Eesten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een tot woonhuis omgebouwd Eesthuis in Kent

Eesten is een onderdeel van het moutingsproces, waarbij groenmout, meestal ontstaan uit gerst, bij hogere temperatuur worden gedroogd. Het werkwoord eesten is afgeleid van het zelfstandig naamwoord eest, dat droogoven aanduidt. Ook een droogvloer wordt eest of ast genoemd.

Omdat het groenmout door zijn hoog vochtgehalte gevoelig is voor schimmels kan het vochtgehalte via eesten tot 5 % worden teruggebracht waardoor het groenmout voor later gebruik kan worden bewaard. Eesten stopt het kiemproces van het groenmout.

Het eesten gebeurt in een mouttoren waarbij het groenmout wordt opengespreid op een geperforeerde eestvloer. Rook, afkomstig van een eesthaard, wordt onder de eestvloer via een rookkanaal verspreid. Bij ongeveer 55°C wordt het groenmout gedurende 12 uur gedroogd.

Rookkanaal onder de eestvloer (8 maart 2006)
Eestvloer in de mouttoren van het Nationaal Jenevermuseum Hasselt (8 maart 2006)

Ast[bewerken]

Het gebouw waar deze handeling wordt uitgevoerd wordt een ast genoemd naar de term ast van de droogvloer. Men kan deze bewoording in vele plaatselijke geografische omschrijvingen terug vinden.

Cultuur[bewerken]

  • De novelle "Het leven en den dood in den ast" uit 1926 van Stijn Streuvels beschrijft de zware arbeid in de Cichorei-eest.