Hyena's

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hyena's
Gevlekte hyena (Crocuta crocuta)
Gevlekte hyena (Crocuta crocuta)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie
Hyaenidae
Gray, 1821
Bruine hyena (Parahyaena brunnea)
Bruine hyena (Parahyaena brunnea)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hyena's (Hyaenidae) zijn een familie van middelgrote roofdieren die voorkomen in Afrika en Azië. Hoewel hyena's eruit zien als grote honden, vormen ze een aparte biologische familie die waarschijnlijk het meest verwant is aan de andere families van de onderorde Feliformia: katachtigen (Felidae), civetkatachtigen (Viverridae), de pardelroller (Nandiniidae), Madagaskarcivetkatten (Eupleridae) en mangoesten (Herpestidae).

In vroegere tijden kwamen grote hyena's voor over grote delen van Europa en Azië, maar ze zijn sterk in aantal en habitat teruggelopen. Er zijn slechts vier soorten overgebleven, de gevlekte hyena, de bruine hyena, de gestreepte hyena en de aardwolf die hoort tot de subfamilie Protelinae.

In het huidige Afrika worden hyena's in verband gebracht met toverij. De Zoeloes onder Shaka Zoeloe vreesden de vermeende macht van de hyena's.

Vrouwelijke hyena's hebben een grote clitoris die op een penis lijkt. Daarom kan op dit aspect geen onderscheid gemaakt worden tussen mannetjes en vrouwtjes. Vrouwelijke hyena's hebben een grotere lichaamsbouw dan mannelijke hyena's.

Indeling[bewerken]

Tegenwoordig leven er nog twee onderfamilies: de aardwolven (Protelinae) die alleen de aardwolf (Proteles cristatus) omvat, en de echte hyena's (Hyaeninae), die drie geslachten met elk maar één soort omvat: de bruine hyena (Parahyaena brunnea), de gevlekte hyena (Crocuta crocuta) en de gestreepte hyena (Hyaena hyaena).

Geschiedenis[bewerken]

Hyena's ontwikkelden zich in het Vroeg-Mioceen. Er zijn zeventien uitgestorven geslachten bekend, waarvan de meeste in de hele Oude Wereld (Europa, Afrika en Azië) voorkwamen en Pachycrocuta de grootste was. De enige uitzondering vormt het geslacht Chasmaporthetes, dat Noord-Amerika wist te bereiken en leefde van het Vroeg-Plioceen tot het Vroeg-Pleistoceen. Dat hyena's zich daar niet blijvend wisten te vestigen, wordt wel verklaard uit het feit dat er in die tijd veel inheemse hondachtigen voorkwamen, waarmee de hyena's niet konden concurreren.

Trivia[bewerken]