Park Chung-hee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Park Chung-hee
Park Chung hee.jpg
Hangul 박정희
Hanja 朴正熙
Herziene Romanisatie Bak Jeonghui
McCune-Reischauer Pak Chǒnghǔi

Park Chung-hee (Hangul: 박정희) (Gumi, 30 september 1917 - Seoul, 26 oktober 1979) was de president van Zuid-Korea van 1963 tot aan zijn dood in 1979. Hij is tevens de vader van Park Geun-hye, de huidige president van Zuid-Korea.

Aanloop[bewerken]

Syngman Rhee verstevigde op oneigenlijke wijze zijn positie in de regering en liet zich in 1954 voor een periode van acht jaar herverkiezen. Aan zijn bewind kwam echter een einde na een studentenopstand in 1960. Yun Bo-seon werd toen verkozen tot president, maar deze werd in 1961 door majoor-generaal Park Chung-hee door middel van een staatsgreep weer afgezet. Park Chung-hee was ontevreden over de maatregelen die de regering had genomen.

Regering[bewerken]

De nieuwe militaire leiders beloofden om het land snel weer een democratisch gekozen bestuur te geven. Hoewel de militairen ook beloofden zich niet beschikbaar te stellen voor het presidentschap, brak Park Chung-hee deze beloften en won de verkiezingen van 1963 met een krappe meerderheid. Ook in 1967 won Park de verkiezingen. Volgens de Zuid-Koreaanse wet kon een president maar twee termijnen aanblijven. Via een amendement werd het Park mogelijk gemaakt om zich ook in 1971 weer beschikbaar te stellen. Hij won de verkiezingen van Kim Dae-jung met een kleine meerderheid.

Onder Park Chung-hee werden de banden met Japan genormaliseerd en de band met de Verenigde Staten verstevigd. Dit leidde er toe dat Zuid-Koreaanse militairen meevochten in Vietnam. In 1971 plaatste Park Zuid-Korea weer onder militair bewind en ontbond het Lagerhuis en in 1972 werd een nieuwe grondwet aangenomen die Park de controle gaf over het parlement. In de jaren erna werden vele dissidenten opgepakt.

Dood[bewerken]

In 1979 werd Park Chung-hee in het Blauwe Huis doodgeschoten door een lid van de Koreaanse geheime dienst, Kim Jae-kyu. Park werd opgevolgd door Choi Kyu-ha, maar in 1980 greep generaal Chun Doo-hwan de macht.

Bronnen, noten en/of referenties