Gilles de Rais

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gillesderais1835.jpg

Gilles de Rais (kasteel Champtocé bij Angers, 1404 - Nantes, 26 oktober 1440) was een zoon van Guy de Laval en Marie de Craon, die door dit huwelijk erfgenaam was van een groot grondgebied in Bretagne en Anjou. Op zijn elfde kwam hij in het bezit van deze gebieden, na het overlijden van zijn ouders. Zijn macht en bezit worden immens vergroot door zijn huwelijk met Cathérine de Thouars: hij werd de rijkste edelman van Europa, maar kreeg daardoor ook veel jaloerse vijanden.

Biografie[bewerken]

In de Honderdjarige Oorlog koos Gilles de Rais de kant van Karel VII van Frankrijk. Hij begeleidde Jeanne d'Arc bij het ontzetten van Orléans (mei 1429). Hij werd door verschillende belangrijke personen een waardige ridder genoemd en hij werd op zijn 25ste benoemd tot maarschalk van Frankrijk.

Na 1433 nam zijn leven een andere wending. Door spilzucht en pronkerigheid verspeelde Gilles de Rais nagenoeg zijn gehele vermogen. Hij stortte zich in de alchemie, magie, en (zoals hij later onder marteling zei) exorcisme. Hiervoor nam hij de Florentijnse priester Francesco Prelati in dienst. Toen het hen maar niet wilde lukken om metaal in goud te veranderen, was Gilles de Rais gedwongen om zijn landen te verkopen. Kopers waren onder andere Jean V, Hertog van Bretagne en zijn kanselier, Bisschop Malestroit van Nantes. Binnen twee jaar had hij 40 kastelen verkocht.

Na 1432 was Gilles betrokken bij een reeks van kindermoorden. Er zouden zelfs honderden jonge jongens zijn omgebracht. Hij had een aantal helpers die hij er op uit stuurde om jongens voor hem te halen.

In september 1440 wilde hij een kasteel dat hij verkocht had weer in handen krijgen. Hij had nog maar twee kastelen in plaats van tientallen en dat was niet voldoende voor iemand van zijn stand. Hij ontvoerde en mishandelde de broer van de nieuwe eigenaar. Deze broer was echter priester en De Rais ontvoerde hem tijdens de heilige mis. Dit werd uiteraard gezien als een grote zonde. Bisschop Malestroit zag zijn kans schoon en liet Gilles de Rais dagvaarden. Ook aan de reeks moorden kwam een einde toen De Rais werd opgepakt. Het kerkelijk onderzoek bracht ook de moorden aan het licht. Tijdens zijn proces hebben de ouders van vermiste kinderen in de omgeving en Gilles eigen 'partners in crime' tegen hem getuigd.

Gilles de Rais moest zich tegenover het gerechtshof verantwoorden voor 49 wandaden waarvan hij werd beschuldigd. In eerste instantie ontkende hij naar eer en geweten ook maar iets te maken te hebben gehad met duivelse praktijken en sodomie, maar hij werd al snel gemarteld. En zo bekende Gilles de Rais schuldig te zijn aan alles waarvan hij beschuldigd werd. Op 26 oktober 1440 werd hij opgehangen en boven een brandstapel gehangen. Voordat het lijk kon verbranden werd het echter door edelen er af gehaald. Hij werd begraven, wat naar hun mening meer passend was voor een man van adel.

Schuldvraag[bewerken]

Tegenwoordig wordt er makkelijk van uitgegaan dat Gilles de Rais deze duivelse daden ook daadwerkelijk heeft begaan. Toch zien velen al sinds die tijd de hele rechtszaak als een oplichterspraktijk:[bron?] het was alom bekend dat in het geval dat Gilles de Rais beschuldigd zou worden van ketterij of zou overlijden, zijn bezittingen automatisch aan Hertog Jean van Bretagne en Bisschop Malestroit zouden toevallen. De hertog was zelfs zo zeker van de uitkomst van de rechtszaak dat hij het land dat hij van Gilles zou moeten krijgen al had verkocht op 3 september, 15 dagen voor de rechtszaak.

Op 26 oktober 1440 werd Gilles de Rais in Nantes geëxecuteerd, wegens een bekentenis die door marteling was verkregen.[bron?] Het was in die tijd niet ongebruikelijk om te bekennen, om zo van de marteling af te zijn. Wat er waar is van Gilles de Rais' bekentenissen is voor discussie vatbaar.

Inspiratiebron[bewerken]

Deze daden hebben hun sporen nagelaten in sprookjes en mythen. De kastelen waarin zogenaamd de gruweldaden zouden hebben plaatsgevonden, worden nog steeds aangewezen als de plaats waar Blauwbaard zou hebben huisgehouden. Hij is nu een inspiratiebron voor onder andere de roman De duivel en de maagd van Hubert Lampo, de novelle Gilles & Jeanne van Michel Tournier, de stripserie Tristan van Jacques Martin en Gilles!, een monoloog voor Jan Decleir uit 1989 en Gilles en de nacht een toneeltekst voor theatergezelschap De Paardenkathedraal uit 1994, beide van Hugo Claus. Ook in de roman van Joris-Karl Huysmans Là-Bas (Uit de Diepte, vertaald door Geerten Meijsing en Kees Snel) worden de gruweldaden van Gilles de Rais beschreven. Hij speelt ook een belangrijke rol in de roman Les fleurs bleues van Raymond Queneau. Ook de metal-band Cradle of Filth heeft inspiratie uit de mythen rondom de Rais geput, voor het in 2008 verschenen album Godspeed on the Devil's Thunder, de Japanse animeserie Fate/Zero gebruikt De Rais als een slechterik in hun serie.

Over Gilles de Rais[bewerken]

  • Berents, D.A., Gilles de Rais: de moordenaar en de mythe. 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1982.
  • Reliquet, Philippe, De magie van het kwaad: Gilles de Rais en de Middeleeuwen, 1404-1440. Amsterdam/Brussel: Elsevier, 1985.
  • Crowley, Aleister, The Forbidden Lecture, (How I got expelled from Oxford) On Gilles de Rais.