Zeeklei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zeeklei is klei die wordt afgezet door de zee en komt vooral langs de kust voor. Zeeklei is vruchtbare grond, in tegenstelling tot door de zee afgezet zand.

Ontstaan[bewerken]

In Nederland vindt men zeeklei in Groningen, Friesland, in Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Eilanden. De oudste zeeklei is afgezet vanaf het Vroeg-Holoceen, toen de zeespiegel sterk steeg door het smelten van het ijs. Langs de kust in west en noord Nederland lagen niet gesloten strandwallen, met daar achter een ondiepe lagune, vergelijkbaar met de huidige Waddenzee. Doordat de zee sediment bleef aanvoeren, kon gedurende een periode van een sterk stijgende zeespiegel het waddenmilieu in stand blijven. Uiteindelijk werd zo een dik pakket oude zeeklei gevormd.

Toen de strandwallen grotendeels gesloten werden kon er in het achterland veen groeien. Vanaf de vroege Middeleeuwen werd het veen ontgonnen en afgegraven, zo werden de kustgebieden steeds gevoeliger voor inbraken vanaf zee. Hierbij werden kreken gevormd en werd klei afgezet op het veen (jonge zeeklei). Vaak zijn delen van het door de zee overstroomde gebieden later weer ingepolderd. Zo kent men in Zeeland het oudland achter de oorspronkelijke strandwallen en het later ingepolderde nieuwland.

Kwelders en bewoning[bewerken]

De hoger opgeslibte plekken werden niet altijd met vloed overstroomd, hier kon vegetatie groeien en ontstonden kwelders. Omdat het land relatief droger was, konden hier mensen wonen. Bewoning van de zeekleigebieden in Noord-Nederland vond al op kleine schaal plaats vanaf de twaalfde eeuw v.Chr. Vanaf de zevende eeuw voor Christus werd de bewoning van de zeekleigebieden intensiever. In de kwelders werden in eerste instantie terpen opgeworden, vooral in Friesland, Groningen (wierden) en Noord-Duitsland (Warften); daarna, vanaf de tiende eeuw na Christus, werden de gebieden beschermd door zeedijken. Nog later begon men de meren in het binnenland, zoals de Haarlemmermeer en de Wieringermeer droog te maken. Dit wordt een droogmakerij genoemd.

Eigenschappen[bewerken]

Zeeklei heeft meestal een blauwgrijze kleur, rivierklei is bruin. Zeeklei bevat minder organische stof dan rivierklei, maar daarentegen meer kalk, afkomstig van schelpdieren.

Zeeklei is zeer vruchtbaar, dus gebieden met zeeklei worden vaak gebruikt voor akkerbouw. De waterhuishouding is goed en de gebieden in Nederland zijn bovendien op een goede manier verkaveld. Zware zeeklei zoals knipklei is minder geschikt voor akkerbouw, en wordt veelal als grasland gebruikt. De knipklei is veel in steenfabrieken gebruikt bij de vervaardiging van baksteen, dakpannen en gresbuizen. Soms treden problemen met zeeklei op, zoals inklinking en verzilting door sterke ontwatering.

Als de zeeklei is vermengd met zand, is het geschikt voor de teelt van bloembollen. Dat wordt geestgrond genoemd.

Bronnen, noten en/of referenties
  • (nl) Meulen, M. van der, Lang, F. de, Maljers, D., Dubelaar, W., Westerhoff, W., 2002. Grondstoffen en delfstoffen bij naam. Publicatiereeks grondstoffen 2002/21, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft & TNO-NITG, 96 pp. ISBN 90-369-5509-2. Grondsoorten en Delfstoffen bij naam