Lion Israel Enthoven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lion Israel Enthoven (Den Haag, 1787 - 1863) was concertmeester van de Franse Opera in Den Haag, president-directeur van de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij en medeoprichter van de koperpletterij E.B.L. Maritz en Comp.

Lion Israel was het vijfde kind van Israel David Enthoven (1754-1831) en Leentje Gelle Simons. Zijn vader was koopman en handelde in horloges en uurwerken [1]. Lion trouwde met Catharina Citty Davidson (1790). Hij was eerste violist en concertmeester van de Franse Opera en gaf daarnaast privé lessen. Eén van zijn leerlingen was Louis Ernest Maritz (1774-1851). De familie Maritz was vermogend en leende aan Enthoven geld voor zakelijke transacties.

L.I.Enthoven & Cie[bewerken]

Station Hollands Spoor in Den Haag
Hemsterhuisstraat, 1885 (brug GW36)
Boomsluitershade, 1861

In 1823 richtte hij met Edouard Bartholome Louis Maritz de eerste fabriek aan de noordoever van de Trekvaart (voorheen Zieke) op. De kade die na de sloop van dit bedrijf ontstond, heet Pletterijkade.Het was een koperpletterij en later een ijzerpletterij, bekend onder de naam E.B.I. Maritz & Cie.. De familie Maritz kwam uit Zwitserland en Edouard werkte voorheen bij de kanongieterij aan de Nieuwe Uitleg.

In 1848 kocht Enthoven zijn partner uit waarna hij het bedrijf voortzette als Metaalpletterij L.I. Enthoven & Cie. (Lion Israel), hetgeen later L.J. Enthoven (Leo John) werd en nog later N.V. Pletterij (tot 1969). De naamswijziging van L.I. naar L.J. was alleen omdat dit minder joods aandeed.

Het bedrijf maakte veel Haagse bruggen, gaslantaarns en (riool)putdeksels. Ook de metaalconstructies van het Staats Spoor (1870) en het Hollands Spoor werden door hun gemaakt. Hun grote concurrent was gieterij De Prins van Oranje. Het bedrijf was betrokken bij de aanleg van gasverlichting in Den Haag en later ook in Batavia en Soerabaja, waar voor dat doel lokaal twee fabrieken werden opgericht.

Na Lions overlijden in 1863 kwam het bedrijf in handen van zijn zoons Karel en Henrij Louis.

In 1867 deed Enthoven mee aan de wereldtentoonstelling in Parijs. Hun inzending was een gotische preekstoel van staal. De preekstoel is nu in bezit van het Rijksmuseum.

Rond 1870 had de pletterij 600 man in dienst, waarvan velen in de kanongieterij gewerkt hadden. Toen de pletterij in 1871 een grote opdracht van het Staatsspoor kreeg vonden de werknemers dat een goed moment om loonsverhoging te vragen. Er kwamen enkele toezeggingen maar het liep uit op een staking. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen werd besloten de Haagse Metaalbewerkersvereniging Vooruit op te richten.

N.V. Pletterij en het ernaast gelegen bedrijf Spoorijzer werden in 1969 overgenomen door bouwconcern Nederhorst en samengevoegd tot één bedrijf.

Bronnen, noten en/of referenties