Esther Ofarim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eshter Ofarim in 1966

Esther Ofarim, geboren als Esther Zaied, (Safed, 13 juni 1941) is een Israëlische zangeres, die met haar man Abi Ofarim het zangduo Esther & Abi Ofarim vormde.

In 1959 leerde ze haar man kennen. Ze zongen zowel Hebreeuwse als Engelse liedjes.

In 1960 had ze een rol in de film Exodus waar Paul Newman de hoofdrol kreeg. Een jaar later won ze een liedjeswedstrijd in Tel Aviv.

In 1963 vertegenwoordigde ze Zwitserland op het Eurovisiesongfestival met het lied T'en va pas. Ofarim kende geen Frans maar zong zich toch naar een tweede plaats met het lied, de Zwitsers zien 1963 nog steeds als het jaar van hun gestolen overwinning. De Noorse juryleden herriepen hun punten en zeiden dat er een fout was gemaakt. Zwitserland was zijn eerste plaats kwijt en buurland Denemarken won op dubieuze wijze dankzij de Noorse jury. Ofarim nam het lied op in verschillende talen waaronder het Italiaans, Non andar.

Op 5 mei 1964 werd ze bekend in Nederland, nadat ze de rol van zeemeermin vertolkte in de show "Robinson Crusoë" in de kursaal te Scheveningen, met Rudi Carrell in de hoofdrol.

In 1966 had het duo hun eerste hit in Duitsland met Noch einen Tanz, een jaar later hadden ze daar hun grootste succes met Morning of my Life dat geschreven werd door de Bee Gees. Met Cinderella Rockefella hadden ze hun internationale doorbraak in 1968. Ze speelden concerten in Londen en New York en in 1969 toerden ze door de wereld. Door zowel zakelijke als persoonlijke problemen eindigde het huwelijk in 1970.

Esther ging solo verder met concerten en albums. In 1984 zong ze in het theaterstuk Ghetto in Berlijn dat een succes werd.

Tegenwoordig geeft ze enkele concerten per jaar, voornamelijk in Duitsland en Israël.

Externe links[bewerken]