Klinker (steen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Betonstraatstenen in keperverband

Een klinker, officieel straatbaksteen, is een type baksteen dat gebruikt wordt als bestrating in de wegenbouw. De naam klinker slaat van oudsher op bakstenen, die als men er tegen aan tikt "helder klinken". Ook betonstraatstenen worden in de praktijk soms klinkers genoemd. Betonstraatstenen hebben echter een heel andere samenstelling in materiaal en ook een heel ander bereidingsproces, al worden ze op dezelfde manier gebruikt. In vergelijking met stenen die in de bouw worden gebruikt, zijn klinkers harder. Dit wordt bereikt door een langer en heter bakproces in de steenfabriek. Hierbij versmelten de kleideeltjes in een proces dat sinteren wordt genoemd.

Straatbaksteen[bewerken]

Straatbaksteen is een gebakken materiaal en wordt als steen toegepast in straatwerken. Het verschil met andere beton- of kalkzandklinkers is dat straatbakstenen gemaakt worden uit klei en een keramisch product zijn. De klei of leem waaruit de klinkers ofwel de straatbakstenen gebakken worden is op vele plaatsen te vinden: Rivierklei, zeeklei, leem ook in de zandige gebieden, en löss. Aldus is de grondstof vaak lokaal voorhanden in grote gebieden van Nederland en België, en ook daarbuiten. Reeds sinds de middeleeuwen komt de straatbaksteen voor.

Straatbakstenen kunnen op verschillende manieren onderscheiden worden. Allereerst is er het onderscheid naar productiemethode. Zodoende kunnen twee steentypen onderscheiden worden: strengpers en vormbak. In Nederland is vormbak het meest voorkomende type straatbaksteen. Bij de vormbak wordt machinaal iedere steen als vormeling uit de mal gelost. Bij het strengpersen worden de stenen van een lange streng klei in de gewenste hoogte afgesneden. De vormbak kent twee uitvoeringen: onbezand of normaal bezand. In allebei de gevallen kunnen de stenen als nabehandeling getrommeld worden waardoor een verouderd effect ontstaat. Strengpers stenen zijn veelal glad, maar er kan een andere uitstraling gecreëerd worden door middel van uiteenlopende oppervlaktebehandelingen. Beide typen – strengpers en vormbak – kunnen van vellingkanten worden voorzien; hierdoor zijn de stenen minder gevoelig voor beschadigingen. Ook bij straatbakstenen met afstandhouders blijven beschadigingen aan de stenen beperkt. De officiële technische term klinker is in 2005 vervangen door straatbaksteen.

Straatbaksteen wordt op grote schaal gebruikt voor het inrichten van openbare ruimtes. Ook particulieren passen de steen toe voor terrassen, opritten en tuinpaden. De reden waarom straatbaksteen wordt verkozen boven andere materialen, heeft te maken met de producteigenschappen van straatbaksteen: ze is sterk, gaan dus lang mee en zijn gemakkelijk her te gebruiken. Bovendien zijn de stenen in allerlei vorm, kleur en afmeting leverbaar. Een nadeel is de arbeidsintensieve wijze van leggen en herleggen.

Formaat[bewerken]

Straatbakstenen zijn er in meerdere formaten, maar in Nederland zijn de 3 belangrijkste:

  • Waalformaat (200x50 mm - ca. 100 st/m2)
  • Dikformaat (210x70 mm - ca. 72 st/m2)
  • Keiformaat (200x100 mm - ca. 45 st/m2)

Bij de formaten moet worden opgemerkt dat de exacte maatvoering per fabrikant kan verschillen, maar de verhoudingen zijn per formaat gelijk. Zo is bijvoorbeeld een keiformaat standaard 2:1, een dikformaat 3:1 en een waalformaat 4:1.

Verbanden[bewerken]

V.l.n.r.: halfsteensverband, elleboogverband, keperverband, blokverband

De verschillende soorten verbanden die in straatwerk toegepast worden hebben twee doeleinden: het aanzicht van het straatwerk en – als tweede – de samenhang van de bestrating, die zo stabiel en duurzaam mogelijk moet zijn voor de verkeersfunctie. Ieder verband heeft een hoofdpatroon, met daarnaast oplossingen voor de beëindigingen bij de kantopsluiting, ontmoetingen van wegvakken en aansluitingen in bochten. In deze verschillende samenstellingen kunnen een aantal traditionele verbanden onderscheiden worden: halfsteensverband, keperverband, elleboogverband, diagonaalverband, blokverband en zigzagverband. Naast deze functionele toepassingen worden steeds vaker ook sierverbanden toegepast in combinaties van allerlei steenformaten en materialen.

De voornaamste verbanden waarin klinkers worden gestraat zijn:

  • Halfsteensverband: in een halfsteensverband verspringen de stenen per rij steeds een halve steen en staan de lagen haaks op de rijrichting en kantopsluiting. Het is een verband dat snel gelegd kan worden. Ook is het halfsteensverband minder gevoelig voor maatafwijkingen. Wel is het halfsteensverband gevoeliger voor ‘kruipen’ in de rijrichting, waardoor de stenen bij wijze van spreken wat kantelen en het wegvlak gaat golven. Het mooist zijn aansluitingen aan weerszijden met om en om halve stenen. Tegen de kantopsluiting wordt eerst een kantlaag gelegd in de lengterichting. De zijde waar gestart wordt heet opzet. De andere zijde is de sluiting; hier mogen passtenen niet kleiner dan een halve steen worden gebruikt (wel: de zogenaamde ‘drieklezoren’, al of niet in combinatie met halve stenen). De passtukken mogen niet met de gehakte kant aan de buitenzijde liggen, tegen de kantlaag of goot.
  • Keperverband: bij het keperverband staan de stenen om en om een kwartslag ten opzichte van elkaar, maar liggen de stenen 45° ten opzichte van de as van de weg. Hierbij worden de stenen dus als een visgraat gelegd. De V vorm is altijd haaks op de rijrichting. Dit is het meest gebruikte verband. Om knipverlies te verminderen worden bij betonstenen tegen de kanten bisschopsmutsen toegepast. Bij toepassing van keperstenen, wordt hetzelfde effect bereikt, maar lig de V-vorm 90 graden gedraaid ten opzicht van bisschopsmutsen. Voordeel van keperstenen ten opzicht van bisschopsmutsen is het straten in bochten. Een bisschopsmuts kan namelijk veel moeilijker in bochten worden toegepast. Het grote pluspunt van het keperverband is de goede stabiliteit, maar er dient wel sprake te zijn van een goede maatvastheid van de stenen. Aangezien het gaat om de niet haakse aansluiting is schuin hakwerk nodig, hoewel er soms speciale passtukken kunnen worden geleverd, de zogenaamde ‘bisschopsmutsen’. Kleinere dan halve stenen mogen niet gebruikt worden.
  • Elleboogverband: het elleboogverband is een variant op het keperverband. Het patroon is identiek, maar de richting volgt die van de straat. De stabiliteit is op zichzelf goed, maar door de langsvoegen in de rijrichting is dit verband niet erg geschikt voor druk bereden wegen. Het elleboogverband wordt vooral toegepast voor de aanleg van parkeerstroken, inritten van tuinen, toegangswegen naar parkeerterreinen en in sierbestrating. De stenen moeten maatvast zijn. Een voordeel ten opzichte van het keperverband is dat het hakwerk bij het elleboogverband gemakkelijker is.
  • Blokverband: het blokverband bestaat uit vierkanten die door de stenen worden gevormd in aantal afhankelijk van het formaat: in waalformaat vier, dikformaat drie en keiformaat twee stuks. De blokken kunnen recht of diagonaal worden gelegd, maar ook verspringend. In een rechte weg kan zonder hakwerk worden gewerkt, waardoor dit verband zich perfect leent voor tijdelijk straatwerk zoals bouwstraten. De stenen worden dan regelmatig ondersteboven gestraat om nadien met de schone zichtkant herstraat te worden als definitieve verharding.
  • Diagonaalverband: het diagonaalverband is een halfsteens verband dat 45° ten opzichte van de rijrichting wordt gelegd. Het is minder gevoelig voor kruipen van de straatlaag, maar wel is dit verband bewerkelijker in de uitvoering, omdat de aansluitingen schuin hak- of knipwerk vereisen.
  • Zigzagverband: het zigzagverband is een variant op het diagonaalverband. Hierbij wordt de richting van de lagen afgewisseld per rijbaan. De ontmoeting van de haaks aansluitende straatvakken kan in verband worden gelegd of met een tussenlaag (net als de kantlaag). Het voordeel van het werken met een tussenlaag is dat hiermee gemarkeerd kan worden, bijvoorbeeld door gebruik van een kleur die afwijkt.
  • Sierverbanden: door de verschuiving in de toepassingen van straatwerk naar meer nadruk op esthetische kwaliteiten, staan verscheidende sierverbanden in de belangstelling. Dit kunnen varianten zijn op de standaardvarianten, bijvoorbeeld dubbel halfsteens, dubbel keperverband etc. Maar er zijn talloze andere variaties mogelijk, al dan niet in combinatie met het gebruik van andere materialen, zoals het vlechtverband, waaierverband, molewiek, klezoorverband, parketverband en koppenverband.

