Dwerggors
| Dwerggors IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() |
|||||||||||||
| Tekening van een Dwerggors | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Emberiza pusilla Pallas, 1776 |
|||||||||||||
| Afbeeldingen Dwerggors op |
|||||||||||||
| Dwerggors op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De Dwerggors (Emberiza pusilla) is een als dwaalgast in West-europa voorkomend lid van de gorzenfamilie. De soort broedt in de Euraziatische Taiga, van Finland oostwaarts tot in Siberië. De soort overwintert in het noorden van India, zuidoost China en het noorden van Zuidoost-Azië.
Kenmerken[bewerken]
De Dwerggors meet van het puntje van de snavel tot het uiteinde van de staart 13,5 centimeter en weegt gedurende het broedseizoen tussen de 12 en de 16 gram. De soort lijkt op de Rietgors maar is kleiner en heeft kastanjekleurige wangen en petje.
De roep lijkt op het getik van een roodborst; de zang is gevarieerd, rinkelend en bevat herhalingen.
Habitat[bewerken]
De soort geeft in haar broedgebied de voorkeur aan moerassige toendra met verspreide boompjes. Ze broedt op de grond onder een struik. Het nest bestaat uit een kommetje van mos en gras, gevoerd met fijner materiaal zoals haar. Het legsel bestaat uit 4 of 5 bleekblauwe of -groene donkerder gevlekte eitjes die 19 millimeter groot zijn. In gunstige jaren, of als het eerste broedsel verloren gaat kan er een tweede broedsel voorkomen. De jongen worden in elf of twaalf dagen door het vrouwtje uitgebroed, en blijven 6 tot 8 dagen, en soms nog langer in het nest. Ze worden door beide ouders verzorgd.
Externe links[bewerken]
- SoortenBank.nl beschrijving, afbeeldingen en geluid
- Foto van een op Schiermonnikoog geringde Dwerggors.
- Kaarten met waarnemingen op waarneming.nl: Nederland, België en wereldwijd
| Bronnen, noten en/of referenties |
