Nationaal Jenevermuseum Hasselt
Het Nationaal Jenevermuseum Hasselt is een Hasselts museum waar alle facetten van het jeneverstoken belicht worden.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Het oorspronkelijke gebouw gelegen aan de Hasseltse Witte Nonnenstraat nabij het vroegere begijnhof, was een kloosterhoeve van de zusters Franciscanessen-penitenten. Nadat de Fransen eind 18e eeuw de aangeslagen eigendommen van de zusters verkochten aan de familie Bamps werd het gebouw in 1803 omgevormd tot een stokerij. Nadien werden de families Stellingwerff (zie Adam Stellingwerff) en Theunissen de opeenvolgende eigenaars. Na het overlijden van de weduwe Theunissen viel de activiteit stil in 1971 en raakte de site in verval. In deze periode kwam er aandacht voor het vervallen industrieel erfgoed. Onder meer door acties van industrieel archeoloog Adriaan Linters en historicus Roland Wissels, die zelf een ambachtelijke stokerij bezat, werd in 1975 het gebouw bij Koninklijk Besluit beschermd. Daarna ging het snel: aankoop door de stad in 1979, aanvang restauratie in 1983 en tenslotte de opening als museum in 1987.
Een tweede leven als museum [bewerken]
Het museum stelt zich tot doel alle facetten te belichten die te maken hebben met de Belgische jenever. Vandaar het epitethon 'Nationaal' Via de in 1981 aangekochte stookinstallatie kan het productieproces worden getoond. In het proeflokaal kan de bezoeker, naast de huisgestookte jenever, van meer dan 140 andere Belgische jenevers van een vijftigtal fabrikanten proeven. Men beperkt zich tot het aanbieden van de boven de 35 graden gestookte graanjenever. Ook randfenomenen zoals accijnswetgeving en alcoholisme krijgen aandacht.
Er grijpen onder impuls van de huidige (2008) conservator Davy Jacobs, regelmatig thematische tentoonstellingen plaats rond het verschijnsel "jenever". Daarbuiten organiseert men workshops en educatieve rondleidingen voor scholen. Voor de jeugd wordt niet alleen over alcohol gesproken maar men verruimt het verhaal naar het herkennen van geuren en smaken. Immers jongeren worden opgevoed met een toenemende verzoeting van de eet- en drinkcultuur. Ook daarom verkoopt men er geen fruit- en crèmejenevers.
Er komen jaarlijks een 50 000 bezoekers over de vloer (2008). De jaarlijkse Hasseltse jeneverfeesten verklaren deels het succes.
Het museum bestaat uit:
- een binnenkoer
- een ossenstal - de ossen kregen het stookafval als voedsel
- een mouttoren
- een kiemzolder
- een molenzaal
- een stookzaal
- een bottelarij
- een accijnslokaal
- een schuur
- een woonhuis
Na een bezoek aan het museum kan men een glaasje jenever proeven in het proeflokaal.
Actualiteit [bewerken]
In 2008 was het museum een van de locaties waar opnames werden gemaakt voor de televisieserie De Smaak van De Keyser. In 2009 loopt er een tentoonstelling The making of in het museum over de realisatie van de serie. De cast en de crew geven dan uitleg hoe de serie tot stand kwam en hoe zij zich inleefden in de plot. Voor de serie werden vele stukken uit de collectie uitgeleend zoals het materiaal voor het labo van Helena, de stempels van de accijnsbeambte en de ketels van de sluikstoker George. De museumstaf stelde haar kennis ter beschikking van de makers van de serie en corrigeerde waar nodig het scenario op technische onnauwkeurigheden.
Wetenswaardig [bewerken]
Louis Willems, een Hasselaar die het immuniteitsprincipe ontdekte via het onderzoek van door longziekte besmette runderen, was de zoon van een jeneverstoker. Hij wordt permanent herdacht met een standbeeld opgesteld naast het jenevermuseum.
Een gelijkaardig museum bestaat in het Nederlandse Schiedam: De Gekroonde Brandersketel