Goethiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Goethiet
Goethite.jpg
Mineraal
Chemische formule Fe3+O(OH)
Kleur geel tot donkerbruin
Streepkleur geelbruin
Hardheid 5 - 5,5
Gemiddelde dichtheid 3300 - 4300 kg/m3
Glans diamantglans tot mat
Opaciteit doorschijnend tot ondoorschijnend
Breuk oneffen, bros
Splijting [010] volledig
Habitus prismatisch, klein
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen hematiet, magnetiet
Radioactiviteit niet radioactief
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Het mineraal goethiet is een ijzer- en zuurstofhoudend hydroxide met de chemische formule Fe3+O.OH. Dit mineraal mag echter niet verward worden met limoniet, de onvolkomen gekristalliseerde vorm van goethiet.

Eigenschappen[bewerken]

Het heeft een hardheid van 5 tot 5,5 op de hardheidsschaal van Mohs. De dichtheid is 3,3 tot 4,3 en het mineraal is niet radioactief.

Naam[bewerken]

Het mineraal werd in 1806 geïdentificeerd en is genoemd naar de Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe die zich voor mineralogie interesseerde.

Voorkomen[bewerken]

Goethiet is een veelvoorkomend ijzererts, dat over de hele wereld voorkomt door verwering van andere ijzerhoudende mineralen als magnetiet en pyriet. In Europa komt het onder meer voor in Elzas-Lotharingen (Frankrijk), Westfalen (Duitsland) en Bohemen (Tsjechië). Het wordt ook gebruikt als kleipigment; in de grotschilderingen van Lascaux in Frankrijk is goethiet als pigment aangetroffen. Limoniet, de onvolkomen gekristalliseerde variant van goethiet, is een bestanddeel van het gesteente umber.

In 2004 werd het mineraal ook op de planeet Mars geïdentificeerd door de robot "Spirit" van de NASA. Dit kan erop wijzen dat er in het verleden water aanwezig was op Mars, want goethiet wordt enkel gevormd in aanwezigheid van water.

Goethietvezels[bewerken]

De tanden van de gewone schaalhoren, een zeeslak die langs de Europese Atlantische kust leeft, bevatten goethietvezels. Het materiaal van de tanden is daardoor misschien het sterkste dat op aarde voorkomt en in elk geval sterker dan spinrag, dat voorheen het sterkst bekende materiaal was. De grote tanden zijn net zo sterk zijn als de kleine, wat bijzonder is omdat grote structuren meestal veel fouten bevatten en daardoor makkelijker breken. Het schelpdier gebruikt zijn harde tanden om zijn voedsel los te schrapen van de harde ondergrond waarop hij leeft.[1]

Zie ook[bewerken]

Bron