Johann Christoph Vogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johann Christoph Vogel (ook: Fogel en Jean Christoph en Giovanni Christoforo) (Neurenberg, gedoopt op 18 maart 1756Parijs, 28 juni 1788) was een Duits componist, violist en hoornist.

Levensloop[bewerken]

Vogels vader was een bekend luiten- en vioolbouwer in Neurenberg en zo kwam Johann Christoph al vroeg met muziek in contact. Zijn eerste les kreeg hij van de viool-virtuoos en latere kapelmeester Georg Wilhelm Gruber. Op 17-jarige leeftijd ging hij naar Regensburg, waar hij lid werd van de hofkapel van de vorst Thurn und Taxis en tegelijkertijd leerling van Joseph Riegel, een muziektheoreticus. Vogel leerde bij hem naast de werken van Carl Heinrich Graun en Johann Adolf Hasse ook meer perfectie op de viool en de hoorn.

Werken in Parijs[bewerken]

Op 20-jarige leeftijd vertrok hij naar Parijs en kreeg een baan als tweede hoornist in het orkest van het hof van de hertog van Montmorency. Later wisselde hij als kamer-musicus in het orkest van de hertog van Valentinois. In deze periode publiceerde hij ook zijn eerste composities. Samen met de hoornist Johann Wenzel Stich, die onder het pseudoniem "Giovanni Punto" bekend was, schreef hij zes kwartetten voor viool, hoorn, fagot en cello. Omdat hij ook met de klarinettist Michèl Yost bevriend was, schreef hij ook 30 kwartetten voor klarinet en strijkers en ook een concert voor klarinet. Samen met Carolus Emanuel Fodor schreef hij sonates en bewerkingen voor piano.

In de tijd als hij in Regenburg was, schreef hij zijn concert voor fagot en dit werd eveneens in Parijs gepubliceerd, alsook de Concertante symfonieën, voor twee hoorns, twee fluiten en voor fagot met hobo en klarinet. Maar de grote doorbraak als componist kwam pas in 1786 toen zijn opera La toison d'or met groot succes in première ging. Ook Christoph Willibald Gluck en Antonio Salieri spaarden geen lof over hem.

Het succes van zijn tweede opera Démophon heeft Vogel niet meer beleefd, omdat hij op 28 juni 1788 plotseling overleed.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • Concert nr. 7 in Bes groot, voor klarinet en orkest (samen met: Michèl Yost)
  • Concert nr. 8 in Es groot, voor klarinet en orkest (samen met: Michèl Yost)
  • Concert nr. 9 in Bes groot, voor klarinet en orkest (samen met: Michèl Yost)
  • Concert nr. 11 in Bes groot, voor klarinet en orkest (samen met: Michèl Yost)
  • 1e Concertante in E groot, voor 2 hobo's, 2 hoorns en strijkers
  • 2e Concertante in E groot, voor 2 fluiten, 2 hobo's, 2 hoorns en strijkers
  • Concertante symfonie C groot, voor hobo, fagot en orkest
  • Première symphonie concertante Bes majeur

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1788 Ouverture tot de opera "Démophon" in f mineur, op. 49

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1786 La toison d'or (Het gouden vlies);
(2e versie als: Médée de Cochos) - opgedragen aan Christoph Willibald Gluck
3 aktes 5 september 1786, Parijs, Opéra Garnier;
2e versie: 17 juni 1788, Parijs, Opéra Garnier
Philippe Desriaux
1788 Démophon 3 aktes 22 september 1789, Paris, Opéra Garnier Philippe Desriaux

Kamermuziek[bewerken]

  • Kwartet, voor fagot, viool, altviool en cello, op. 1 nr. 1
  • Kwartet Bes majeur, voor fagot, viool, altviool en cello, op. 1 nr. 2
  • Kwartet C majeur, voor fagot, viool, altviool en cello, op. 1 nr. 3
  • Kwartet Bes majeur, voor klarinet, viool, altviool en cello
    1. Allegro non molto
    2. Thema con variazioni
    3. Adagio
    4. Rondo: Allegro
  • Kwartet in F majeur, voor fagot, viool, altviool en cello, op. 5 nr. 1
  • Octet G-majeur

Bibliografie[bewerken]

