Middelduits
Het Middelduits is een verzameling variëteiten van de Duitse taal, naast het Opperduits en het Nederduits. Hun verspreidingsgebied is gelegen ten zuiden van de Benrather linie en ten noorden van de Spierse linie. Het taalgebied beslaat ongeveer de middelste Duitse deelstaten van de westelijke grens tot aan de oostelijke grens.
Het Middelduits heeft gedeeltelijk de Hoogduitse klankverschuiving ondergaan, namelijk alleen de eerste en de vierde fase, en wordt daarom tot het Hoogduits gerekend. Een klein gedeelte van het Nederlandse taalgebied wordt er ook toe gerekend, namelijk het Zuidoost-Limburgs bij Kerkrade en Vaals. Dit gebied loopt door in het noordoosten van de Belgische provincie Luik.
[bewerken] Indeling
De groep Middelduitse dialecten kan in twee deelgroepen worden verdeeld. Deze tweedeling is gebaseerd op de grenzen van de Duitse deling na de Tweede Wereldoorlog.
- West-Middelduits , iets meer dan de helft tot 2/3 van het gebied bestrijkend. Hiertoe behoren:
- 1. Ripuarisch (onder meer Keuls)
- 2. Moezelfrankisch
- 3. Luxemburgs
- 4. Rijnfrankisch
- 5. Lotharings Frankisch
- 6. Oosthessisch
- 7. Nordhessisch
- 8. Middelhessisch
- Oost-Middelduits, ongeveer 1/3 tot iets minder dan de helft van het gebied bestrijkend. Hiertoe behoren:
- 9. Thürings
- 10. Hoogsaksisch
- 11. Nordobersächsisch
- 12. Lausitzisch-Neumärkisch[1]
- 13. Silezisch
- 14. Hoogpruisisch
Soms worden nog twee meer centraal-zuidelijke Frankische dialecten, het Zuid-Rijnfrankisch (onder meer rond Karlsruhe en Heidelberg) en het Main- of Oostfrankisch (onder meer rond Eisenach, Plauen en Bamberg) ook nog tot het Middelduits gerekend, maar zij vormen overgangsdialecten naar het Opperduits.
[bewerken] Voetnoten
- ↑ Ludwig Erich Schmitt (Hrsg.): Germanische Dialektologie. Franz Steiner, Wiesbaden 1968,p. 143