Curium(III)oxide
| Curium(III)oxide | ||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||
| Roosterstructuur van curium(III)oxide
██ Cm3+ ██ O2− |
||||
| Algemeen | ||||
| Molecuulformule (uitleg) |
Cm2O3 | |||
| IUPAC-naam | curium(III)oxide | |||
| Andere namen | curiumsesquioxide | |||
| Molmassa | 541,985 g/mol | |||
| CAS-nummer | 12371-27-6 | |||
| Fysische eigenschappen | ||||
| Aggregatietoestand | vast | |||
| Smeltpunt | 2270 ± 25 °C | |||
| Geometrie en kristalstructuur | ||||
| Kristalstructuur | hexagonaal | |||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||
|
||||
Curium(III)oxide is een anorganische verbinding van curium, met als brutoformule Cm2O3. De stof komt voor als een kleurloze tot lichtbruine vaste stof. Curium(III)oxide is radioactief.
Synthese [bewerken]
Curium(III)oxide kan bereid worden door thermolyse van curium(IV)oxide in vacuüm en bij 600°C:[1]
Een alternatieve methode is de reductie van curium(IV)oxide met waterstofgas bij een temperatuur tussen 700 en 1055°C:[2]
Kristalstructuur [bewerken]
Curium(III)oxide komt voor als 3 kristalvormen. De α-vorm kristalliseert uit in een hexagonale structuur en behoort tot ruimtegroep P3m1. De parameters van de hexagonale eenheidscel zijn:
- a = 380 pm
- c = 599 pm
Bij hogere temperatuur (meer dan 800°C) treedt overgang naar de monokliene structuur (de β-vorm) op. De parameters van de monokliene eenheidscel zijn:[2]
- a = 1428,2 pm
- b = 365,2 pm
- c = 890,0 pm
- β = 100,31 ± 0,05°
Daarnaast is ook een γ-oxide bekent, dat een kubische kristalstructuur bezit (met als lengte van de eenheidscel a = 1100 pm). Het behoort tot ruimtegroep Ia3.[3]
Toepassingen [bewerken]
Curium(III)oxide wordt hoofdzakelijk gebruikt bij de synthese van andere curiumverbindingen, meestal door reactie met zuren. Zo levert de reactie met waterstofchloride bij 400–600°C curium(III)chloride:
Bronnen, noten en/of referenties
|


