Philippe Vandenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Philippe Vandenberg (Gent, 1952 - Brussel, 29 juni 2009) was een Belgisch kunstschilder.

Biografie[bewerken]

Philippe Vandenberg is geboren in 1952 te Gent waar het contact met de werken van Hieronymus Bosch en Gustave Van de Woestijne in het Museum voor Schone Kunsten zijn fascinatie zullen opwekken voor de schilderkunst. In 1970 begint hij z'n studies Letteren & Wijsbegeerte en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent die hij in 1972 stopt om zich volledig toe te leggen op z'n studies schilderkunst. In 1976 studeert hij af in de richting schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent en twee jaar later vertrekt hij voor de eerste keer naar New York waar hij de ruimte leert kennen in de werken van Pollock, Rothko en Kline en werd vooral getroffen door 'Het gevecht der opstandige Engelen' van Ensor.

Een eerste bezoek aan het Museo del Prado in 1980 ontwikkelt zijn passie voor Diego Velázquez, El Greco en Francisco Goya. Philippe Vandenberg blijft geboeid door de literatuur en een ontmoeting met Hugo Claus in 1985 resulteert in de literaire uitgave De Gezegden, waar zijn link met de literatuur weer wordt opgenomen. Daarna start Vandenberg z'n eerste tekenboeken waarbij de tekening in functie staat van het boek. In 1994 doorleeft hij Job en de Apocalyps, Augustinus, Sophocles, Heiner Müller, San Juan de la Cruz en Emil Cioran. Een jaar later schrijft hij de suite teksten De stand der dingen en De lamentaties van het schip, die in dialoog met lithografieën als boek wordt uitgegeven en schildert hij Het zevende zegel, een werk opgebouwd uit kleine, schraal beschilderde panelen waar naast olieverf ook aquarel, gouache en bloed gebruikt worden. Net als in de tekeningen beginnen de werken ensembles te vormen. Tussen 1996 en 1999 bezoekt hij herhaaldelijk Marseille, geboortestad van Antonin Artaud en rustoord van Rimbaud en start hij met potlood en aquarel Les Carnets, een soort van dagboeken die bestaan uit tekeningen, aquarellen en notities. Hij interesseert zich in Georg Trakl en Paul Celan en schildert het portret van Artaud en Ulrike Meinhof. In 1999 volgt zijn retrospectieve tentoonstelling in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen en schrijft hij de tekst Op weg is een kooi is een man, zijn handen rood, een tussentijdse reflectie op z'n oeuvre. Les Carnets komen steeds meer op de voorgrond en in 2003 wordt hieruit voor de eerste maal een belangrijke selectie tekeningen getoond onder de titel Daily Drawings of Good & Vile 1997-2003. De voorstelling van Pelgrims Keel, een uitgave met tekst en tekeningen van Philippe Vandenberg naar een grafisch ontwerp van Inge Ketelers, vindt datzelfde jaar plaats in het Museum Dr. Guislain. In 2004 wordt Exil de Peintre uitgegeven, een bibliofiele uitgave met etsen en de tekst Lettre au Nègre van Philippe Vandenberg naar een grafisch ontwerp van Jan Mast. In het oeuvre van Philippe Vandenberg gaan tekst en beeld steeds intenser met elkaar dialogeren en deze uitgave is daar een symbiose van. In 2008 was Vandenberg 'Artist in Residence' in het Gentse Museum voor Schone Kunsten waar hij in confrontatie ging met de bekende oude meesters. Vervolgens volgde verschillende tentoonstellingen in binnen en buitenland. Zijn werk kan concurreren met dat van Luc Tuymans en Michaël Borremans.

Na een bewogen internationale carrière besliste Philippe Vandenberg op 29 juni een einde te maken aan zijn leven.

Bibliografie[bewerken]

  • Ronny Delrue. Het onbewaakte moment. De gecontroleerde ongecontroleerdheid bij het tekenen. Ronny Delrue in gesprek met Luc Tuymans, Anne-Mie Van Kerkhoven, Roger Raveel, Katleen Vermeir Kris Fierens, en Philippe Vandenberg, Mercatorfonds, Brussel, 2011.