Loogkruid
| Loogkruid | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Salsola tragus | |||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||
| Salsola L. (1753) |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Loogkruid (Salsola) is een geslacht van bloeiende planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae). Het geslacht bevat kruidachtige planten, halfstruiken, struiken en kleine bomen. Het geslacht komt van nature voor in Afrika, Azië en Europa.
De biotoop van de planten bestaat vaak uit vlakke, droge of ietwat zouthoudende grond. Sommige soorten groeien in zoutmoerassen en zijn zogenaamde halofyten.
Recente fylogenischee studies (Pyankov et al., 2001) hebben echter aangetoond dat het geslacht, zoals het traditioneel werd voorgesteld, parafyletisch is. Veel soorten komen in aanmerking om naar andere geslachten te worden overgebracht.
Sommige soorten (onder meer de soorten die voorkomen in de Nederlandse duinen) raken in de herfst los van de ondergrond en rollen, voortgedreven door de wind, soms ettelijk honderden meters verderop. Ook gebeurt het dat verschillende struikjes aan elkaar 'klitten' en zo een grote bol vormen. Deze eigenaardigheid - vergelijk het Amerikaanse 'tumbleweed' - dient slechts tot de zaadverspreiding.
Taxonomie [bewerken]
In de Benelux komt loogkruid voor met twee ondersoorten:
- Salsola kali subsp. kali: stekend loogkruid
- Salsola kali subsp. ruthenica: zacht loogkruid
Ecologische aspecten [bewerken]
Soorten in dit geslacht zijn waardplant voor Lasiocampa serrula, Orgyia josephina en Parnassius apollonius.