Vaals (plaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vaals
Vols
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Vaals (plaats)
Vaals (plaats)
Situering
Provincie Vlag Limburg Limburg
Gemeente Vlag Vaals Vaals
Coördinaten 50° 46′ NB, 6° 1′ OL
Algemeen
Inwoners (2005) 7360
Hoogte 200 m
Overig
Postcode 6290-6291
Netnummer 043
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Vaals (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)) (in de eigen streektaal, het Völser-plat, Vols genaamd) is de hoofdplaats van de Nederlandse gemeente Vaals, gelegen in het uiterste zuidoosten van Limburg. Het dorp ligt aan de rijksgrens van Nederland, nabij het drielandenpunt met België en Duitsland, ten westen van de Duitse stad Aken. Vaals heeft ruim 7000 inwoners en is daarmee de grootste plaats binnen de gemeente.

Ligging[bewerken]

Vaals ligt in het dal tussen de Sneeuwberg in het noorden en de Vaalserberg in het zuiden. De Vaalserberg, vroeger Hubertusberg geheten, is het hoogste punt van het vaste land van Nederland met 322,5 meter NAP, waar zich ook het Vaalser Drielandenpunt bevindt. Een uitloper van de Vaalserberg is het Bokkebosje. De Sneeuwberg ten noorden van het dorp dankt zijn naam aan de kalkgrond welke in de zomer een opvallend lichte kleur heeft ten opzichte van de omringende gronden.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste vermelding[bewerken]

De plaats Vaals wordt voor het eerst vermeldt in 1041. De plaats heet dan ‘Vals’ of ‘Vallis’ (betekenis: ‘dal’), omdat ze zich in een vallei of dal bevindt, terwijl Aken in het vulkaangebergte lag. Het centrum van de plaats lag destijds in het huidige Holset, waar ook een hoge rechtbank was gevestigd. In het gemeentewapen van Vaals (13 augustus 1890), wordt dan ook de heilige bisschop Lambertus afgebeeld die patroonheilige van Holset was. Rondom deze tijd hoorde het dorp tot het Land van 's-Hertogenrade, dat deel uitmaakte van de drie landen van Overmaas.

Kruispunt van heerbanen[bewerken]

Doordat door Vaals twee heerbanen liepen, de Oude Akerweg van Maastricht naar Aken en de weg van Rolduc naar Moresnet, ontstond er doorheen de tijd een kleine nederzetting in de vallei. De heerbanen zorgden tevens ervoor dat de inwoners van Vaals regelmatig reizende legermachten over zich heen kregen. Zo zou in 1568 het leger van Willem van Oranje, dat richting Maastricht naar de Spanjaarden trok, door Vaals trekken en de toenmalige St.-Pauluskerk plunderen.

Protestantse kerkgangers[bewerken]

Toen de landen van Overmaas in 1661 verdeeld werden tussen de Habsburgers en de Nederlandse Republiek, In 1661 werd Vaals toegewezen aan het Staatse. Samen met de omliggende dorpen Vijlen en Holset vormde Vaals een geïsoleerde enclave van de Republiek. Het werd van de overige landen van Overmaas namelijk gescheiden door het Habsburgse graafschap van Witten. Hierbij waren de grenzen tussen Vaals en de omliggende gebieden niet alleen politiek, maar ook religieus van aard. Terwijl de Republiek calvinistisch was, waren Aken, Limburg en Wittem radicaal katholiek.[1] Dat zorgde er voor dat Vaals in die tijd door veel protestantse kerkgangers werd overspoeld. Zij waren niet alleen afkomstig uit het katholieke Aken, maar kwamen ook vanuit het latere België. Onder bescherming van de Staten-Generaal van de Nederlanden was het deze protestanten toegestaan om in Vaals kerkdiensten te houden. Dat verklaart het opmerkelijk grote aantal protestantse kerken in de plaats. Volgens de historicus Benjamin Kaplan tellen oude akten over Vaals in 1750 amper vijftien stenen huizen in de dorpskern. Dit is weinig. Doordat honderden protestanten uit het grensgebied in Vaals een toevluchtsoord begonnen te zoeken voor de uitoefening van hun godsdienst, groeide echter het aantal kerken en huizen. De plaats kende hierdoor een Nederduits-gereformeerde, een Waalse (Franstalige), een Lutherse en een doopsgezinde kerk. De katholieken van Vaals bleven naast deze protestantse invloeden de oude parochiekerk in het dorp gebruiken en kozen ervoor om hun kerkgebouw architectonisch te verbinden met de Hervormde Kerk.[2] Vermeldingswaardig is verder nog dat de Lutherse kerkgemeenschap in Vaals gesticht werd in 1669 door de Akenaar Johann Adam Clermont (1673-1731). In 1695 kocht deze kerkgemeenschap een oude kopermolen voor het houden van haar kerkdiensten.

Industrieplaats[bewerken]

Het zou echter nog een eeuw duren, voordat Vaals grote naambekendheid kreeg en de welvaart floreerde. Dit gebeurde onder andere door de Akense lakenfabrikant Johann Arnold von Clermont (1728-1795). In zijn tijd emigreerden veel Lutherse ondernemers vanuit Aken naar het omringende platteland. Hier genoten zij meer godsdienstvrijheid en golden ook de beperkende reglementen van de Akense gilden niet. Johann Arnold von Clermont vestigde zich zodoende vanuit Aken in 1761 in Vaals. Hij kocht er het vervallen kasteel Vaalsbroek en de bijbehorende Vaalsbroekermolen van baron Anton Ullrich de Lamberts de Cortenbach. Vanuit zijn ondernemingen in Vaals richtte hij er vervolgens vanaf 1765 zijn textielimperium op. Hij was niet de eerste die dit deed. Al in 1699 kende Vaals een florerende naaldenfabriek in de Kerkstraat (ejen Schatull) die opgericht was door de familie Trostdorff. Daarnaast dienden ook de Cereshoeve en Im Bau in de Tentstraat als naaldenfabrieken. De Von Clermonts vulden deze bedrijvigheid aan met hun eigen textielnijverheid. Vaals groeide daarmee uit tot industrieplaats. Doordat de fabriek zaken deed in België, Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk, Polen en Rusland, zorgde dit voor grote bekendheid van de plaats. In 1717 mocht Vaals al de Russische tsaar Peter de Grote verwelkomen en in 1803 de Franse keizer Napoleon Bonaparte.

Omstreden gebied[bewerken]

Het Weense Congres bepaalde vervolgens in 1815 dat Limburg, waarin Vaals zich bevond, bij het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden hoorde. Met de vrijmaking van België in 1830, hoorde Vaals echter van 1830 tot 1839 voor een korte tijd bij België. Rondom deze tijd kende Vaals een groeiende armoede. Haar industrie liep aanzienlijk terug en was enkel nog bekend als uitgangsplaats door de aanwezige speelbanken. In Duitsland was er sprake van het ‘Vaalser Paradijs’ (Vaalser Paradies).

Vier grenzen[bewerken]

Van 1839 tot 1919 kende de plaats zelfs vier grenzen. Er was sprake van een Viergrenzenpunt met de grenzen van Pruisen, Nederland, België en Neutraal Moresnet. Na de Eerste Wereldoorlog kwam Neutraal Moresnet bij het koninkrijk België en kreeg het de naam Kelmis/La Calamine. Vaals probeerde vervolgens haar industrie en toerisme te bevorderen. Dat gebeurde door vanaf 1922 tot 1924 een trambaan te openen tussen Maastricht en Aken.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Toen de landgrenzen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gesloten, raakte Vaals geïsoleerd. Daarna kwam vooral het winkeltoerisme weer op gang. Duitsers kwamen dagelijks naar Vaals om er te winkelen. Dit leidde ertoe dat Vaals tegenwoordig bekend staat als forenzengemeente, omdat ze haar inkomsten grotendeels uit het winkeltoerisme haalt.

Bevolking[bewerken]

Het dorp Vaals functioneert al sinds de 18e eeuw als een voorstad van de Duitse stad Aken. Vaals ligt tegen de Akense wijk Vaalserquartier aan en veel inwoners werken in de regio Aken. Ongeveer een derde van de Vaalser bevolking heeft de Duitse nationaliteit. Nadat het aantal in Vaals wonende Duitsers in de laatste decennia van de twintigste eeuw enigszins was gedaald, is dit in recente jaren weer fors gestegen door de relatief lage huizenprijzen in Vaals.[3] Desondanks neemt de bevolking van Vaals al sinds de jaren 1990 af.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Veolia Transport Nederland verzorgt vanuit Vaals een drietal buslijnen. Lijn 61 verbindt een aantal dorpen binnen de gemeente Vaals met Gulpen. Lijn 43 en 50 vormen de hoofdverbindingen met Heerlen en Maastricht. Laatstgenoemde buslijn is tevens een snelle verbinding met station Aachen Hauptbahnhof. De Akense openbaarvervoersmaatschappij ASEAG onderhoudt eveneens een regelmatige busverbinding tussen het grensdorp en de domstad. Er is daarnaast ook elk uur een busverbinding met Gemmenich, Kelmis en Eupen in het Duitstalige gedeelte van België.

Tot 1974 was Vaals ook per tram vanuit Aken bereikbaar (zie Tramlijn Maastricht-Vaals). In de periode 1922-'38 reed er een stoomtram vanaf Vaals naar Wijlre, Gulpen en vanaf 1925 ook naar Maastricht. De Vaalser tramhalte was gelegen aan het pleintje aan het uiteinde van de huidige Prins Bernhardstraat, waar het stationsgebouw (Station Vaals) nog steeds het straatbeeld bepaalt.

Rijksmonumenten, beschermd dorpsgezicht[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van rijksmonumenten in Vaals (plaats) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De plaats Vaals telt 75 rijksmonumenten. Onder de rijksmonumenten bevinden zich meerdere religieuze gebouwen, te weten de Hervormde Kerk (voormalige rooms-katholieke parochiekerk met middeleeuwse toren), de Lutherse kerk, de Waalse Kerk, de Sint-Pauluskerk en de kapel van het Camillianenklooster (thans Museum Vaals).

Een deel van het centrum van Vaals heeft de status van beschermd dorpsgezicht: het rijksbeschermd gezicht Vaals en de uitbreiding daarop. Ook de bij Vaals behorende buurtschap Raren heeft een beschermd dorpsgezicht.

Bekende Vaalsenaren[bewerken]

Archieven[bewerken]

De doop-, huwelijks- en overlijdensregisters van Vaals beginnen in 1600. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen Sint Paulus Vaals, Holset en Vijlen. Zie: Zoekakten.

Literatuur[bewerken]

  • 2014, Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.
  • 2000, Frits Kern, Dolf Baltus, e.d. Tussen twee grenzen 1900-2000. Vaals: Heemkundekring Sankt Tolbert Vaals.
  • 1941, J. Th. H. de Win, De Geschiedenis van Vaals. Vaals: Gemeente Vaals.

Gallerij[bewerken]


  1. Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting, (Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2014), 21.
  2. Benjamin Kaplan, Cunegondes ontvoering: Een geschiedenis van religieuze strijd in de tijd van de verlichting, (Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2014), 26.
  3. Zie artikel 'Steeds meer Duitsers verhuizen naar Vaals' in Dagblad De Limburger, 7-11-2014, p. B4.