Wijze van bestraten[bewerken]

  • Onder de hamer; van oudsher worden klinkers met een straathamer in het zandbed onder profiel vastgetikt, waarna deze tegenwoordig worden aangetrild met een trilplaat. Dit is het meest arbeidsintensieve, maar geeft wel het beste resultaat.
  • Vlijen ofwel afrijen; eerst wordt het zandbed onder profiel gemaakt waarna de klinkers los worden geplaatst. Daarna volgt aantrillen met een trilplaat. Deze wijze wordt het meest toegepast.
  • Machinaal straten; door middel van een speciale machine die een m² laag stenen (van tevoren in verband gebracht pakket) oppakt en weglegt. Deze wijze is zeer rendabel voor grote oppervlakten, maar ook voor bijvoorbeeld stoepjes van 1,50 m breed. Er is een uitgebreid aanbod in bestratingmachines. Sinds 2010 is het uitgangspunt volgens de arbo-normen dat daar waar mechanisch aanbrengen van bestrating mogelijk is dit ook wordt gedaan.[1]

Aansluitingen[bewerken]

Vooral bij een niet haakse ontmoeting van twee straten moet zorg worden besteed aan de aansluiting van verbanden. Bij invlechting van de verbanden is het de beste manier om deze op een zo smal mogelijk dwarsprofiel te maken, dus iets verder dan de aansluiting en niet in de lijn van kantopsluiting. Ook bochten vragen speciale aandacht en daar moeten de vuistregels in acht worden genomen. Het keperverband kan vanuit de beide richtingen in het midden met vlechtwerk worden aangesloten. Het halfsteens verband wordt tot halverwege de bocht doorgezet en daar worden de stenen twee om twee of de lagen om en om in elkaar vervlochten.

Als algemene regel voor goed straatwerk luidt dat er geen kleinere steen dan een halve wordt gebruikt, dus bij voorkeur geen klezoren. Daarmee wordt het risico van mindere stabiliteit verkleind.

Arbo voorschriften[bewerken]

  • Situatie tot 2010:

In de beleidsregel ‘Tillen op Bouwplaatsen’ van de Nederlandse Arbeidsinspectie staat geformuleerd dat het verplicht is om machinaal te bestraten bij nieuw, aaneengesloten straatwerk met een oppervlakte van minstens 1500 m². Dit om de fysieke belasting van stratenmakers te verlichten. Machinaal bestraten is in bepaalde situaties moeilijk toe te passen. Vanwege veranderingen in de maatvastheid van de straatbaksteen lukt het vaak niet om mogelijkheden te creëren tot verantwoord machinaal bestraten. Normaal gesproken geldt dat handmatig tillen zoveel als mogelijk vermeden of beperkt wordt. Dit betekent dat straatstenen zwaarder dan 4 kilo of tegels zwaarder dan 9,5 kilo, daar waar mogelijk, machinaal of mechanisch verwerkt worden. De werkwijze die gehanteerd wordt is onder meer afhankelijk van het type straatwerk en het oppervlak van het straatwerk.

  • Situatie vanaf 2010:

De grens van 1500 m² is in januari 2010 losgelaten. Bij ieder werk dient mechanisch straatwerk als uitgangspunt genomen te worden. Dit betekent niet dat mechanisch straten in alle gevallen mogelijk is. Er blijven situaties waarmee handmatig straten noodzakelijk blijft, bijvoorbeeld door beperkingen in de beschikbare ruimte, eventuele taluds, verband en materiaal om mechanisch te kunnen straten.[2]. In een arbocatalogus beschrijven werkgevers en werknemers hoe te voldoen aan doelvoorschriften van de overheid voor veilig en gezond werken. Dit houdt in dat de arbeidsinspectie de publicatie zal hanteren bij het handhaven van arbeidsomstandigheden bij straatwerk. De normen voor het tillen blijven in de arbocatalogus-bestratingen van kracht en er zijn tevens eisen opgenomen voor het afrijen (vlak maken) van de aardebaan. Vanaf 40 strekkende meter en een breedte vanaf 2,50 meter moet dit ook mechanisch worden uitgevoerd.

Milieu[bewerken]

De gebakken straatbaksteen wordt gemaakt van natuurlijk materiaal. De grondstof is klei die afkomstig is van de sedimentatie van rivieren. Door afgraving op de juiste plaatsen kunnen die hun natuurlijke, meanderende loop behouden. Afgraving van klei wordt op veel plaatsen gevolgd door ontwikkeling van nieuwe natuur. Klei is geen eindige grondstof. Jaarlijks wordt er minstens evenveel sediment afgezet als de Nederlandse (straat)baksteenindustrie wint voor de productie van straatbakstenen en bakstenen. De afgraving van klei brengt nog een ander voordeel met zich mee: ze levert een bijdrage aan een betere hoogwaterbeheersing. Door kleiwinning wordt de winterbedding van een rivier verdiept, waardoor die een hogere opname- en afvoercapaciteit krijgt. Anno 2010 vindt kleiwinning vrijwel altijd plaats in projecten waarin de doelstellingen winning, natuurontwikkeling en hoogwaterbeheersing gecombineerd worden.

Geluidhinder[bewerken]

Rechts: geluidsabsorberende klinkers Links: conventionele klinkers. Beide zijn enkele maanden voor deze foto aangelegd bij renovatie van het wegdek.

Klinkers, zeker als ze wat langer geleden zijn aangebracht, maken meer lawaai als er met auto's overheen gereden wordt dan bijvoorbeeld asfaltbeton. Er bestaan varianten die minder geluid maken.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties