Marcel Mariën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Marcel Mariën (Antwerpen, 1920 - Brussel, 1993) was een surrealistische kunstenaar. De in Antwerpen geboren (maar Franstalige) Belg was een dichter, fotograaf, essayist, schrijver van pamfletten en korte verhalen, toneelschrijver, filmmaker, uitgever en maker van collages, assemblages en surrealistische fotos.

Levensloop[bewerken]

Op jonge leeftijd maakt Mariën kennis met het Belgische en Franse surrealisme van onder meer René Magritte, Paul Colinet, Louis Scutenaire, René Char, Paul Eluard en zijn boezemvriend Paul Nougé. Reeds op 18-jarige leeftijd schrijft hij zijn eerste boek, La Chaise de Sable en worden er teksten van hem gepubliceerd in de London Bulletin. Taal zal een blijvend uitgangspunt vormen voor Mariën. Zo zal zijn plastisch werk vaak op woordspelingen en poëtische invallen gebaseerd zijn.

Kort na zijn kennismaking met het surrealisme begint Mariën met het maken van collages en assemblages. Een klassieker is L'introuvable ("De/Het onvindbare"): een brilmontuur met één glas en twee oren, die hij maakte nadat hij in 1937 toevallig zijn bril had gebroken.

Mariën wordt in de Tweede Wereldoorlog enige tijd door de Duitsers geïnterneerd in drie verschillende gevangenkampen.[1]

Zijn film L’Imitation du Cinéma (1959) veroorzaakt een schandaal tijdens de première in Brussel. De film wordt vertoond in Antwerpen, Luik en Parijs (waar verdere vertoning ervan verboden wordt). In 1967 heeft hij zijn eerste persoonlijke tentoonstelling in een Brusselse galerij.

Relatie met Magritte[bewerken]

In 1943 publiceert hij de allereerste monografie gewijd aan René Magritte. Pikant detail: in 1942 verkoopt Mariën in Parijs onder meer vervalste schilderijen van de hand van de armlastige... René Magritte. In 1953 gaat hij samen met Magritte trouwens opnieuw de criminele toer op: ditmaal probeert hij zonder veel succes een aantal (grof) vervalste briefjes van 100 franc om te ruilen aan de Belgische kust... gedrukt door René en zijn broer, de musicus Paul Magritte.

In 1962 komt het tot een definitieve breuk met Magritte nadat Mariën diens (volgens hem) steeds commerciëler en mondainer wordende levenswandel in een pamflet hekelt ("La Grande Baisse").

In 1983 kijkt Mariën in zijn memoires Le Radeau de la Mémoire terug op zijn surrealistische verleden. Magritte's weduwe Georgette probeert de publicatie van het boek tegen te houden omdat hierin het verleden van haar echtgenoot als vervalser expliciet uit de doeken wordt gedaan. De rechtbank stelt haar in het ongelijk.

Mariën inspireerde zijn leerling Jan Bucquoy tot het openbaar verbranden van een schilderij van Magritte tijdens een happening in 1991 als een vorm van provocatie.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties