Gendün Gyatso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gendün Gyatso
Gendün Gyatso
Gendün Gyatso
Tibetaans དགེ་འདུན་རྒྱ་མཚོ
Wylie dge 'dun rgya mtsho
Traditioneel Chinees 根敦嘉措
Vereenvoudigd Chinees 根敦嘉措
Hanyu pinyin Gēndūn Jiācuò
Portaal  Portaalicoon   Tibet

Gendün Gyatso Pälsangpo ("Sublieme glorieuze oceaan van spirituele aspiraties") (Tanak (Ngamring, Shigatse), 31 december 1475 - Drepung, 23 mei 1541), werd postuum benoemd tot de tweede dalai lama. Hij werd als Yönten Püntsog geboren. Zijn vader was aanhanger van de nyingmapa. Volgens de legende vertelde hij zijn moeder spoedig nadat hij had leren spreken dat zijn naam Pema Dorje was, de geboortenaam van de eerste dalai lama. Toen hij vier was, vertelde hij dat hij graag in de Tashilhunpoklooster wilde wonen met zijn monniken. Hij werd op jonge leeftijd erkend als de reïncarnatie van Gendün Drub. Op voorstel van de tweede pänchen lama werd Gendün Drub op achtjarige leeftijd naar het klooster Drepung gebracht.

Gendün Gyatso was een beroemd leraar en schrijver van mystieke poëzie. Hij reisde veel en heeft in 1509 nabij Metok Tang het Chokorgyal klooster gesticht. Aan het einde van zijn leven woonde hij in het Drepung klooster waar hij de Ganden Podrang bouwde. Dit werd de vaste woonplaats voor de volgende 3 dalai lama's totdat de 5e dalai lama de Potala in Lhasa bouwde.

Gendün Gyatso verspreidde de leer van de gelugpa's over een groot gebied en was abt van de kloosters Tashilhunpo, Sera en Drepung.

Bibliografie[bewerken]

Gendün Gyatso schreef vele boeken waaronder een geschiedenis van het boeddhisme en een autobiografie.

Hieronder een paragraaf van zijn hand over praktische yoga:

Vlak onder uw navel zijn vier vuren,
ieder in één van de vier windstreken.
Zij zijn ongeveer zo groot als een vogelei.
Adem in via de neusgaten en adem (in uw verbeelding) in via het fundament.
Breng deze twee soorten samen bij de navel.
Hierdoor worden de vier vuren aangejaagd tot zij een rode gloed vertonen.
Indien zij zeer heet zijn,
vullen zij iemands lichaam met een rode vlam waardoor het mystieke vuur (Kundalini)in werking komt.
De adem van zowel boven als beneden moeten in omarming worden gehouden zolang het te verdragen is.
Wanneer dat niet langer mogelijk is.
moeten zij langzaam door de neusgaten ontsnappen.