Vierduitstuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vierduitstuk of halve stuiver of plak was lang het Nederlandse geldstuk dat, op de cent en de halve cent na, de minste waarde had, namelijk 2½ cent. De naam 'vierduitstuk' geeft de historische waarde van de munt weer: een duit was een achtste stuiver waard. Ook het groot, een nog veel oudere munt, had dezelfde waarde; af en toe werd het vierduitstuk ook zo genoemd.

'Kop'zijde Nederlandse 2 1/2 cent, 1941.

Nederland[bewerken]

Het werd plak genoemd omdat het lang het grootste bronzen geldstuk was. De duit dateert uit de tijd voordat in Nederland het decimale geldsysteem werd ingevoerd in 1816. In 1877 kwam de munt terug met als opschrift 2 1/2 cent. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de munt ook wel een 'zinkstuk' genoemd omdat de bezetter het uit dit goedkopere metaal liet vervaardigen.

Muntzijde Nederlandse 2 1/2 cent, 1941.

Tot 1948 was de munt in Nederland een wettig betaalmiddel.

Nederlandse Antillen[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen de Nederlandse Antillen hun eigen munteenheid. In 1944 werd hun eerste 2 1/2 cent geslagen. In 1985 werd daarvan de laatste geslagen.

Nederlands-Indië[bewerken]

De 2 1/2 cent was de grootste munt van Nederlands-Indië. Hij verscheen voor het eerst in 1856 onder koning Willem III der Nederlanden. Hij verdween met de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949

Zie ook[bewerken]