Casino-Kursaal Oostende
Het Casino-Kursaal of het Kursaal Oostende is een kursaal in de Belgische badstad Oostende. Het werd gebouwd in 1950 en is opgetrokken in witte portlandsteen, naar de plannen van de architect Leon Stynen. Het bevindt zich op de Zeedijk aan het uiteinde van de Leopold-II-laan. Het kursaal beslaat een oppervlakte van 1 hectare en is daarmee het grootste casino van Europa. In de zuilengalerij staan de bronzen Vier Elementen van Oscar Jespers.
Inhoud |
Geschiedenis van het gebouw [bewerken]
Voor 1878 [bewerken]
Het oorspronkelijke gebouw was een initiatief van kolenhandelaar en concessiehouder van het casino op het Wapenplein, Louis Vanden Abeele. Het gebouw is ontworpen door Hendrik Beyaert.
Het Kursaal werd ontworpen als een tijdelijke en gemakkelijk afbreekbare constructie omdat Oostende toen nog een vestingstad was en de zeedijk tot het militair domein behoorde. Het gebouw was hoofdzakelijk in hout opgetrokken. Centraal stond de concert- en balzaal versierd met mozaïeken. Aan weerszijden van een vooruitspringend overdekt terras stonden zeshoekige kiosken voor openluchtconcerten overdag. Zowel het interieur als het exterieur getuigden van een sterk Moors karakter.
Vanwege ruimtegebrek werd het Kursaal verbouwd in 1858 en 1865. De tweede verbouwing betrof onder andere een nieuwe feest- en concertzaal van ruim 800m2 met een glazen dak.
In 1877 werd het gebouw afgebroken en opnieuw opgebouwd in het Franse Rosendaël waar het nog 50 jaar als kursaal dienst deed.
1878 – Een nieuw gebouw, een nieuwe ligging [bewerken]
Met burgemeester van Iseghem als initiator werd een nieuw Kursaal gebouwd. Het nieuwe Kursaal werd ontworpen door Felix Laureys en Joseph-Jean Naert. Als locatie werd het westelijk uiteinde van de dijk gekozen. Deze nieuwe locatie werd vooral ingegeven door politieke beslissingen omdat hierdoor de naastgelegen gronden, die in het bezit waren van de overheid, sterk in waarde stegen.
1907 – Groter en meer luxe [bewerken]
Om het Kursaal Oostende nog meer te laten aanspreken, werden aan het einde van 19e eeuw gedurende acht winters renovatiewerken uitgevoerd. Hiervoor werd architect Alban Chambon ingeschakeld. Chambon stond een sprookjesachtig interieur voor ogen, waarbij hij veel gebruik maakte van marmer, eikenhout, graniet en mozaïek.
1940 – De afbraak [bewerken]
In 1940 werd het Kursaal vernietigd door de Duitse bezetters. In de plaats bouwden de Duitsers in 1943 een bunkercomplex dat hen een strategische belangrijke kijk op de zee gaf.
1953 – Een modernistisch Kursaal [bewerken]
Na de oorlog werd begonnen aan de wederopbouw van het Kursaal. De Antwerpenaar Léon Stynen was de architect. Zijn ontwerp werd gekozen vanwege de grote gebogen glazen gevels aan de zeezijde. Dit ontwerp was een rechthoekig volume met een halfronde uitbouw die de bocht van de zeedijk volgt. Dit Kursaal was groter dan zijn voorganger.
Voor die tijd werden enkele vooruitstrevende bouwtechnieken gebruikt. Het gebouw bestond grotendeels uit een skelet van gewapend beton en de meeste binnen- en buitenmuren hadden geen dragende functie. Voor de raamkozijnen werd aluminium gebruikt waarbij vooral de grootte van deze kijkvenster opviel.
Het oorspronkelijke ontwerp uit 1945 werd gedurende de bouw meerdere malen aangepast tot ergernis van Stynen.
Al bij het ontwerp had Stynen rekening gehouden met de kunst die het Kursaal moest versieren. Hieronder zaten wandschilderingen en beelden van onder andere Paul Delvaux.
In 1998 werd Kursaal Oostende erkend als beschermd monument.
Het Casino Oostende is gevestigd in het Kursaal, maar staat los van de exploitatie van Kursaal Oostende.