Ida van Verdun

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ida neemt afscheid van haar zonen die op kruisvaart gaan, gravure uit 1295.

Ida van Verdun, ook Ida van Lotharingen, Ida van de Ardennen of Ida van Boulogne genoemd (Bouillon, ca. 1040 – Arras, 13 april 1113), was echtgenote van graaf Eustaas II van Boulogne en moeder van de prominente kruisvaarders Eustaas III van Boulogne, Godfried van Bouillon en Boudewijn I van Jeruzalem.

Ida wordt als zalige gevierd op 13 april.

Leven[bewerken]

Ida van Verdun was een dochter van Godfried II van Neder-Lotharingen en Doda. Volgens haar vita was Ida een beeldschone vrouw, groot van gestalte en met lang blond haar. Ze was een vrome vrouw die een voorbeeldig christelijk leven leidde. Na het overlijden van haar echtgenoot Eustaas, wijdde ze haar leven aan de Kerk. Ze deed tal van schenkingen aan religieuze huizen en stichtte en herstelde diverse kloosters. Ze was gekend wegens haar schenkingen aan de armen. Ze nam zelf het habijt niet aan (zoals sommigen beweren), maar van abt Hugo van Cluny verkreeg ze een spirituele verbondenheid met de Abdij van Cluny. Ze correspondeerde met de heilige Anselmus van Canterbury en onder zijn supervisie promootte ze de hervorming van Cluny. Ida onderhield ook contacten met de Spaanse bisschop Osmond van Astorga.

Ida speelde een belangrijke rol in het bestuur van de gebieden die in het bezit waren van de dynastie Boulogne. Zij was waarschijnlijk de drijvende kracht achter de verzoening tussen haar echtgenoot en Willem de Veroveraar. Zelf hield ze in Engeland vijf gebieden direct in leen van de koning. En vanuit haar bezittingen rond Tongeren en haar weduwgoed Genepiën steunde ze rond 1080 de inspanningen van haar zoon Godfried van Bouillon om aan de macht te komen in Lotharingen.

Ida trouwde in 1049 met Eustaas II van Boulogne als diens tweede vrouw. Ida bracht het slot van Bouillon als bruidsschat in. Zij stond erop haar kinderen zelf te voeden omdat ze van mening was dat de kinderen met melk van een min ook de mindere kwaliteiten van het gewone volk zouden krijgen. Ze gaf haar zoons grote bedragen om hun deelname aan de Eerste Kruistocht te financieren. Ook stichtte en steunde ze kloosters te Boulogne, le Wast, Calais en Sint-Omaars. Uiteindelijk gaf ze al haar bezittingen weg en trad ze toe tot de orde van de benedictines-oblaten in een abdij in Arras. Ida is begraven in de abdij van Sint-Vaast, in 1669 overgebracht naar Parijs, en in 1808 overgebracht naar Bayeux.

Eustaas en Ida kregen de volgende kinderen:

Kerkelijke inspanningen[bewerken]

Ida bouwde een indrukwekkend kerkelijk netwerk uit. Al deze contacten en inspanningen ten aanzien van de Kerk waren bedoeld om het prestige van de dynastie te verhogen en de machtsbasis van de graaf van Boulogne te verstevigen. In 1070 bevestigden Eustaas en Ida het kapittel van Lens in hun bezittingen en deden ze additionele schenkingen. Deze waren niet alleen bedoeld voor hun zielenheil, maar ook om hun welwillende autoriteit te tonen. Samen met haar zoon Eustaas III van Boulogne restaureerde ze de abdij van Saint-Wulmer-au-Bois (in Samer). In 1090 besliste Ida ook een abdij te stichten in Les Attaques, in de buurt van Calais: de abdij van La Capelle of Capelette. Ze stichtte ook de Benedictijner priorij van Le Wast rond 1095, waar ze begraven werd. Ida bouwde de eerste stenen kerk in Boulogne-sur-Mer (nu de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw) in de periode 1080-1100. Het gebouw werd diverse keren verwoest en heropgebouwd, maar werd uiteindelijk helemaal met de grond gelijk gemaakt in 1789. De crypte die uit de tijd van Ida dateert, werd herontdekt in 1827 toen de funderingen voor de nieuwe kerk gegraven werden. In 1899 kreeg Ida een altaar in de basiliek. Ida bouwde ook de kerk van Saint-Wulmer in Boulogne-sur-Mer rond 1093, recht tegenover het kasteel van de graven van Boulogne. Ze deed ook verschillende schenkingen aan de Abdij van Munsterbilzen.

Heiligverklaring[bewerken]

Het was Mathilde van Boulogne, de dochter van Eustaas III van Boulogne en echtgenote van koning Stefanus van Engeland, die de kerkelijke autoriteiten aanspoorde om haar grootmoeder Ida van Boulogne heilig te verklaren. Mathilde’s andere grootmoeder, Margaretha van Schotland, was op dat moment reeds heilig verklaard. De heiligverklaring van Ida was onderdeel van de campagne om Stefanus koning van Engeland te maken. De monniken van de priorij van Le Wast, de bewakers van Ida’s graf, werden gevraagd om haar biografie op schrift te stellen.

Relieken[bewerken]

Ida overleed op 13 april 1113 in de door haar gestichte abdij van La Capelle. Volgens haar laatste wens werd haar lichaam overgebracht naar Le Wast om er begraven te worden in de abdijkerk daar. Kort na haar overlijden werd haar graf een eerste keer geopend. Volgens haar ‘Vita’ was haar lichaam intact en steeg een zoete geur uit het graf op, een teken van heiligheid. In de loop van de 14de eeuw werden haar stoffelijke resten ondergebracht in een kleine kapel die vlak bij de kerk van Le Wast werd gebouwd. In de 17de eeuw verkeerde haar begraafplaats echter in een lamentabele staat. Haar graf werd op 28 september 1669 geopend en haar beenderen werden toevertrouwd aan de Benedictinessen van het Heilige Sacrament in de rue Cassette in Parijs. Aan de kerk van Le Wast werd een rib van de heilige geschonken. Na de Franse Revolutie werd het reliekschrijn overgebracht naar de kerk van de Benedictinessen in Bayeux; daar bevinden ze zich nog steeds op dit moment. In 1899 werd een fragment van de rechterarm overgebracht naar de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw in Boulogne-sur-Mer. Op dat moment werd een klein stukje van de schedel geschonken aan de bisschop van Bayeux. Dat fragment kwam in 1926 opnieuw in het klooster van Bayeux. In 2014 schonken de zusters deze reliek aan de heer Horst van Cuyck, die het zal onderbrengen in het altaar van de Ölbergkapelle in Walchsee

Herinnering[bewerken]

Ondanks alle inspanningen werd de cultus van de heilige Ida nooit wijd verspreid. Ze werd niet zozeer herinnerd als een heilige, maar veeleer als de moeder van Godfried van Bouillon en Boudewijn I van Jeruzalem. In de Oudfranse ‘Cycle de la Croisade’ duikt Ida op als de dochter van de Zwaanridder (‘Le Chevalier au Cygne’), die trouwde met de graaf van Boulogne. Haar zoon Godfried van Bouillon werd dé held van de Eerste Kruistocht en sprak tot de verbeelding. De kroniekschrijver Guibert van Nogent schrijft dat Ida zelf heldenverhalen vertelde over haar zoon en dat deze als kind reeds zei dat hij een sterk leger naar Jeruzalem zou leiden: ‘De glorieuze vrouw vertelde, toen ze het succes van de tocht van haar zonen overschouwde, dat ze uit de mond van haar zoon, de hertog, een voorspelling had gehoord over de expeditie. Want hij had gezegd dat hij naar Jeruzalem zou gaan, niet als een gewone pelgrim, zoals zo vele anderen, maar met een groot leger, als hij er één op de been zou kunnen brengen.’

Voorourders[bewerken]

Voorouders van Ida van Verdun
Overgrootouders Godfried van Verdun (+/-930-1002)
∞ 963
Mathilde van Saksen (942-1008)
? (-)

? (–)
? (-)

? (–)
? (-)

? (-)
Grootouders Gozelo I van Verdun (963/970-1044)

? (-)
? (-)

? (–)
Ouders Godfried II van Neder-Lotharingen (ca.1010-1069)

Doda (-)

Ida van Verdun (1040-1113)

Bronnen

Literatuur

Biografie van Ida

  • J.C. ANDRESSOHN, The Ancestry and Life of Godfrey of Bouillon, Bloomington, 1947. R. AUBERT, ‘Ide de Boulogne’, in: Dictionnaire d’Histoire et de Géographie Ecclésiastique, 25, Parijs, 1995, kol. 644-646.
  • J. COENEN, Een onbekende Limburgse heilige: Ida van Boolen, Maaseik, 1952. H. VAN CUYCK, De Graaf en de Heilige. Eustaas en Ida van Boulogne, Oostkamp, 2013.
  • H. VAN CUYCK & V. LAMBERT, ‘Ida van Lotharingen, gravin van Boulogne (+1113), in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 21 (2014), ter perse.
  • J.P. DICKÈS, Sainte Ide de Boulogne, Parijs, 2004.
  • F. DIECKMANN, Die Lothringischen Ahnen Gottfrieds von Bouillon, Kisling, 1904. F. DUCATEL, Vie de Sainte Ide de Lorraine, comtesse de Boulogne, Boulogne, 1900.
  • N. HUYGHEBAERT, ‘La mère de Godefroid de Bouillon, la comtesse Ide de Boulogne’, in: Publications de la section historique de I'institut Grand-Ducal de Luxembourg, 95 (1981), pp. 43-63.
  • H. PLATELLE, ‘Ide, comtesse de Boulogne’, in: Nouvelle Biographie Nationale, II, Brussel, 1990, pp. 233-234.
  • A. LE ROY, ‘Ida’, in: Biographie Nationale, X, Brussel, 1888-1889, kol. 3-4.
  • H. J. TANNER, Families, friends, and allies: Boulogne and politics in northern France and England, c. 879-1160, Leiden, 2004, besteedt veel aandacht aan Eustaas II en Ida.

Over de Vita

Van de Vita is slechts één handschrift gekend: Brussel, Koninklijke Bibliotheek, Hs. 1770-77 (14de eeuw). Zie:

  • J. VAN DEN GHEYN, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque royale de Belgique, II, 1902, p. 396.
  • Bibliotheca Hagiographica Latina antiquae et media aetatis, Brussel, 1898-1899, nr. 4141;
  • Novum supplementum, p. 449.
  • Patrologia Latina, CLV, 1854, kol. 437-438.
  • Acta Sanctorum, April. II, pp. 141-145 (3e ed. pp. 141-146).
  • Exc. in: Recueil des Historiens des Gaules et de la France, XIV, Parijs, 1877, pp. 113-115.
  • Franse vertaling in: Légendaire de la Morinie ou vies des Saints de l’ancien diocèse de Thérouanne, Boulogne, 1850, pp. 99-110.

De Brabantse hagiograaf Jean Gielemans schreef in de 15de eeuw ook een biografie van de H. Ida, eigenlijk een samenvatting van de 12de-eeuwse Vita. Zie:

  • Bibliotheca Hagiographica Latina, nr. 4142.
  • R. NIP, ‘Godelieve of Gistel and Ida of Boulogne’, in: A.B. MULDER-BAKKER (ed.), Sanctity and Motherhood : Essays on Holy Mothers in the Middle Ages, New York – London, 1995, pp. 191-223.

Over haar kerkelijke contacten

  • B. DE GAIFFIER, ‘Sainte Ide de Boulogne et l'Espagne’, in: Analecta Bollandiana, 86 (1968), pp. 67-82.
  • B. DE GAIFFIER, ‘Reliques de la Vièrge déposées par Ide de Boulogne à l’abbaye de La Capelle’, in: Recherches d’Hagiographie latine, Brussel, 1971 (Société des Bollandistes), pp. 30-38.

Over haar graf en haar relieken

  • A.P. DUTERTRE, ‘Fouilles au tombeau de sainte Ide, au Wast’, in: Bulletin de la commission départementale des monuments historiques du Pas-de-Calais, 5/2 (1932), pp. 542-544.
  • H. VAN CUYCK & V. LAMBERT, ‘Les reliques de sainte Ide, mère de Godefroid de Bouillon’, in: Bulletin de la Société des Antiquaires de Normandie, ter perse.

Noten