François-Édouard Picot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
François-Edouard Picot, ca.1865

François-Édouard Picot (Parijs, 10 oktober 1786 - Parijs, 15 maart 1868) was een Frans kunstschilder.

Biografie[bewerken]

Cybèle beschermt Stabiae, Herculanum, Pompéi en Résina tegen Vesuvius, privé-collectie

François-Édouard Picot was de zoon van François-André Picot, brodeur in dienst van Napoleon Bonaparte. Hij genoot een kunstzinnige opleiding en bracht zijn jeugd door te midden van kunstenaars die voor Napoleon werkten. Op veertienjarige leeftijd trad hij toe tot het atelier van Léonor Mérimée, secretaris van de Académie des Beaux-Arts en kreeg hij les van François-André Vincent. Verder kreeg hij les van Ingres. Hij won in 1811 een tweede prijs in het concours om de Prix de Rome. In 1813 won hij de eerste prijs ging studeren aan de Villa Medici. Zijn eerste bekende werk is uit 1813, Rencontre d'Énée et de Vénus près de Carthage, tegenwoordig te zien in het Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

François-Édouard Picot schilderde in 1817 het doek Amor y Psyche, waarmee hij een gouden medaille won en dat aangekocht werd door de hertog van Orléans. In 1824 stelde hij opnieuw tentoon op de Parijse salon, met onder andere Raphael et la Fornarine. Hij ontving hierna een onderscheiding van het Légion d'honneur.

Hij schilderde twee plafonds van zalen in het Louvre, destijds het musée Charles X, waarvan één in het Egyptisch museum voorstellend l’Etude et le Genie. Voor Lodewijk Filips I van Frankrijk schilderde hij verschillende doeken voor het paleis van Versailles, waaronder de Inname van Calais (1838).

Hij schilderde vele religieuze voorstellingen in opdracht van kerken zoals de Dood van Saffira voor de Saint-Sulpice, Genoveva van Parijs doet haar kuisheidsgelofte voor de Saint-Merri, voor de Sainte-Clotilde, de Saint-Denis-du-Saint-Sacrement, de Saint-Vincent-de-Paul waarbij hij samenwerkt met Jean-Hippolyte Flandrin en Pierre-Nicolas Brisset. Hij schilderde een voorstelling van de Heilige Maagd voor de Notre-Dame-de-Lorette voor de gelijknamige kapel, die contrasteert met de meer traditionele religieuze voorstellingen van Jacques Louis David in dezelfde kerk. Buiten Parijs werkt hij voor de kathedraal van Lyon en voor de kathedraal Saint-Louis de la Rochelle.

In 1836 werd hij toegelaten als lid van de Académie des Beaux-Arts.

Leerlingen[bewerken]

Galerij[bewerken]