Normaal Amsterdams Peil
Het Normaal Amsterdams Peil (meestal afgekort tot NAP) is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.
Van oorsprong kwam het NAP overeen met de geoïde, maar tegenwoordig komt dit niet meer geheel overeen. Het Europese ETRS89 (European Terrestrial Reference System 1989) is sinds 1 oktober 2000 het officiële driedimensionale coördinatenstelsel van Nederland. Het Europese hoogtesysteem EVRS (European Vertical Reference System) gebruikt het NAP als referentievlak.[1]
Voor het gemak wordt het NAP vaak gelijkgesteld aan het gemiddeld zeeniveau. Historisch ligt het NAP echter dichter bij het gemiddelde hoogwaterniveau in het IJ voor de afsluiting.
Inhoud |
[bewerken] Peilmerken
Het NAP-net bestaat uit ongeveer 50.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP, aangebracht in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 250 ondergrondse peilmerken. De onderlinge hoogteverschillen tussen de peilmerken wordt nauwkeurig vastgelegd.
Als gevolg van bodembewegingen treden er voortdurend veranderingen op. Eens in de 10 jaar bepaalt Rijkswaterstaat opnieuw de hoogte van de meeste peilmerken. De gegevens van de peilmerken worden bekend gemaakt in een NAP-peilmerkenlijst, waarin de gemeten hoogte t.o.v. het NAP-vlak staat aangegeven en de gegevens waar het merk te vinden is.
In 1818 werd het Amsterdams Peil (AP) als vergelijkingsvlak voorgeschreven. In 1829 werd het AP voorgeschreven nulpunt voor alle peilschalen in Nederland. Na de eerste nauwkeurigheidswaterpassing (1875-1885) werd de naam Normaal Amsterdams Peil, N.A.P. ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het NAP-net in Nederland is opgedragen aan de Rijkswaterstaat, de Meetkundige Dienst van de Rijkswaterstaat was daarmee belast. Inmiddels worden deze taken uitgevoerd in opdracht van de Data-ICT-Dienst van de Rijkswaterstaat.
[bewerken] Geschiedenis
Het NAP is het genormaliseerde Amsterdams Peil (AP).
Dit AP was het Stads Peijl dat in 1684 was bepaald en was afgeleid aan het gemiddelde zomervloedniveau van het IJ en dus het hoogwaterniveau. Dit peil werd vastgesteld op negen voet 5 duym (= 2,67689 meter) beneden de Zee Dyks Hooghte die was aangeven door middel van een groef in een merksteen. De stenen werden in opdracht van burgemeester Hudde aangebracht in de Eenhoornsluis, Nieuwe Haarlemmersluis, Oude Haarlemmersluis, Nieuwe Brugsluis, Kolksluis, Kraansluis, West-Indische sluis en de Scharrebiersluis in Amsterdam. Van deze stenen is alleen die in de Eenhoornsluis (Korte Prinsengracht ter hoogte van de Haarlemmerdijk) nog over. Deze steen, nu aangeduid met Huddesteen, en de sluis zijn in 2005 tot monument verklaard.[2]
In 1860 werd ter vergelijking het AP overgebracht naar andere gebruikte peilen. Hierbij bleek echter een fout te zijn ontstaan. Dit werd van 1885 tot 1894 gecorrigeerd (genormaliseerd). Ter onderscheid werd het verbeterde peil NAP genoemd. AP en NAP zijn dus hetzelfde. De aanduiding 'Normaal' gaf in de tussenliggende periode alleen aan dat het om een gecorrigeerde (genormaliseerd, vandaar de 'N') hoogte ging. Een (nog) niet-gecorrigeerde hoogte bleef, tot het moment van corrigeren, aangeduid met AP. Nadat alle punten genormaliseerd waren bleef de aanduiding NAP gehandhaafd.
Aanvankelijk werd de betekenis van de toegevoegde letter 'N' niet genoemd, waardoor mensen gingen speculeren over de betekenis ervan. De betekenis 'nieuw' of 'nauwkeurig' lag voor de hand, maar in de notulen van de 46e vergadering van de Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing wordt gesproken van Normaal Amsterdams Peil.
In 1879 werd Pruisen aangesloten op het NAP. Het peil heet hier Normalnull (NN = NAP). In 1973 volgden andere Europese landen.
In België ligt het nulniveau 2,33 meter lager.
[bewerken] Huidige ijkpunten
- Ter verzekering van het NAP is een bronzen bout op een 22 meter lange heipaal onder de Dam in Amsterdam aangebracht. Dit punt geldt per definitie als 1,43 meter boven NAP en is dus het uitgangspunt. Hier bovenop is metalen gedenkplaat aangebracht in het plaveisel.
- In de Stopera is een tweede bout aangebracht, die op het NAP zit. Deze heeft geen betekenis anders dan een ceremoniële en toeristische.
- Van de oorspronkelijke "Hudde-stenen" is alleen die in de Eenhoornsluis nog over, al wordt deze al sinds 1867 niet meer gebruikt als ijkpunt, 'vermoedelijk omdat de hoogte teveel afwijkt van die van de andere stenen[3]. Toch is deze steen in 2007 weer opgenomen in het NAP, waarbij bleek dat deze 2,615 m boven NAP lag, 61 mm lager dan in 1683[4].
[bewerken] Extremen
- Het laagste punt van Nederland ligt op 6,76 meter onder het Normaal Amsterdams Peil in Nieuwerkerk aan den IJssel.
- Dicht bij het drielandenpunt op de Vaalserberg bevindt zich het hoogste punt van het Nederlandse vasteland (NAP + 322,20 m). [5] In de lijst van hoogste punten in Nederland staan de hoogste punten per provincie. Ter vergelijking: de hoogte van de zendmast de Gerbrandytoren te IJsselstein bedraagt 367 m.
[bewerken] Opmerkelijke verschillen
Binnen 1 kilometer van elkaar af liggen de ENCI-groeve NAP + 5 meter (diepste punt), de Maas (stroomt op NAP + 45 meter) en d'n Observant (steekt 170,8 meter boven NAP uit).
[bewerken] Zie ook
- Driehoeksmeting
- Hoogte (geografie)
- Landmeten
- Lijst van referentiepunten bij hoogtemetingen
- Rijksdriehoekscoördinaten
- Tweede Algemene Waterpassing, referentieniveau in België.
- Waterpasinstrument
[bewerken] Externe links
- Bezoekerscentrum Normaal Amsterdams Peil te Amsterdam
- De Geschiedenis van het NAP door Frans Kwaad
- Rijksdriehoeknet en NAP
- Actueel Hoogtebestand Nederland
Bronnen, noten en/of referenties
|