Danse macabre (Saint-Saëns)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Danse macabre
Componist Camille Saint-Saëns
Soort compositie symfonisch gedicht
Gecomponeerd voor piccolo, 2 dwarsfluiten, 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 fagotten, 4 hoorns, 2 trompetten, 3 trombones, een tuba, pauken, slagwerk, een harp en strijkers
Toonsoort g mineur
Opusnummer 40
Compositiedatum 1874
Première 24 januari 1875
Duur ca. 7 minuten
Oeuvre Oeuvre van Camille Saint-Saëns
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek
Fragment van 37 seconden uit la Danse Macabre van Camille Saint-Saëns.

De Danse macabre is een symfonisch gedicht van de Franse componist Camille Saint-Saëns, (1835-1921). Het werk ging op 24 januari 1875 in première onder Édouard Colonne. Voorloper van het orkestwerk was een lied met pianobegeleiding uit 1872.

De muziek[bewerken]

Het muziekstuk is gebaseerd op het gelijknamige, hieronder in het Nederlands vertaalde, gedicht van Henri Cazalis (1840-1909). 'Danse Macabre' staat voor dodendans. Opvallend in deze compositie is met name het gebruik van de xylofoon, een instrument dat de indruk wekt alsof de muziek wordt uitgevoerd op menselijke schedels.

De compositie opent met twaalf middernachtelijke klokslagen, gespeeld op een harp. De opmaat door cello's en contrabassen introduceren de Dood die de gestorvenen uit hun graven wekt. De dood opent zijn vioolpartituur met een melodie in een verminderde kwint, ook wel duivelsinterval genoemd (G-D-A-Es in plaats van de reguliere vioolstemming G-D-A-E).

Via een thematische opbouw van strijkinstrumenten bereikt het stuk zijn majestuoso: in de verbeelding komen meer en meer doden uit hun graven en beginnen met elkaar te dansen. De arme man danst met de rijke vrouw, de dood kent geen verschillen. Steeds voller en heftiger klinkt de melodie, alsof de skeletten door de wind worden opgejaagd, in het besef dat ze voor zonsopkomst teruggekeerd moeten zijn in hun graven.

Wanneer uiteindelijk de haan kraait, gespeeld op een hobo, is de dans abrupt voorbij en horen we de grafstenen weer dichtvallen. De dood blijft als laatste achter, zittend op een grafzerk, en speelt op zijn viool een afscheidsmelodie.

De Dodendans[bewerken]

Heen en weer, de Dood is in beweging
Raakt een graf met zijn hiel,
De Dood speelt te middernacht een dansdeuntje,
Heen en weer op zijn viool.

De winterwind fluister en somber is de nacht
het gejammer betovert de lindebomen;
De witte skeletten schijnen dwars door de schaduw heen
De luchtstroom danst onder hun grote lijkwaden,

Heen en weer, iedereen is in de weer,
Je hoort het kloppen van de botten van de dansers,
een wulps stel zit op het mos
alsof ze genieten van voorbije genoegens.

Heen en weer, de dood gaat voort
Krassend op zijn schelle instrument.
Een gordijn schuift opzij: de danseres is naakt!
Haar danspartner omhelst haar liefdevol.

De dame is, zegt men, markiezin of barones.
En de groene minnaar een arme wagenmaker -
Jakkes! Zie hoe zij zich overgeeft
Alsof de lomperd een baron was!

Heen en heen, wat een sarabande!
Cirkels van doden geven elkaar een hand!
Heen en heen, in de bende zie je
De koning huppelen bij een boer!

Maar ssst! Plotseling stopt de rondedans,
Ze haasten, ze vluchten, de haan heeft gekraaid
O, de prachtige nacht voor de arme zielen!
En leve de dood en de gelijkheid!

Trivia[bewerken]

  • In het Spookslot in de Efteling is rondom dit symfonisch gedicht een complete show gebouwd.
  • In de film Shrek the Third wordt het muziekstuk Danse macabre ook gebruikt, namelijk in één van de laatste scènes, tijdens het toneelstuk van Prince Charming.
  • Dance macabre wordt gebruikt in de openingstune voor de Britse televisieserie Jonathan Creek
  • In de film Hugo worden flarden uit het stuk gebruikt.
  • In de in 2012 geopende watershow Aquanura in de Efteling wordt de show afgesloten met een fragment van Danse Macabre

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Documentariaat De Efteling