Stuiver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stuiver uit 1980, muntzijde, muntmeesterteken Haan met ster
Stuiver uit 1980, Juliana, kopzijde.

Een stuiver is een voormalig Nederlands muntstuk met een waarde van 1/20 gulden. Deze waardeverhouding bestaat sinds de invoering van de Carolusgulden en de stuiver door Keizer Karel V in 1521. De oudste bekende vermelding van de stuiver als muntstuk dateert echter van 1404[1]. Etymologisch lijkt het woord dan ook van de vorm (afgeknot stuk) afgeleid. Het muntstuk van 5 eurocent wordt in Nederland momenteel ook wel een stuiver genoemd.

Inhoud

[bewerken] Nederland

De stuiver was oorspronkelijk onderverdeeld in 8 duiten. Na de invoering van het decimale stelsel in Nederland aan het begin van de 19e eeuw werd de stuiver officieel vervangen door een muntje met een waarde-opdruk van 5 cent. In de volksmond bleef dit muntje de naam stuiver dragen.

Toen men onder koning Willem III munten van hogere kwaliteit zilver ging slaan, werd de stuiver zeer klein: ongeveer een millimeter kleiner dan een dubbeltje en veel platter. Het gehalte lag toen op 640/1000 en onder Willem I 569/1000. Doordat de munten van hoogwaardig zilver meer onderhevig waren aan slijtage, werden deze zilveren stuivers zo kwetsbaar, dat men begin twintigste eeuw besloot stuivers in nikkel te gaan slaan. Deze bleken in de praktijk te veel op kwartjes te lijken, waardoor voor dit type stuivers de naam 'avondkwartje' ontstond. De uiteindelijke oplossing bestond uit een vierkante stuiver met afgeronde hoeken, zonder wapen of kop, maar met een bloem op de voorzijde. Ook de zinken stuivers tijdens de Duitse bezetting waren vierkant.

Na de Tweede Wereldoorlog, vanaf 1948, werden stuivers in brons gemunt en waren ze weer rond. Alleen voor de Nederlandse Antillen werden er nog tot het einde van de twintigste eeuw vierkante stuivers geslagen.

Stuivers werden in meerdere Europese landen gemunt en gebruikt, zoals in Duitsland. Ook in Engeland kende men een "stiver".

Het muntstuk van 5 eurocent wordt in Nederland soms ook stuiver genoemd. Niet alleen is de waardeaanduiding (5 cent) gelijk, ook komen de vorm en dikte nagenoeg overeen. De samenstelling verschilt echter; de stuiver gemaakt van 95% koper, 4% tin en 1% zink terwijl het muntstuk van 5 eurocent gemaakt is van staal met een laagje koper.

[bewerken] Nederlandse Antillen

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kregen de Nederlandse Antillen hun eigen munteenheid. In 1948 werd hun 'eerste' stuiver geslagen. Tot op heden wordt deze munt aangemunt.

[bewerken] Aruba

Toen Aruba in 1986 een status aparte kreeg, kreeg Aruba ook zijn eigen munteenheid, genaamd: de Arubaanse florin. De kleinste munt is de stuiver. Hij wordt voor het eerst geslagen in 1986. Het portret van de munt is nog niet gewijzigd.

[bewerken] Suriname

In Suriname werd in 1962 de Surinaamse gulden ingevoerd. Opmerkelijk is dat deze munt vierkant is. In 1988 wordt hij voor het laatst geslagen. En in 2004 wordt de gulden vervangen door de Surinaamse dollar.

[bewerken] Nederlands-Indië

Deze munt was in Nederlands-Indië niet zo populair. Hij is twee fases verschenen. De eerste was van 1854-1855. (Toen heette de munt 1/20 gulden.) De tweede fase was van 1913-1922. In totaal zijn er maar vijf jaren geweest waarin de munt geslagen werd.

[bewerken] Uitdrukkingen

Een groot aantal Nederlandse uitdrukkingen verwijst naar de stuiver. Enkele voorbeelden zijn:

  • Een mooie stuiver - een aanzienlijk bedrag.
  • Een stuivertje gespaard is een stuivertje gewonnen - alle beetjes helpen.
  • Dat is een stuivertje op zijn kant - het is erg onzeker hoe het zal aflopen.[2]
  • Dat is geen stuiver meer waard - het is helemaal niets meer waard.
  • Voor een 'grijpstuiver' werken - voor een zeer klein bedrag arbeid verrichten.
  • Een stuiver kan raar rollen - hoe iets precies afloopt kun je nooit weten.
  • Stuivertje wisselen - van plaats wisselen met iets of iemand (afgeleid van het gelijknamige kinderspel).

[bewerken] Zie ook


Referenties
  1. Het Meertens instituut schrijft: "[A]l in 1404 is stuversbroet ‘een brood van een stuiver’ aangetroffen. Hedendaagse etymologen leggen daarom een verband met het Duitse Stüber, dat oorspronkelijk ‘afgeknot stuk’ betekende.", zie

    Meertens instituut

  2. Deze uitdrukking is vooral bekend in de variant met een dubbeltje. Echter, ook de stuivers-variant van de uitdrukking wordt - in dezelfde betekenis - gehanteerd, zie onder andere Meertens instituut
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen