Lev Vygotski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lev Semjonovitsj Vygotski (Russisch: Лев Семёнович Выготский; Wit-Russisch: Леў Выгоцкі, Leŭ Vyhocki) (Orsja, 17 november 1896 - Moskou, 11 juni 1934) was een Russisch psycholoog en filosoof van Joodse afkomst. Hij was sterk beïnvloed door de ideeën van Karl Marx. Zijn werk werd niet gewaardeerd in de Sovjet-Unie waardoor het pas in 1958 bekend werd in de Westerse wereld. Vygotski overleed in 1934 aan de gevolgen van tuberculose.

Hij is vooral bekend geworden door zijn werkzaamheid in de linguïstiek. Hierin was hij voornamelijk bezig met de relatie tussen denken en taal, iets wat tot dan toe nog niet systematisch was onderzocht in de psychologie. Hiervoor ging men ervan uit dat spreken de uiterlijke expressie was van het denken, een innerlijk proces (Augustinus). We gebruiken taal als een middel om onze denkbeelden uit te drukken. Vygotski vond ondanks het intuïtief plausibele karakter hiervan dat het conceptueel niet helemaal juist was. Hij vond juist dat het denken geherstructureerd wordt als het in taal wordt uitgedrukt (of gecompleteerd zoals hij zei).

Ook is Vygotski bekend geworden door zijn onderzoek met kinderen. Hierin noemde hij het kind een afhankelijk individu, dat niet geïsoleerd kan leven. Terwijl Jean Piaget vooral de nadruk legde op de interactie van het kind met de fysische wereld, zag Vygotski het meer als de interactie met de sociale wereld. Het kind leert van de sociale omgeving en leert de taal op de eerste plaats om met anderen te kunnen spreken. Het begint het leren van taal door het luid uitspreken van woorden. Als het kind verder groeit, leert het de woorden te internaliseren, dat wil zeggen dat de taal op een sterk versimpelde manier (niet meer te herkennen als taal) zich in het hoofd afspeelt.

Verder is Vygotski bekend door de notie zone van de naaste ontwikkeling (zone of proximal development (ZPD)). Deze notie geeft Vygotski's kijk op de menselijke ontwikkeling weer: een kind heeft een bepaalde cognitieve ontwikkeling bereikt en kan nu met hulp van met name een docent de kloof naar de zone van de naaste ontwikkeling dichten. De docent dient er daarbij zorg voor te dragen - wil het leren succesvol zijn - dat het kind gebruik maakt van de 'tools' van het feitelijke cognitieve niveau.

Het werk van Vygotski is verbonden met de filosofische hypothese van 'linguïstische determinatie' (of Sapir-Whorfhypothese). Deze stelt dat de mens de wereld ervaart, niet alleen zoals hij die ziet, maar ook door de manier waarover hij er over praat. Verschillende talen hebben verschillende woorden (meer of minder, gedetailleerder of juist minder gedetailleerd) voor een bepaald voorwerp of verschijnsel, en de individuen die een bepaalde taal spreken, zien het voorwerp of verschijnsel dan zoals het in die taal is uitgedrukt. Ook het menselijk handelen kan hierdoor beïnvloed worden.

Bibliografie[bewerken]

  • The Psychology of Art (1925)
  • Consciousness as a problem in the Psychology of Behavior (1925)
  • Educational Psychology (1926)
  • Historical meaning of the crisis in Psychology (1927)
  • The Problem of the Cultural Development of the Child (1929)
  • The Socialist alteration of Man (1930)
  • Primitive Man and his Behavior (1930)
  • Mind and Society (1930)
  • Adolescent Pedagogy (1931)
  • Play and its role in the Mental development of the Child (1933)
  • Thinking and Speech (1934)