Fixatie (zorg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slingerhes (met staartstuk), in dit geval voor fixatie op bed

Onder fixatie of vrijheidsbeperkende maatregelen wordt binnen verschillende werkvelden in zorg en welzijn, in het bijzonder in de psychiatrie, het op enigerlei wijze beperken van iemands bewegingsmogelijkheden verstaan.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste vormen van fixatie werden toegepast in de dolhuizen. Naast het simpelweg opsluiten van patiënten, werd gebruikgemaakt van ijzeren dwangmiddelen zoals ijzeren beugels om iemand aan een bank of muur te bevestigen. Op een dwangstoel werden de benen vastgebonden, terwijl de armen zo werden vastgemaakt dat ze naar achteren konden worden getrokken. Wie beet kreeg een ijzeren beugel in de mond.

In de negentiende eeuw werden onder invloed van de industrialisatie verschillende "machines" ontworpen om krankzinnigen te fixeren. In Nederland kwam in 1841 de "krankzinnigenwet" tot stand. Dit zorgde voor een verbetering van de zorg: ijzeren dwangmiddelen werden vervangen door leren dwangbuizen en riemen.

Begin twintigste eeuw werd in de psychiatrie fixatie op verschillende manieren toegepast:

  1. separatie (vaak voor lange tijd): bij zeer agressieve patiënten
  2. gebruik van zeer zware slaapmiddelen of opiaten, met als nadeel de kans op verslaving
  3. spanzeil: gelegen op een bed werd een spanzeil gespannen over de patiënt zodat alleen zijn hoofd nog zichtbaar was. Het zeil werd onder het bed vastgemaakt.
  4. dwangjack: jacks met doorlopende mouwen of met mouwen die men op de rug kon binden.
  5. droge of natte wikkeling: het gehele lichaam werd in droge of natte doeken gewikkeld. Daaromheen ging een hoes wat met touwtjes op de rug werd vastgebonden.

Vormen van fixatie[bewerken]

Men kan iemand beperken door iemand vast te houden of neer te drukken (fysiek ingrijpen). Voor langdurige of een steeds herhaalde fixatie is het mogelijk om een verscheidenheid van fixatiematerialen te gebruiken:

  1. smeerpakken of armkokers
  2. een Zweedse band of onrustband (buikband)
  3. polsbanden en enkelbanden
  4. Zweedse hessen voor het fixeren op een bed
  5. het gebruik van bedhekken om te voorkomen dat patiënt uit bed valt
  6. tafelblad voor rolstoel
  7. elektronisch waarschuwingssysteem

Redenen voor het gebruik van deze materialen kunnen veelvuldig zijn. In het algemeen kan dit gedaan worden als een patiënt een gevaar vormt voor anderen of voor zichzelf. Zoals:

Volgens de Wet Bopz moet het gebruik van deze maatregelen geregistreerd staan in het zorg- of behandelplan van de cliënt. Wel bestaan er regels om ook in noodgevallen zonder eerdere registratie de materialen te gebruiken.

Negatieve gevolgen[bewerken]

Het gebruik van fixatie kan de volgende negatieve effecten tot gevolg hebben:

  1. Lichamelijk: immobiliteit, demineralisatie van het bot, diepe trombose, embolie, oedeem, verminderde circulatie, verminderde ademhalingscapaciteit, verminderde conditie, verminderde spiermassa, verlies van balans, contracturen, decubitus, incontinentie van urine en ontlasting, constipatie
  2. Geestelijk: Angst, afweer, vernedering, onbehaaglijk gevoel, desoriëntatie, afwijkend gedrag, verminderd zelfbeeld, verwardheid, agressie, depressie, toename onrust, sociaal isolement

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties