Gewone koningsslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewone koningsslang
IUCN-status: Niet bedreigd (2007)
Serpent roi Californie 10.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie: Colubrinae
Geslacht: Lampropeltis (Koningsslangen)
Soort
Lampropeltis getula
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De gewone koningsslang[1] of kettingslang[2] (Lampropeltis getula) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De kleur is vanwege het grote verspreidingsgebied zo variabel dat deze niet eenvoudig beschreven kan worden; er zijn drie ondersoorten die ieder de kleuren van een andere slang imiteren, waaronder de koraalslangen (Micrurus).[2] Zowel gevlekte exemplaren als exemplaren met lengtestrepen in plaats van banden komen voor, en kleuren variëren van wit tot zwart, rood, geel; de determinatie van deze soort is moeilijk. Afhankelijk van de streek waarin de slang leeft kan hij iets groter dan twee meter worden, en in gevangenschap wel 24 jaar oud worden. Vanwege het voedsel is deze soort in de praktijk niet makkelijk in leven te houden.

Leefwijze[bewerken]

Deze soort is de bekendste van de koningsslangen en heeft voor een belangrijk deel andere slangen op het menu staan. De soort eet ook giftige soorten zoals ratelslangen. Ook eigen soortgenoten worden gegeten. De koningsslang is immuun voor slangengif, terwijl de slang zelf niet giftig is, want het is een wurgende slang. Ook knaagdieren, vogels en hagedissen worden gegeten. Grotere of tegenstribbelende prooien worden eerst gewurgd. Opmerkelijk is dat de koningsslang een roofdier is, maar ook wel eens de eieren van vogels eet. De koningsslang weet daarbij dankzij het uitstekende reukvermogen feilloos de rotte en onbevruchte exemplaren te mijden. Deze soort is dagactief, meestal alleen 's ochtends en in de namiddag. Tijdens hete zomers echter wordt 's nachts gejaagd en overdag geschuild. Het is voornamelijk een bodemdier dat over de grond kruipt of in een hinderlaag ligt te wachten; slechts af en toe klimt deze slang in een struik. Tevens is het ook een goede zwemmer.

Voortplanting[bewerken]

Bij de paring kruipt het mannetje op de rug van zijn partner en bijt zich in haar nek vast. Het legsel bestaat uit 12 (maximaal 25) eieren, dat wordt afgezet in de broeiwarmte van composterend plantenmateriaal of in een ondergronds hol. De pas uitgekomen jongen hebben een lichaamslengte van 30 tot 35 cm.

Voorkomen en habitat[bewerken]

De gewone koningsslang komt voor in de Verenigde Staten en leeft in grassige biotopen met struikachtige begroeiing waar hij onder kan schuilen.

Huisdier[bewerken]

De koningsslang wordt soms gehouden als huisdier. De slang kan overleven in een droog rotsterrarium. Naast veel grond­opper­vlak (zand) moeten ze ook klimgelegen­heid hebben in de vorm van stenen, stronken en bomen/takken. Daarbij moet er goed op wor­den gelet dat deze goed vast liggen en niet kun­nen kantelen of vallen, zodat het geen schade kan berokken aan de slang. De klimmogelijkheden moeten ook een zonplaats kunnen bieden. De minimale grootte van het terrarium dat vereist is: 100 x 60 x 80 centimeter.

De terrarium moet ook worden voorzien van een grote waterbak, waarin ze zich baden. Dagelijks moet het water worden ververst. Gebruik altijd lauw water. Een keer per week kan er een vitaminepreparaat worden toegevoegd in deze waterbak. De ideale temperatuur dat de slang nodig heeft is overdag zo'n 25 - 35 °C en 's nachts 15 - 20 °C.

Er is geen vergunning nodig om deze slang te houden als huisdier of om te verkopen.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. D Hillenius ea, Spectrum Dieren Encyclopedie Deel 3, Uitgeverij Het Spectrum, 1971, Pagina 1085 ISBN 90 274 2097 1.
  2. a b Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 472 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Lampropeltis getula

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Lampropeltis getula - Website Geconsulteerd 21 oktober 2012