Donsvlinders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Donsvlinders
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Erebidae (Spinneruilen)
Onderfamilie
Lymantriinae
Hampson, 1893
Afbeeldingen Donsvlinders op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Donsvlinders op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De donsvlinders of borstelrupsvlinders (Lymantriinae) zijn een onderfamilie van de familie van de spinneruilen (Erebidae), met ongeveer 2500 bekende soorten in alle delen van de wereld.

De subfamilie (Lymantriinae) bestaat uit 5 tribussen: Arctornithini, Leucomini, Lymantriini, Nygmiini) en Orgyiini[1]

In 2005 is voorgesteld om de families donsvlinders en beervlinders tot onderfamilies van de spinneruilen (Erebidae) te maken, samen met een deel van de uilen, om het probleem op de lossen dat de uilen geen monofyletische groep waren.[2] Nadat aanvankelijk ook een samenvoeging bij de uilen in beeld was, kan de indeling bij de Erebidae inmiddels op brede steun rekenen onder taxonomen.

Kenmerken[bewerken]

De volwassen exemplaren van deze familie zijn klein tot middelgroot en eten niet meer. Ze hebben gewoonlijk schutkleuren als bruin en grijs, hoewel sommigen wit zijn. De naam donsvlinders geeft al aan dat ze erg harig zijn. Ook de larven zijn sterk behaard. Bij enkele soorten zoals de witvlakvlinder (Orgya antiqua) zijn de vleugels van de vrouwelijke vlinders sterk gereduceerd, deze soorten vliegen niet meer. De vleugelspanwijdte varieert van 2 tot 6 cm.

Verdediging[bewerken]

Van veel soorten breken de haren gemakkelijk af, wat een zeer irritant gevoel op de huid geeft (brandharen). Deze uiterst effectieve verdediging behoudt de mot gedurende het gehele leven: de haren worden in de pop opgenomen vanwaar ze door het volwassen vrouwtje verzameld en opgeslagen worden aan de top van de buik. Ze worden dan gebruikt voor de camouflage en bescherming van de eitjes. Bij de rupsen zijn de haren gebundeld in penseelvormige plukjes op de rug, zijkant en achterzijde.

Voortplanting[bewerken]

Het verpoppen gebeurt vaak in een spinsel waarin een hele kolonie is ondergebracht. Ook komen er soorten voor waarbij de vlinders wel in aparte cocons verpoppen, maar deze cocons in kolonies voorkomen. Vanuit hun kolonies gaan de jonge larven soms op voedseljacht, maar keren hier dan ook weer terug. De eieren worden in klompjes op de bast van de waardplant gelegd.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze familie komt wereldwijd voor op loofbomen, naaldbomen en struiken.

Soorten[bewerken]

Soorten zijn o.a.:

Bronnen, noten en/of referenties
  • Vlindernet
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).
  • Lafontaine, J.D.; Fibiger, M. 2006: Revised higher classification of the Noctuoidea (Lepidoptera). Canadian entomologist, 138: 610-635. Abstract: abstract
  • Lafontaine, J.D.; Schmidt, B.C. 2010: Annotated check list of the Noctuoidea (Insecta, Lepidoptera) of North America north of Mexico. Full article: ZooKeys, 40: 1-239. DOI:10.3897/zookeys.40.414
  • Lafontaine, J.D. & B.C. Schmidt, 2013: Comments on differences in classification of the superfamily Noctuoidea (Insecta, Lepidoptera) between Eurasia and North America. Zookeys 264: 209-207. Abstract and full article: DOI:10.3897/zookeys.264.4441.
  1. Lafontaine, J.D. & Fibiger, M., 2006: Revised higher classification of the Noctuoidea (Lepidoptera). Canadian entomologist, 138: 610-635. Abstract: abstract
  2. Fibiger, M.; Lafontaine, J.D. 2005: A review of the higher classification of the Noctuoidea (Lepidoptera) with special reference to the Holarctic fauna. Esperiana, 11: 7-92.