Gevolgtrekking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gevolgtrekking is het trekken van conclusies alleen op basis van reeds bestaande kennis. Binnen de wetenschap wordt de gevolgtrekking in verschillende vakken bestudeerd:

  • De cognitieve psychologie bestudeert menselijke gevolgtrekking ofwel hoe mensen conclusies trekken.
  • De logica bestudeert de wetten van de logische gevolgtrekking.
  • De statistiek heeft formele regels ontwikkeld om conclusies te trekken uit kwantitatieve data.
  • In de kunstmatige intelligentie ontwikkelen wetenschappers geautomatiseerde besluitvormingssystemen.

Algemeen[bewerken]

Het begrip "gevolgtrekking" heeft in de logica twee onderling samenhangende betekenissen.

  • Een gevolgtrekking is ten eerste een taalconstructie, die bestaat uit een reeks uitspraken — de premissen of aannames (bijvoorbeeld wetenschappelijke hypotheses) — en een conclusie. Een dergelijke constructie noemt men ook wel een logische inductie of een argument.
  • In engere zin staat het woord "gevolgtrekking" alleen voor het tweede gedeelte van deze taalconstructie, namelijk de conclusie. In de retorica wordt met het begrip "conclusie" ook wel het afsluitende deel van de voordracht bedoeld.

In de informatica en de statistiek wordt in plaats van "gevolgtrekking" ook het woord "inferentie" gebruikt (zoals in type-inferentie), dat een rechtstreekse vertaling van het Engelse begrip "inference" is.

Historie[bewerken]

In de geschiedenis van de filosofie vind je in vele culturen al in vroege tijd theoretische beschouwingen over de gevolgtrekking.

Het medisch-diagnostische handboek dat Esagil-kin-apli in de 11e eeuw voor Christus in Mesopotamië schreef, gaat uit van een logische reeks axioma's en aannames. Dit werk bevat ook de moderne opvatting dat het door het onderzoeken van een patiënt en het kijken naar zijn symptomen mogelijk is om de ziekte te bepalen, de oorzaak en verdere ontwikkeling hiervan, en de kansen op herstel van de patiënt.

In China stichtte ene Mozi, een tijdgenoot van Confucius, een Mohistische school die zich afvroeg wat juiste gevolgtrekkingen zijn en aan welke voorwaarden correcte conclusies moeten voldoen. Eén school die uit het Mohisme voortkwam hield zich volgens geleerden toen al bezig met formele logica. Zo formuleerde de Chinese filosoof Gongsun Long (ca. 325–250 v. Chr.) de paradox "één en één kunnen niet twee worden, aangezien geen van beide twee wordt".

In de Hindoeïstische filosofie is de Nyaya een filosofische school gebaseerd op de Nyaya Soetra tekst, geschreven door Gautama "Akshapada" in de vijfde of vierde eeuw v.Chr. Deze school introduceerde de logica en meent dat juiste kennis voldoende is om bevrijding te verkrijgen. De juiste kennis kan alleen verkregen worden door waarneming, gevolgtrekking, vergelijking en getuigenis. De filosofie van deze school lijkt nog het meest op de Westerse analytische filosofie.

In de antieke westerse filosofie gaat het derde werk uit het Organon van Aristoteles, de Analytica priora, over de opbouw en structuur van redeneringen bestaande uit enige beweringen. Hierin biedt Aristoteles zijn bekendste bijdrage aan de logica, zijn theorie van de gevolgtrekking, traditioneel het syllogisme genoemd.

Zie ook[bewerken]