Jacques Cartier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacques Cartier

Jacques Cartier (31 december 14931 september 1557) was een zeevaarder en ontdekkingsreiziger uit het Franse Saint-Malo, verantwoordelijk voor de ontdekking van de Saint Lawrencebaai en de Saint Lawrencerivier. Er is weinig bekend van zijn leven voor 1534, maar hij was een ervaren zeevaarder, en had al de Newfoundland Banks en mogelijk Brazilië bezocht. Sommigen vermoeden dat hij deelgenomen had aan de reis van Giovanni da Verrazzano naar Noord-Amerika.

Eerste reis[bewerken]

In 1534 werd Cartier uitgestuurd door koning Frans I om een ontdekkingsreis naar Newfoundland te ondernemen. Hij landde bij Kaap Bonavista en voer naar het noordwesten, waar hij via de Straat van Belle Isle de Saint Lawrencebaai binnenvoer. Hij voer langs de westkust van Newfoundland, zag de Magdalena-eilanden en Prince Edward Island, die hij beide aanzag voor delen van het vasteland, en stak toen over naar Chaleurbaai en het schiereiland Gaspésie bij punt van Gaspé.

Op dat moment waren daar ook St. Lawrence Iroquois (een groep ruwweg overeenkomend met de latere Hurons) uit de indiaanse nederzetting Stadacona (nabij de huidige stad Quebec). Het contact was in het algemeen vriendelijk, maar de Iroquois protesteerden toen hij het gebied formeel in bezit wilde nemen. Domagaya en Taignoagny, de zonen van opperhoofd Donnaconna gingen met Cartier terug naar Frankrijk. Op de terugreis volgde hij de zuidkust van Labrador en ontdekte Anticosti-eiland.

Tweede reis[bewerken]

Cartier had gehoord van een rivier verder naar het westen in de Saint Lawrencebaai, en hoopte dat dit de gezochte Noordwestelijke Doorvaart zou zijn. Het volgende jaar (1535) vertrok hij opnieuw uit Saint-Malo, dit keer met drie schepen. Hij voer opnieuw door de Straat van Belle Isle, maar volgde nu de kust westwaarts tot hij de Saint Lawrencerivier bereikte. Hij zeilde de rivier op naar Stadacona.

Donnaconna probeerde Cartier over te halen niet verder de rivier op te varen, maar Cartier deed dat toch, Domagaya en Taignoagny in Stadacona achterlatend. Hij bereikte een volgend dorp, Hochelaga. Hij gaf de nabijgelegen berg de naam Mont Réal (hiernaar is de stad die later op deze plaats herrees, Montreal, vernoemd) en hij zag de Lachine-stroomversnellingen in de Saint Lawrencerivier, die hem duidelijk maakten dat de rivier niet de gezochte route naar China was.

Cartier overwinterde nabij Stadacona, waar hij en zijn mannen een fort bouwden, maar ook spoedig leden aan scheurbuik. Hun redding was Donnaconna. Deze had zelf ook scheurbuik gehad, maar was weer hersteld. De Fransen hadden gevraagd hoe dat kon, en hij vertelde dat de Fransen de bast van de witte ceder moesten nemen. Een week later was de dichtstbijzijnde boom kaal, maar de meesten van Cartiers mannen weer gezond. Nadat het ijs verdwenen was, keerde Cartier de volgende lente terug naar Frankrijk.

Derde reis[bewerken]

Tijdens de tweede reis had Cartier van diverse indianen geruchten gehoord over Saguenay, een land rijk aan goud en andere kostbaarheden in het noorden. Hij wenste een nieuwe expeditie op poten te zetten om naar Saguenay te zoeken, maar oorlog tussen Frankrijk en Spanje en andere beslommeringen zorgden ervoor dat hij pas in 1541 kon vertrekken. Bovendien werd hij dit keer geen leider van de expeditie, maar ondergeschikt aan Sieur de Roberval. Hij voer alvast vooruit, en wachtte aan de kust van Newfoundland op Roberval, doch tevergeefs.

Cartier voer de Saint Lawrencerivier op tot aan Hochelaga, bezocht de rivier de Saguenay en stichtte een fort (Charlesbourg-Royal). Zijn mannen verzamelden goud, dat echter later slechts ijzerpyriet bleek te zijn. Tijdens de overwintering werd hij aangevallen door de lokale bevolking, die, nu bleek dat de Fransen tot blijvende vestiging wilden overgaan, een stuk minder vriendelijk geworden was. Bij de terugkeer naar Europa ontmoette hij Roberval, die met een vertraging van een jaar alsnog naar Canada vertrokken was. Roberval beval hem terug te keren, maar Cartier, ontmoedigd door de strenge Canadese winter, weigerde.

Latere leven[bewerken]

Er zijn aanwijzingen dat Cartier in 1543 naar Canada terugkeerde om Roberval terug naar Frankrijk te brengen, maar zeker is dat niet. Tot zijn pensioen hield hij zich bezig met handel tussen Frankrijk en Portugal, daarna trok hij zich terug op zijn landgoed nabij Saint-Malo.