Háry János-suite

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Háry János-suite
Componist Zoltán Kodály
Soort compositie Suite in zes delen
Gecomponeerd voor Orkest
Compositiedatum 1927
Première 24 oktober 1927
Duur ca 25 minuten
Oeuvre Oeuvre van Zoltán Kodály
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De opera Háry János werd in 1926 geschreven door de Hongaarse componist Zoltán Kodály (1882-1967), en is gebaseerd op een libretto van Béla Paulini en Zsolt Harsány.

Het in 1843 verschenen epos Az obsitos (De veteraan) van János Garay, diende als inspiratiebron voor dit libretto. Het gaat hier om een oud-soldaat, die na zijn diensttijd in het Oostenrijks/Hongaarse leger, aan het begin van de 19e eeuw, in de herberg opsnijdt over zijn fictieve heldendaden tijdens een napoleontische oorlog.

De geschiedenis van Háry János, de uitgediende huzaar, is in Hongarije een bekend sprookjesachtig volksverhaal, afkomstig uit de plaats Simontornya.

Geheel passend in het streven van Kodály, die de bijna verloren gegane Hongaarse volksmuziek probeerde vast te leggen, en daardoor ook zeer goed kende, wilde hij het volksverhaal op een muzikale manier zien te behouden. Bij de muzikale omzetting van dit verhaal, beperkte de componist zich tot vier avonturen van de held Háry János. Volgens Kodály vertelt Háry János in zijn verhalen eigenlijk geen leugens, maar verbeeldt hij de legende als een dichter. Wat hij vertelt, mag dan niet echt gebeurd zijn, maar ervaart hij het in zijn verbeelding toch als echt.

De eerste uitvoering van de opera – eigenlijk meer een Singspiel - was in 1926 in het Koninklijk Operahuis van Boedapest.

Een jaar later stelde Zoltán Kodály een orkestsuite samen van zes delen, die op 24 oktober 1927 in Barcelona zijn prémiere beleefde. Deze suite, de Háry János-suite, staat op het repertoire van de meeste orkesten.

Verhaal[bewerken]

De avonturen van Háry János beginnen in de herberg, waar hij uitvoerig zijn heldendaden uiteenzet aan de gewillige toehoorders. Hij beweert onder meer, dat hij het voor elkaar kreeg het hart te veroveren van Marie Louise, de echtgenote van Napoleon, en dat hij met haar na allerlei avonturen naar Wenen gaat, in het gezelschap van Örzse, de geliefde van Háry János. Kort daarop ziet de onoverwinnelijke Háry János kans bij Milaan in zijn eentje Napoleon en zijn leger te verslaan, waarbij Napoleon op zijn knieën om genade smeekt. Hierop wil Marie Louise met Háry János in het huwelijk treden, en hem de titel van hertog verlenen, en treft voorbereidingen hiertoe. Dit geeft aanleiding tot een heftige ruzie tussen Örzse en Marie Louise, waarop Marie Louise de opstandige Örzse naar huis wil sturen. Háry János fluistert de bitter wenende Örzse in het oor, dat hij alles in orde zal brengen en dat uiteindelijk alles goed zal komen.

Marie Louise en haar moeder gaan nu de bruiloft aan het keizerlijke hof voorbereiden. Bij de openingsmaaltijd stormt Örzse plotseling naar binnen om afscheid te nemen van Háry. Hij bekent, dat hij toch meer naar haar en zijn vaderland verlangt en dat hij afziet van alle toegezegde rijkdommen en eerbewijzen, waarop beiden afscheid van het hof nemen.

Later duikt Háry János weer op in zijn rommelige stamkroeg. In zijn armoede schijnt hij toch gelukkig te zijn: een koning in het rijk van zijn eigen fantasieën!

Delen van de suite[bewerken]

De Háry János-suite bevat de volgende delen:

  1. Előjáték : Kezdődik a történet (Prélude: Het sprookje begint)
  2. A bécsi harangjáték (Weens klokkenspel)
  3. Dal (Lied)
  4. A csata és Napóleon veresége (Strijd en nederlaag van Napoleon)
  5. Intermezzó (Intermezzo)
  6. A császári udvar bevonulása (Intocht van het keizerlijke hof)
  • Het eerste deel begint - zoals dat hoort bij een prelude - als een inleiding op de rest van de suite. Een krachtige melodie, als een duidelijke aankondiging van wat komen gaat. De eerste maten van de prelude zetten in met een soort niesbui als teken, dat de verteller wél serieus genomen dient te worden!
  • Het volgende deel, Weens klokkenspel, is feestelijke muziek met natuurlijk veel gebeier van klokken met poppetjes die verschijnen en weer verdwijnen, begeleid door een mars en allerlei andere vrolijke deuntjes.
  • Het derde deel Lied vormt een volkomen tegenstelling aan wat er aan vooraf ging. De soldaat met zo’n rijke fantasie is natuurlijk ook in staat een liefdeslied aan te heffen. Na de inzet van een altviool, die een melancholische solo speelt, volgt een melodie die duidelijk afkomstig is van de zigeunermuziek. De zangstem wordt hier door het orkest op prachtige wijze vertolkt.
  • Het volgende deel, met de titel Strijd en nederlaag van Napoleon zet met veel bravour in en laat duidelijk uitkomen dat het hier om een strijd gaat. Er komt natuurlijk veel krijgshaftig koper, piccolo en slagwerk aan te pas, maar zachtjes klinkt door de marsmuziek de Marseillaise, om maar niet te vergeten, dat het hier om een overwinning op de Fransen gaat, maar vooral van Napoleon.
  • Het vijfde deel, met de titel Intermezzo is een compositie die ook veel apart van de hele suite wordt gespeeld. Het is een levendig muziekstuk waarbij een ruime plaats voor de cimbalom – de Hongaarse variant van het hakkebord - wordt ingeruimd. De cimbalom is ook te horen in het derde deel van de suite. De muziek is gegoten in de vorm van een Verbunkos, een wervingsdans.
  • Het laatste deel Intocht van het keizerlijk hof, zet gelijk in met klokkenspel en koper. Dit fanfare-achtige deel benadrukt nog eens de triomfen van Háry János, die aan het hof met alle egards wordt ontvangen. Net als bij de inzet, eindigt dit deel van de suite met klokkenspel en koper.

Externe link[bewerken]