Koning Djer is de derde Egyptische farao van de 1e dynastie. Hij wordt in geschriften door Manetho Atoti genoemd. Op de Abydos tabel wordt hij ook wel Iti genoemd. Zijn moeder was koningin Khenthap volgens de Caïrosche Annalensteen.[1] Djer wordt beschouwd als zoon van Hor-Aha, en Djet als zijn zoon.[2] Gemalinnen waren Nakhtneith, mogelijk ook Penebui en Seshemetka.
Over het leven van deze koning zijn vrijwel geen details bekend, anders dan de verklaring van Manetho dat hij 57 jaar regeerde. Volgens de chronologie van het werk van Jürgen von Beckerath: Chronologie des pharaonischen Ägypten, regeerde hij slechts circa 2 jaar (3000-2999 v.Chr.). Waarschijnlijk is hij op jonge leeftijd aangesteld als koning, waarbij het eigenlijke bestuur in handen was van zijn grootmoeder Neith-hotep.
Djer besteedde veel tijd aan de vereniging van Opper- en Neder-Egypte, omdat de twee volkeren moeilijk met elkaar konden samenwerken. Tijdens zijn regering hield hij zich bezig met de uitbouw van steden als Boeto en Dep, haalde hij hout uit Libanon, en bouwde hij een paleis. Tijdens zijn koningschap verloor hij twee koninginnen.
Net zoals zijn voorganger Hor-Aha, werd hij begraven in de heilige plaats Abydos. In de buurt van zijn graf ligt een ander graf, dat waarschijnlijk toebehoorde aan zijn echtgenote Herneith, grootmoeder van de latere koning Den. Zijn graf werd later gezien als het graf van Osiris en werd een pelgrimsoord in het Nieuwe rijk.
- een veldtocht naar de plaats Sechat (de Sinai of zuid-Palestina)
- investeringen in de steden Boeto en Dep
Bewijzen / documenten [bewerken]
- ↑ Dodson & Hilton, (2004): p. 48
- ↑ Tyldesley (2006): p. 29
- Dodson, Aidan & Hilton, Dyan, (2004): The Complete Royal Families of Ancient Egypt, Thames & Hudson, ISBN 0-500-05128-3
- Grajetzki, Wolfram, (2005): Ancient Egyptian Queens - A Hieroglyphic Dictionary, Golden House Publications, Londen, ISBN 0-9547218-9-6
- J. Tyldesley (2006): Chronicle of the Queens of Egypt, Londen, Thames & Hudson
- Wilkinson, Toby (1999): Early Dynastic Egypt, Routledge, Londen, ISBN 0415260116