Katholieke Kerk in Estland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Katholieke Kerk in Estland maakt deel uit van de wereldwijde Katholieke Kerk, onder het leiderschap van de paus en de Curie.

De katholieke bevolking in Estland is klein, met ongeveer 6000 gelovigen. Er is dan ook geen bisdom, maar een apostolische administratie die rechtstreeks afhangt van de Heilige Stoel en sinds 2005 onder leiding staat van bisschop Philippe Jean-Charles Jourdan die in Tallinn resideert.

In 1918, toen Estland onafhankelijk werd, genoten de Estse burgers volledige godsdienstvrijheid. De Heilige Stoel erkende Estland op 10 oktober 1921. In 1931 werd Eduard Profittlich, S.J. apostolisch administrator voor de Katholieke Kerk in Estland. In 1936 werd hij gewijd als de eerste Estse bisschop. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren er bijna 5000 katholieken in Estland (Tallinn: 2.333, Tartu: 1.073, Narva: ca. 600, Valga: ca. 800). In 1939 werd Estland bezet door de Sovjets. Ze arresteerden bisschop Profittlich die vervolgens in een Russische gevangenis overleed in 1942. Tijdens de Sovjet-bezetting, werden op twee na alle katholieke kerken van Estland gesloten. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, werd Estland weer onafhankelijk en werd het op 28 augustus 1991 opnieuw erkend door de Heilige Stoel. In september 1993 bezocht paus Johannes Paulus II deze Baltische staat.

De apostolische nuntius voor Estland is sinds 22 maart 2014 aartsbisschop Pedro López Quintana, die tevens nuntius is voor Letland en Litouwen.

Territoriale indeling[bewerken]

Immediatum: Apostolische administratie Estland

Externe link[bewerken]