Kaiserschmarren
| Recept Kaiserschmarren | ||||
| Ingrediënten | ||||
|
Ingrediënten voor 1 persoon:
|
||||
| Bereidingswijze | ||||
|
Klop de bloem, snufje zout, eigeel, suiker en melk tot een glad beslag en laat deze 30 minuten rusten. Vermeng het geklopte eiwit met het deeg. Verhit de boter in een pan en giet het deeg vingerdik in de pan. Strooi de afgespoelde rozijnen op de deeg. Bak het deeg aan de onderkant goudbruin (zorgen dat het deeg niet aanbakt). Laat boter aan de rand van de pan in de pan glijden. Draai de pannenkoek om en bak hem goudbruin. Scheur de pannenkoek vervolgens met twee vorken in kleine stukjes. Laat de stukjes nog 1 minuut bakken. Serveer de Kaiserschmarren met poedersuiker. |
||||
|
||||
Kaiserschmarrn (ook: Kaiserschmarren) is een zoet Beiers/ Oostenrijks gerecht. Het gerecht is een variant op de pannenkoek, waarbij het luchtige karakter voortkomt uit stijf geklopte eiwitten die op het laatste door de rest van het beslag worden geroerd. Kaiserschmarren wordt traditioneel geserveerd met pruimencompote (Oostenrijks: Zwetschenröster) en poedersuiker en is één van de bekendste Oostenrijkse nagerechten of mehlspeisen.
Het uit bloem, melk, eieren en suiker bestaande deeg wordt tijdens het laatste deel van het bakproces in kleine stukjes gesneden met een houten pollepel of spatel. Het recept kent intussen talloze varianten zoals Weichselschmarrn (met kersen) en Topfenschmarrn (met kwark).
Herkomst [bewerken]
De herkomst van het gerecht wordt vaak verklaard met de legende dat keizer Franz Joseph tijdens een jachtpartij in de Salzkammergut een houthakkersschmarrn voorgeschoteld kreeg. Deze werd speciaal voor hem met de beste ingrediënten bereid, zoals melk, rozijnen en eieren. Zo werd uit een eenvoudig gerecht de kaiserschmarrn geboren.
Een andere uitleg is iets romantischer. Deze verklaart dat de keizer graag mehlspeisen als nagerecht at, bijvoorbeeld flensjes. Waren deze echter te dik, dan waren ze volgens het keukenpersoneel niet geschikt om de keizer voor te zetten. Het woord schmarrn betekent zoiets als verdriet.
Tijdens de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie, verspreidde het gerecht zich ook in Hongarije waar het onder de naam Császármorzsa bekend is.