Duit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een VOC-duit (1735)

Een duit was een Nederlandse koperen munt van geringe waarde die vooral gebruikt werd in de 17e en 18e eeuw. De duit is afgeschaft met de decimalisatie van het Nederlandse geldsysteem aan het begin van de 19e eeuw.

Acht duiten waren een stuiver waard, dus gingen er 20 maal 8 = 160 duiten in één gulden. Bij de duiten voor de VOC gingen er echter maar 4 in de stuiver, hetgeen smokkel in de hand werkte. Om smokkel door zeelui te voorkomen, werd voor de VOC een aparte duit geslagen met VOC-monogram, zodat de Nederlandse en Indische duit te onderscheiden waren. In Nederlands-Indië werd de duit pas in 1854 afgeschaft als officieel betaalmiddel.

De naam van het geldstuk werd nog lang bewaard in het vierduitstuk oftewel de plak, zo genoemd omdat het het grootste bronzen geldstuk van zijn tijd was en die een halve stuiver of 2½ cent waard was. Het spreekwoord 'een duit in het zakje doen' betekent ergens over meepraten, een aanklacht verzwaren of een eigen bijdrage leveren.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen