Abdij van Munsterbilzen
De abdij van Munsterbilzen was een rijksabdij, waarvan de stichting teruggaat tot de tijd van de Merovingers. Zij gaf haar naam aan het dorp Munsterbilzen.
De abdij is het oudste vrouwenklooster in de Dietse Nederlanden, want de twee volgende stichtingen, de abdij van Susteren en de abdij van Aldeneik, ontstonden in het begin van de 8e eeuw. De vrouwenabdij van Belisia (Bilzen) werd, volgens de legende, rond het jaar 670 gesticht door de heilige Landrada, mogelijk onder de leiding van Lambertus, bisschop van Maastricht van 669 tot 709.
Het dorp dat zich van toen af nabij de abdijpoort vormde, kreeg de naam Belisia Monasterii of Munsterbilzen, in tegenstelling met Beukenbilzen en Eikenbilzen, nu de stad Bilzen en de vroegere gemeente Eigenbilzen.
In 881 werd de abdij, evenals de kerken van Tongeren, Luik, Maastricht en Sint-Truiden, verwoest door de Noormannen.
Ida van Bonen (of Boulogne-sur-Mer) (1032-1113), de moeder van Godfried van Bouillon en van Boudewijn, de eerste koning van Jeruzalem, werd hier opgevoed door de abdis van Munsterbilzen. Als dank begunstigde Ida in 1096 de abdis rijkelijk met goederen, die gelegen waren te Bilzen, Riemst, Waltwilder, Martenslinde, Gellik, Eigenbilzen en Rijkhoven.
De abdis van de rijksabdij (stift) was niet alleen vrouwe van Munsterbilzen, maar bezat ook heerlijke rechten over de dorpen Wellen, Haccourt, Hallembaye en Kleine-Spouwen. Zij was vorstin of prinses van het Heilig Roomse Rijk en beschouwde zich als soeverein heerser over deze vijf dorpen. Vanaf de 17e eeuw werd dit recht door het Sint-Lambertuskapittel van Luik en de prins-bisschop betwist en na vele processen erkende de abdis in 1773 definitief de soevereiniteit van de bisschop.
Naast het Oudnederlandse lofvers "Tesi samanunga" (zie hieronder) bewaarde men in deze abdij van Sint-Amor ook minstens vanaf 1446 tot en met 1591 een negende-eeuws, interlineair psalterium. Dat helaas verloren gegane psalter werd vernoemd naar zijn laatst bekende bezitter, Arnold Wachtendonck. De Wachtendonckse Psalmen vormen samen het oudst bekende boek in de Nederlandse taal.
Tijdens de Franse Revolutie werden de goederen die betrekking hadden op de abdij verkocht en het kapittel ontbonden.
Het oude Evangeliarium [bewerken]
In 2008 kwam de abdij in het nieuws toen bekend geraakte dat het 9e-eeuwse evangeliarium van Munsterbilzen zou worden verkocht. Dat handschrift bevat één van de oudste zinnen in het Nederlands, en het oudste toneelstuk.
Tesi samanunga vvas edele unde scona. (Deze kloostergemeenschap was edel en schoon.) Dat zinnetje speelt in de geschiedenis van het Nederlands een essentiële rol. Alleen hebban olla vogala... –als dit al Oudnederlands zou zijn– zou nog iets ouder kunnen zijn. Tesi samanunga is in 1130 bijgeschreven in het evangeliarium van Munsterbilzen, onder een lijst van namen van de broeders en zusters van het klooster. Het evangeliarium bevat ook de Ordo Stellae (ook wel "Officium Stellae"), een driekoningenspel, dat als het oudste toneelspel uit de Nederlanden geldt.
In december 2008 dreigde deze kostbare codex geveild te gaan worden bij Sotheby's in Londen. Uiteindelijk is het evangelarium, na veel lobbywerk, in het bezit gebleven van de Bollandisten (Vlaamse jezuïeten) te Brussel.