Gewone koningsslang
| Gewone koningsslang IUCN-status: Niet bedreigd (2007) |
|||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Lampropeltis getula (Linnaeus, 1758) |
|||||||||||||||||||
| Afbeeldingen Gewone koningsslang op |
|||||||||||||||||||
| Gewone koningsslang op |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
De gewone koningsslang[1] of kettingslang[2] (Lampropeltis getula) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae).[3]
Inhoud |
Uiterlijke kenmerken [bewerken]
De kleur is vanwege het grote verspreidingsgebied zo variabel dat deze niet eenvoudig beschreven kan worden; er zijn drie ondersoorten die ieder de kleuren van een andere slang imiteren, waaronder de koraalslangen (Micrurus).[2] Zowel gevlekte exemplaren als exemplaren met lengtestrepen in plaats van banden komen voor, en kleuren variëren van wit tot zwart, rood, geel; de determinatie van deze soort is moeilijk. Afhankelijk van de streek waarin de slang leeft kan hij iets groter dan twee meter worden, en in gevangenschap wel 24 jaar oud worden. Vanwege het voedsel is deze soort in de praktijk niet makkelijk in leven te houden.
Leefwijze [bewerken]
Deze soort is de bekendste van de koningsslangen en heeft voor een belangrijk deel andere slangen op het menu staan. De soort eet ook giftige soorten zoals ratelslangen. Ook eigen soortgenoten worden gegeten. De koningsslang is immuun voor slangengif, terwijl de slang zelf niet giftig is, want het is een wurgende slang. Ook knaagdieren, vogels en hagedissen worden gegeten. Grotere of tegenstribbelende prooien worden eerst gewurgd. Opmerkelijk is dat de koningsslang een roofdier is, maar ook wel eens de eieren van vogels eet. De koningsslang weet daarbij dankzij het uitstekende reukvermogen feilloos de rotte en onbevruchte exemplaren te mijden. Deze soort is dagactief, meestal alleen 's ochtends en in de namiddag. Tijdens hete zomers echter wordt 's nachts gejaagd en overdag geschuild. Het is voornamelijk een bodemdier dat over de grond kruipt of in een hinderlaag ligt te wachten; slechts af en toe klimt deze slang in een struik. Tevens is het ook een goede zwemmer.
Voortplanting [bewerken]
Bij de paring kruipt het mannetje op de rug van zijn partner en bijt zich in haar nek vast. Het legsel bestaat uit 12 (maximaal 25) eieren, dat wordt afgezet in de broeiwarmte van composterend plantenmateriaal of in een ondergronds hol. De pas uitgekomen jongen hebben een lichaamslengte van 30 tot 35 cm.
Voorkomen en habitat [bewerken]
De gewone koningsslang komt voor in de Verenigde Staten en leeft in grassige biotopen met struikachtige begroeiing waar hij onder kan schuilen.
Bronvermelding [bewerken]
|
Referenties
Bronnen
|