NSU Ro 80

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
NSU Ro 80
Nsu-ro-80-1.jpg
Merk NSU
Vlag van Duitsland Duitsland
Type Ro 80
Productiejaren 1967-1977
Productieaantal 37.395
Koetswerkstijl

4-deur sedan

Motor

4 takt Wankelmotor 2x497,5 cc

Vermogen in pk 115
Overbrenging

halfautomaat met 3 vers.

Afmetingen (LxBxH) 4,78 x 1,76 x 1,41 m
Massa 1280 kg
Tankinhoud 83 l
Verbruik 11,5 & 22 = 16,7 l/100 km
Portaal  Portaalicoon   Auto
NSU Ro 80, IAA-Modell, Museum Autovision, Altlußheim, Deutschland.

De NSU Ro 80 was een limousine uit de hogere klasse van automerk NSU. Hij verscheen in 1967 met een revolutionair aerodynamisch koetswerk dat zijn tijd ver vooruit was. De hoge achtersteven en de ronde vormen werden pas in de jaren tachtig de regel. De Wankelmotor van 115 pk was ook zeer ongewoon. De NSU Wankel Spider was in 1963 de eerste die hem kreeg en er waren nog heel wat problemen mee.

Van het model NSU Ro 80 werden tussen 1967 en 1977 37.395 exemplaren gebouwd. De Ro 80 haalde een top van 181 km/u en versnelde van 0 tot 100 km/u in 13 seconden. In februari 1968 werd te Amsterdam een trofee uitgereikt omdat de Ro 80 in 1967 met een overweldige meerderheid der stemmen was uitgeroepen tot "Auto van het Jaar".

Planning[bewerken]

In 1961 plande de Duitse autofabriek NSU een grote representatieve auto om de Wankelmotor een vooruitstrevend imago te geven. In die tijd maakte NSU alleen auto's in de economyklasse.
In het Wald-und-Schlosshotel te Friedrichsruhe, 30 km ten oosten van Neckarsulm, kwamen de heren Praxl (projectleider), Froede (onderzoek), Sussner (productie) en Strobel (constructie) bijeen. Daar legden ze de lijnen van de nieuwe auto vast. Het moest een sportieve middenklasse wagen worden met een tweeschijfs-Wankelmotor voorin, en achterwielaandrijving. Verder ook een hydraulische versnellingsbak met sperdifferentieel, luchtvering en schijfremmen.

Ontwerp[bewerken]

Het feitelijke ontwerp van de wagen gebeurde onder de projectnaam T80 (Typ 80). Claus Luthe was de hoofdontwerper. Josef Erlewein ontwierp het koetswerk en Otto Erlewein het interieur. De bedoeling was om er een exclusieve auto van te maken. Er werd een gewicht van 800 kg vooropgesteld, een vermogen van 80 pk, een verbruik van 8 l per 100 km, en een prijs van 8000 DM (€ 4090).

Omdat Wankelmotoren een hoog verbruik hebben moest het koetswerk goed gestroomlijnd zijn. In de jaren '60 was aerodynamica voor auto's nog geen punt[bron?], en daarom werd hier aan pionierswerk gedaan.[bron?] Verder kreeg de wagen ook een groot glasoppervlak waarmee een goed zicht verzekerd is. In 1963 werd een eerste houten model op ware grootte gemaakt (mock-up). In 1964 volgde het interieur. In het eerste ontwerp daarvan werd het dashboard met opbouwstuk voor de bestuurder te modern bevonden. De directie wilde de auto ook aan mensen met een traditionele smaak verkopen en dus werd het vervangen door de klassieke doorlopende balk.

Naam[bewerken]

De naam Typ 80 kon niet behouden worden omdat Mercedes-Benz al een wagen met die naam had. Rotary 80 kon niet worden gebruikt omdat er al Rotary clubs bestonden. Delphin leek te veel op de Dauphine van Renault. Rota was reeds de naam van motorenbouwer uit Oostenrijk, en dus bleef Ro 80 over.

Introductie[bewerken]

De NSU Ro 80 werd in september 1967 voorgesteld op de Internationale Automobilausstellung in Frankfurt. Hij kreeg er ook de titel "Auto van het Jaar 1967".

Fusie[bewerken]

Op 10 maart 1969 tekenden Auto Union GmbH en NSU een fusieovereenkomst. De oprichting van de nieuwe onderneming Audi NSU Auto Union AG ging met terugwerkende kracht in op 1 januari 1969. De hoofdzetel kwam in Neckarsulm.

Tot 1973 steeg de productie van de Audi's en de NSU's gestaag. In 1974 vertoonde de wereldeconomie de eerste symptomen van de oliecrisis. De productie moest worden verminderd van 400.000 naar 330.000 eenheden.

Aanpassingen[bewerken]

Ro 80 uit 1975.

1970:

1971:

  • chassisnummers beginnen voortaan met 08 in plaats van 380 (modeljaar 1971 begint na zomervakantie in aug 1970)
  • modeljaar wisseling voortaan na fabriekszomervakantie

1972:

  • voorwielophanging krijgt andere schokdempers
  • fusiestuk van aluminium
  • automatische choke
  • nieuwe carburateur
  • ontsteking wordt naar het schutbord verplaatst
  • ontstekingskast krijgt 8 polen
  • na-verbranding om aan Amerikaanse uitlaatgasemissie-eisen te voldoen
  • ruitenwisser-armen worden mat-zwart

1973:

  • aanpassing remschijven en assen
  • nieuwe voorstoelen (van de Audi 100) zonder hoogteverstelling
  • interieur (vloermatten) uit 2 delen in plaats van een zeer gecompliceerde legpuzzel van vloermatten
  • dubbele register carburateur wordt vervangen door een dubbele valstroomcarburateur met één huis
  • echt leer niet meer leverbaar

1974:

  • koelwatertankje van plastic
  • verbeterde choke
  • spanningsregelaar wordt geïntegreerd in de dynamo
  • duidelijke en grotere cijfers op het instrumentarium

1975 :

  • ontstekingstijdstip voor nieuwe motoren gewijzigd (27 graden bij 5000 rpm)

1976- De enige grote facelift:

  • grote achterlichten.
  • stootrubbers op voor- en achterbumpers
  • nieuw logo op kofferdeksel
  • nieuwe sluiting kofferdeksel met ingebouwd slot
  • kentekenplaat komt boven bumper en tussen de achterlichten
  • eenvoudigere aansturing van de na-verbranding
  • verbeterde standdichtingen van de rotoren (zogenaamde C-afdichting)
  • toerenteller met groene markeringen voor indicatie meest gunstige verbruikstoerentallen

1977:

  • versterking en wijziging versnellingsbak (vanaf baknr 38348) ter voorbereiding van een krachtiger motor die echter niet werd ingevoerd
  • terugslagventiel in oliedosering.

Einde[bewerken]

In maart 1977 werd de laatste Ro 80 geproduceerd.[1] Dit betekende tevens het einde van NSU. Vanaf dan droegen alle in Neckarsulm gebouwde auto's de merknaam Audi. De nieuwe, sterkere motor die voor de Ro 80 was gepland werd uiteindelijk in de Audi 100 toegepast.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dit exemplaar staat nu in het Deutsches Museum te München.