  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, ISBN 3-923058-04-7
  • Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. eränzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976
  • Norbert Miller: Johann Christoph Vogels "Demophon" und die Krise der Reform-Oper., Studien zur deutsch-französischen Musikgeschichte im 18. Jahrhundert. Heidelberg 1986. S. 117-127.
  • Alexander L. Ringer: A German Gluckist in pre-revolutionary France., Music in the classic period. New York 1985. S. 221-231.
  • Spire Pitou: The Paris opera. - An encyclopedia of operas, ballets, composers, and performers; rococo and romantic, 1715-1815, Westport, Connecticut: Greenwood Press, 1985, 619 p., ISBN 978-0-313-24394-3
  • Michael Dean Williford: A comprehensive performance project in clarinet literature and an edition of Johann Christoph Vogel's clarinet concerto no. 1 in b-flat, Iowa (Iowa City). 1979. dissertation.
  • David Whitwell: Band music of the French revolution, Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1979, 212 p., ISBN 37-9520-276-0
  • Franz Stieger: Opernlexikon - Teil II: Komponisten. 1, Band A-F, Tutzing: Hans Schneider, 1975-1983, 371 p., ISBN 3-7952-0203-5
  • Franz Stieger: Opernlexikon - Teil II: Komponisten. 2, Band G-M, Tutzing: Hans Schneider, 1975-1983, 373-772 p., ISBN 3-7952-0228-0
  • Marc Honneger: Dictionnaire de la musique, Paris: Bordas, 1970-76
  • Richard J. Wolfe, Carleton Sprague Smith: Secular music in America 1801-1825, New York: New York Public Library, 1964
  • Robert Eitner: Biographisch-bibliographisches Quellen-Lexikon der Musiker und Musikgelehrten Christlicher Zeitrechnung bis Mitte des neunzehnten Jahrhunderts, Graz: Akademische Druck- u. Verlaganstalt, 1959
  • August Bickel: Johann Christoph Vogel. Der große Nürnberger Komponist zwischen Gluck und Mozart. 1756/8 8, Nürnberg: Glock & Lutz 1956. 21 S.
  • Carlo Schmidl: Dizionario universale dei musicisti, Milan: Sonzogno, 1937, 2V p.
  • Paul Frank, Wilhelm Altmann: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon : für Musiker und Freunde der Musik, Regensburg: Gustave Bosse, 1936, 730 p.
  • Tobias Norlind: Allmänt musiklexikon, Stockholm: Wahlström & Widstrand, 1927-28, 2V p.
  • Theodore Baker, Alfred Remy: Baker's biographical dictionary of musicians, Third edition, New York: G. Schirmer, 1919, 1094 p.
  • Theodore Baker: Biographical dictionary of musicians, New York: G. Schirmer, 1900, 653 p.
  • Allgemeine Deutsche Biographie, Herausgegeben von der Historischen Commission bei der Königlichen Akademie der Wissenschaften., München; Leipzig: 1912, Band 56: Generalregister
  • Félix Clément: Les musiciens celebres depuis le seizieme siecle jusqu'a nos jours, Paris: Librairies Hachette, 1878. 680 p.,
  • Gustave Chouquet: Histoire de la musique dramatique en France depuis ses origines jusqu'a nos jours, Paris: Librairie Firmin Didot Freres, Fils et Gie, 1873
  • Louis Charles Dezobry, Jean Louis Theodore Bachelet: Dictionnaire general de biographie et d'histoire, etc ..., Paris: 1869, 2 vols.
  • Ernst Ludwig Gerber: Neues historisch-biographisches Lexikon der Tonkünstler, welches Nachrichten von dem Leben und den Werken musikalischer Schriftsteller, berühmter Componisten, Sunger, Maister auf Instrumenten, Orgel- und Instrumentenmacher etc. aus allen Nationen enthält ..., 4 vols., Leipzig: 1812-14
  • Ernst Ludwig Gerber: Historisch-biographisches Lexicon der Tonkünstler, welches Nachrichten von dem Leben und den Werken musikalischer Schriftsteller enthält., Leipzig: 1790-91, 2 Teile.
  • Felix Joseph Lipowsky: Baierisches Musik-Lexikon ..., München: 1811
  • Friedrich Carl Gottlob Hirsching: Historisch-literarisches Handbuch berühmter und denkwürdiger Personen, welche in dem 18. Jahrhundert gestorben sind ..., Leipzig: 1794-1815, 17 Bände.