Kruidtuin (Brussel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zicht op de Botanique vanuit de tuinen

De Kruidtuin (Frans: Botanique) is een park in de Belgische hoofdstad Brussel dat werd aangelegd in 1826 als botanische tuin. Het is gelegen aan de rand van het Brusselse centrum in de gemeente Sint-Joost-ten-Node, niet ver van het station Brussel-Noord. De Kruidtuin huisvest ook een cultureel centrum van de Franse Gemeenschap van België. De "Botanique" is uitgegroeid tot een van de bekendste concertzalen in België.

Bekend citaat: “Brussel heeft twee wereldwonderen: de Grote Markt en het panorama van de Kruidtuin” – Victor Hugo.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste botanische tuin in Brussel was gelegen in de Ruisbroekstraat, in de tuin van het vroegere paleis van Karel van Lotharingen, waar toen een middelbare school was gevestigd. In 1826 werd het voortbestaan van deze botanische tuin bedreigd door de uitbreiding van de Koninklijke Bibliotheek en een aantal stadsvernieuwingsprojecten, waaronder de afbraak van de stadswallen. De amateursvereniging ‘De Koninklijke Maatschappij van kruid-, bloem- en boomkwekerijen der Nederlanden’ besloot een nieuwe botanische tuin aan de rand van de stad aan te leggen in een poging om zo veel mogelijk van de oorspronkelijke botanische tuin te redden. om de aanleg van een nieuw botanische tuin te financieren aan de rand van de stad. De 6,37 hectare van het terrein in Sint-Joost-ten-Node werden ingericht door tuinarchitect Charles-Henri Petersen en later gereorganiseerd op aanwijzingen van een van de stichters van de Tuinbouwvereniging, Jean-Baptiste Meeus-Wouters. De officiële opening van de Kruidtuin vond plaats in september 1829.

Ondanks een jaarlijkse regeringstoelage vanaf 1837, stapelden de financiële problemen van de tuinbeheerders zich op. Daarom verkochten ze een deel van het terrein voor de bouw van het station Brussel-Noord en begonnen ze ook met de verkoop van planten. Daardoor kwamen de oorspronkelijke didactische en wetenschappelijke doelstellingen in gevaar. Daarom besliste de Belgische Staat in 1870 om de tuin aan te kopen, om het panorama te beschermen en zowel de wetenschappelijke doelstelling van de Kruidtuin als het statuut van openbaar wandelpark veilig te stellen. Elk terras kreeg een specifieke stijl: het terras bovenaan werd aangelegd in Franse stijl, het midden in Italiaanse stijl, en onderaan in Engelse stijl. Uit die periode dateren de versieringen, rotspartijen, serre, enz. Het park werd tussen 1894 en 1898 ook aangekleed met 52 beelden onder supervisie van en deels ook uitgevoerd door Charles Van der Stappen en Constantin Meunier.

Nieuwe stedenbouwkundige projecten, zoals de Noord-Zuidverbinding en vooral de beperkte ruimte om al de collecties die in de loop der jaren werden samengebracht een plaats te geven, maakten het behoud van de Kruidtuin in Brussel onmogelijk. In 1939 verhuisde de botanische tuin naar Meise. Later werd het terrein nog verder verkleind voor de aanleg van de Kleine Ring, de Sint-Lazaruslaan (die de tuin in tweeën snijdt) en de verbreding van de Ginestestraat.

Voor de Wereldtentoonstelling van 1958 legde de Brusselse landschapsarchitect René Pechère de tuin opnieuw aan. Het was zijn bedoeling om de grote lijnen van de vroegere structuur en de merkwaardige bomen te behouden en die harmonisch te verweven met de nieuwe architectuur van de gebouwen in de omgeving. Hij legde ook de basis voor de nieuwe functie als openbare stadstuin.[1]

Cultureel centrum[bewerken]

De oranjerie werd tussen 1826 en 1829 gebouwd naar ontwerpen van Pierre-François Gineste. Zijn plannen inspireerden zich op de ambitieuzere projecten van Tilman-François Suys. Ze ligt helemaal bovenaan in de tuin en gebruikt de helling van het terrein voor de oriëntatie van de serres op het zuiden. Het gebouwencomplex omvatte serres, administratieve kantoren en wetenschapsruimten. Opmerkelijk aan het gebouw is ongetwijfeld de centrale rotonde met koepeldak. Tussen 1842 en 1854 werd de oranjerie in verschillende fasen vergroot (bouw van een portaal aan de Koningsstraat, een feestzaal, enz.). In de kelderverdieping van de Botanique werd het witloof ontdekt. In 1978 erft het ministerie voor de Franse Gemeenschap dit verlaten gebouw en dat beslist om er een cultureel centrum in te richten. De culturele activiteiten van de “Botanique” starten in januari 1984.[1]

Sinds het einde van de 20e eeuw wordt het uitsluitend als cultureel centrum gebruikt. De Botanique bestaat uit 8 zalen. De meest gebruikte zalen zijn de Orangerie (de grootste zaal, 700 staanplaatsen of 358 zitplaatsen), de Rotonde (250 staanplaatsen of 125 zitplaatsen) en de Witloof bar (200 staanplaatsen of 100 zitplaatsen). Meestal worden de zalen gebruikt voor concerten van nationale en internationale artiesten. Soms zijn er ook tentoonstellingen, theater- en filmvoorstellingen te bezichtigen.

Jaarlijks worden ook Les Nuits Botanique georganiseerd, een indoor muziekfestival dat iets meer dan een week duurt.

Bereikbaarheid[bewerken]

Nabij de Kruidtuin bevindt zich het gelijknamige metrostation Kruidtuin.

Fotogalerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. a b "De Kruidtuin. Resten van een glorierijk verleden"

Externe links[bewerken]