Fenotypische plasticiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Fenotypische plasticiteit is de mogelijkheid van een organisme om zijn fenotype te veranderen in respons op milieuvariabelen.[1] In sommige gevallen heeft deze plasticiteit dramatische morfologische verschillen tot gevolg en in andere gevallen is er sprake van een continue reactienorm. De reactienorm beschrijft de relatie tussen de fenotypische verschijningsvorm en een spreiding in milieuvariabelen. Het beschrijft de mogelijke fenotypische verschijningsvormen die een bepaald genotype kan produceren. De verandering is permanent. En duidelijk voorbeeld is het landkaartje (Araschnia levana), een vlinder met een duidelijke lente en zomer fenotype. Elk genotype kan een lente of zomer fenotype worden maar alleen als een genotype in diapauze gaat ontstaat er een lentevorm.

De mate van fenotypische plasticiteit die een organisme vertoont als reactie op de milieuvariabelen kan verschillen tussen individuelen en families. Hierdoor kan fenotypische plasticiteit evolueren. Door selectiedrukken kan de reactienorm veranderen om adaptief te zijn.[2] Langdurige gerichte selectie in verschillende milieus heeft een grotere plasticiteit tot gevolg.[3]

In het algemeen is fenotypische plasticiteit meer belangrijk bij immobiele organismen zoals planten. De reden hiervoor is immobiele organismen niet kunnen verhuizen op zoek naar een geschiktere omgeving en ze zich moeten aanpassen aan de omstandigheden waarin ze staan.[4] Voorbeelden hiervan zijn het alloceren van extra energie naar wortels in grond die weinig nutrienten bevat.[5]

In epidemiologie circuleert er nu een theorie wat hartaanvallen en diabetes type II bij mensen in geïndustrialiseerde omgevingen veroorzaakt wordt door een verkeerde expressie van een metabolisch fenotype tijdens de ontwikkeling. Dit staat bekend als de 'thrifty phenotype' hypothese.[6]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Price TD, Qvarnström A, Irwin DE (July 2003). The role of phenotypic plasticity in driving genetic evolution. 'Proc. Biol. Sci.' 270 (1523): 1433–40 . PMID:12965006. DOI:10.1098/rspb.2003.2372.
  2. De Jong G (April 2005). Evolution of phenotypic plasticity: patterns of plasticity and the emergence of ecotypes. New Phytol. 166 (1): 101–117 . PMID:15760355. DOI:10.1111/j.1469-8137.2005.01322.x.
  3. Garland T,Jr Kelly SA (2006). Phenotypic plasticity and experimental evolution. Journal of Experimental Biology 2096: 2234-2261 .
  4. http://arjournals.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.es.17.110186.003315 Annual Review of Ecology and Systematics Vol. 17:667-693 (Volume publication date November 1986) [doi:10.1146/annurev.es.17.110186.003315]
  5. Sultan SE (December 2000). Phenotypic plasticity for plant development, function and life history. 'Trends Plant Sci.' 5 (12): 537–542 . PMID:11120476. DOI:10.1016/S1360-1385(00)01797-0.
  6. http://bmb.oxfordjournals.org/cgi/content/abstract/60/1/5 British Medical Bulletin 60:5-20 (2001) The thrifty phenotype hypothesis and David J P Barker