormige bloemen met brede witte keel en smaragdgroene bloembuis. De meeldraden zijn bruinachtig (geel bij C. speciosum).
- Colchicum giganteum S. Arn. is een variant ervan met zeer grote bloemen.
[bewerken] Soorten met vrijstaande tepalen
[bewerken] Lentebloeiers
- Colchicum bulbocodium Ker Gawl. – synoniem: Bulbocodium vernum L., Colchicum vernum (L.) Stef.: Westelijke Alpen en Karpaten. De wolbol, die aan het einde van de winter tussen de jonge bladeren bloeit. Lijkt op een krokus.
- subsp. versicolor (Ker Gawl.) K. Perss. – synoniem: Bulbocodium versicolor (Ker Gawl.) Spreng., Colchicum versicolor Ker Gawl.: Uit Oost-Europa, met kleinere bloem.
- Colchicum androcymbioideum (Valdés) K. Perss. – synoniem: Merendera androcymbioides Valdés: een endemische soort uit Zuid-Spanje (Torre del campo).
- Colchicum soboliferum (Fisch. et C.A. Mey.) Stef. – synoniem: Merendera sobolifera C.A. Mey.: Balkan en Klein-Azië. De nieuwe knollen verschijnen aan het einde van uitlopers, vandaar de soortnaam.
- Colchicum trigynum (Adams) Stearn – synoniem: Merendera trigyna (Steven ex Adams) Stapf, Merendera caucasica M. Bieb.: Balkan en Klein-Azië.
- Colchicum kurdicum Stef. – synoniem: Merendera kurdica Bornm.: Klein-Azië.
- Colchicum robustum (Bunge) Stef. – synoniem: Merendera persica Boiss., Merendera hissarica Regel: Klein- en Centraal-Azië.
[bewerken] Herfstbloeiers
- Colchicum montanum L. – synoniem: Merendera montana Lange, Merendera pyrenaica (Pourr.) P. Fourn.: Centrale Pyreneeën en Iberisch schiereiland. De gootvormige bladeren verschijnen aan het eind van de bloei.
- Colchicum atticum Spruner ex Tommas – synoniem: Merendera attica (Spruner ex Tomm.) Boiss. & Spruner, Merendera rhodopaea Velen.: endemisch uit Bulgarije en Griekenland.
- Colchicum filifolium (Cambess.) Stef. – synoniem: Merendera filifolia Cambess.: Middellandse Zeegebied met haarfijne bladeren; zeer zeldzaam en beschermd in Frankrijk: kuststeek van de Bouches-du-Rhône.
[bewerken] Foto's van andere soorten
[bewerken] Cultivars en hybriden
[bewerken] Cultivars
- Er zijn cultivars van Colchicum autumnale met dubbele bloemen ('Pleniflorum'), witte enkele bloemen ('Album'), witte dubbele bloemen ('Albumplenum') en wijnrode bloemen ('Atropurpureum').
- Colchicum speciosum 'Album' is een selectie met witte tulpvormige bloemen met een smaragdgroene bloembuis.
[bewerken] Hybriden
- Colchicum ×agrippinum hort. ex Baker is een oude tuinhybride, vermoedelijk een kruising Colchicum autumnale × Colchicum variegatum. C. agrippinum heeft helderder gekleurde bloemen met een minder uitgesproken dambordmotief dan C. variegatum. C. agrippinum bloeit vroeger en is beter winterhard dan C. variegatum.
- Colchicum ×byzantinum Ker Gawl. (synoniem: Colchicum autumnale 'Major'), een steriel bloeirijk taxon, is vermoedelijk een kruising Colchicum autumnale × Colchicum cilicicum, dat sinds de 17e eeuw bekend is. 'Album' is een selectie met witte bloemen met een vleugje roze.
- Andere, grootbloemige hybriden, zoals 'Lilac Wonder' en 'Giant', komen voort uit kruisingen van voornamelijk Colchicum bivonae Guss. en Colchicum speciosum Steven.
- 'Waterlily' heeft dubbele bloemen die op die van een miniatuurwaterlelie lijken. Deze hybride werd in het begin van de 20e eeuw verkregen door Colchicum speciosum 'Album' te bestuiven met Colchicum autumnale 'Alboplenum'.[4]
[bewerken] Referenties
[bewerken] Speciale referenties
- ↑ Kew Garden World Checklist (26 juli 2010)
- ↑ A. Vinnersten & G. Reeves. Phylogenetic relationships within Colchicaceae. Amer. J. Bot. 90:1455-1462, 2003
- ↑ J. Manning, F. Forest, A. Vinnersten. The genus Colchicum L. redefined to include Androcymbium Willd. based on molecular evidence. Taxon, 56 (3): 872-882, 2007 – ISSN: 00400262
- ↑ Royal Horticultural Society: Parentage of Colchicum 'Waterlily'
[bewerken] Algemene referenties
- Paul Schauenberg, Les plantes bulbeuses, Delachaux & Nestlié, 1964
- Royal Botanic Gardens, Kew World – Checklist Series: Merendera.
- L. Jellito & W. Schacht, Hardy Herbaceous perennials, Volume I, Timber Press, 1995 – ISBN 0-88192-159-9
- John E Bryan, Bulbs (revised edition), Timber press, 2002 – ISBN 0881925292
- Réginald Hulhoven, Bollen die de herfst tot bloei brengen, De Tuinen van Eden, 17: 88-95, 2002
| Zie de categorie Colchicaceae van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |