Frits van Gendt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schouwburg, Koningsplein, Arnhem, gevel. 1864-1865 (afgebroken 1935).
H.P. Vogel & F.W. van Gendt. Stadsschouwburg, Groningen, plattegrond. Afkomstig uit De Opmerker, 3e jaargang, nummer 16 (18 april 1868).

Ir. Frederik Willem (Frits) van Gendt (1831 - Den Haag, 6 december 1900) was een Nederlands architect en stedenbouwkundige. Hij is vooral bekend van zijn functie als Ingenieur der Domeinen bij de ontmanteling van vestingen. Tussen 1868 en 1900 heeft hij in die betrekking plannen gemaakt voor de ontmanteling van stadswallen in verschillende middelgrote steden.

Beknopte biografie[bewerken]

Van Gendt werd geboren als oudste zoon van de waterbouwkundige Johan Godart van Gendt sr.. Het gezin waarin hij opgroeide bestond uit vijf kinderen. De vier jongens hieruit kwamen allemaal in de bouwkundige wereld terecht. Met name zijn jongste broer Adolf Leonard (1835-1901) geniet nog altijd een grote bekendheid als architect van onder meer het Amsterdamse Concertgebouw. Naast Frits en Dolf waren er ook nog de broers Johan Godart jr. (1833-1880) en Gerlach Jan (1838-1921). De laatstgenoemde werkte als architect te Arnhem.

Tot 1858 was Van Gendt assistent-architect van de stadsarchitect van Amsterdam, Bastiaan de Greef Janszoon. Van Gendt hielp mee bij de oprichting van het genootschap Architectura et Amicitia. In 1866 richtte hij in Arnhem het tijdschrift De Opmerker op, enige tijd het blad van het genootschap. Hetzelfde jaar werd hij ook benoemd tot stadsarchitect van de gemeente Arnhem. Dat hij zijn werk als stadsarchitect niet voortzette, had te maken met een ruzie met de Arnhemse gemeenteraad. Van Gendt ging namelijk niet akkoord met het verbod, dat de raad aan hem stelde, particuliere opdrachten aan te nemen naast zijn werk als stadsarchitect,

Vanaf 1868 was Van Gendt 'Ingenieur der Domeinen voor de Ontmanteling der Vestingen'. In datzelfde jaar werden de vestingen Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Fort Bath, Coevorden en Vlissingen ter ontmanteling opgedragen. In 1869 volgden Breda en Nieuweschans, en in 1874 was het ook de beurt aan Groningen, Delfzijl, Deventer, Zutphen, Nijmegen, Elden, Grave en 's-Hertogenbosch. De ontmanteling van Vlissingen en Fort Bath droeg Van Gendt over op de hoofdopziener in de provincie Zeeland; J.J. Brandt. Tijdens de periode waarin Van Gendt ingenieur der domeinen was, had hij de latere directeur van gemeentewerken te Leeuwarden, W.C.A. Hofkamp, in dienst als leerling en medewerker.

Enkele werken[bewerken]

Zie ook[bewerken]