Ulrike Meinhof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De journaliste Ulrike Meinhof rond 1964

Ulrike Marie Meinhof (Oldenburg, 7 oktober 1934Stuttgart, 9 mei 1976) was een journaliste en een van de bekendste leden van de Rote Armee Fraktion.

Familiegeschiedenis[bewerken]

Ulrike Meinhof was de dochter van kunsthistoricus Dr. Werner Meinhof, die in februari 1940 stierf aan kanker. In 1948 stierf haar moeder. De geschiedkundige Renate Riemeck, een oude studievriendin van haar moeder, werd haar voogd.

Ulrike studeerde in 1955–1956 met een studiebeurs filosofie, pedagogiek, sociologie en germanistiek in Marburg. Daarna studeerde ze in Münster en ze werd actief binnen de Sozialistische Deutsche Studentenbund (SDS) waar ze in 1957 woordvoerder werd voor de commissie anti-atoomdoden. Ze werkte van 1959 tot 1969 voor het linkse blad Konkret – van 1962 tot 1964 als hoofdredacteur.

Meinhof trouwde in 1961 met de communist Klaus Rainer Röhl, uitgever van Konkret, met wie ze in 1962 een tweeling, Regine en Bettina, kreeg. Eind 1967 gingen ze uit elkaar en uiteindelijk scheidden ze in 1968.

Maatschappijkritische geschiedenis[bewerken]

Na de moordpoging op Rudi Dutschke in 1968 werd Meinhof steeds radicaler en steeds minder bereid compromissen te sluiten.

Bij het proces tegen de Frankfurter warenhuisbrandstichters leerde ze de aangeklaagden Thorwald Proll, Horst Söhnlein en de latere RAF-oprichters Andreas Baader en Gudrun Ensslin kennen. In haar column in Konkret schreef ze: "De wet die door brandstichting wordt overtreden, beschermt niet de mens, maar de eigendom."[1] Daarmee gaf ze voeding aan een opvatting die in het najaar van 1968 populair werd in de kringen van de Ausser-Parlamentarische Opposition (apo), te weten: dat geweld tegen personen niet was toegestaan, maar tegen zaken wel.[1]

In 1970 produceerde Meinhof de televisiefilm Bambule, waarvoor ze ook het scenario schreef. Dit scenario werd een jaar later in boekvorm uitgegeven, onder de titel Bambule. Fürsorge – Sorge für wen? Het boek werd al snel een klassieker in de literatuur over de opvoedingsprincipes van de jaren 1960.[2]

Ze nam op 14 mei 1970 deel aan de eerste gewapende actie van de RAF: de bevrijding van Andreas Baader uit het studiecentrum waar Baader – vanuit de gevangenis door bewakers begeleid – kortdurend documenten mocht raadplegen met Ulrike Meinhof (die samen met Baader een boek zou schrijven). Hierbij werden twee personeelsleden van het studiecentrum ernstig gewond door drie binnengedrongen, gewapende personen: twee vrouwen en een gemaskerde man. Sindsdien sprak de pers over de Baader-Meinhof Gruppe, hoewel beter over de Baader-Ensslin Gruppe kon worden gesproken aangezien Gudrun Ensslin zowel de activistische rechterhand als de geliefde van Baader was – Ensslin was het brein achter de overval.[3] Consequentie van Meinhofs betrokkenheid bij deze actie was dat zij per direct haar twee kinderen moest achterlaten.

Het graf van Ulrike Meinhof op de Drievuldigheidsbegraafplaats in Berlijn.

Daarna participeerde ze in bankovervallen en bomaanslagen tot ze in de avond van 15 juni 1972 werd gearresteerd in Langenhagen. Daar zou ze overnachten in het appartement van Fritz Rodewald, een leraar die indertijd gedeserteerde Amerikaanse soldaten onderdak gaf. Hij had Meinhof die middag bij de politie aangegeven.[4]

Op 29 november 1974 werd ze veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Meinhof werd op 9 mei 1976 dood aangetroffen in de gevangenis. Volgens officiële bronnen had ze zich opgehangen. De doodsomstandigheden lieten echter ruimte voor allerlei speculaties samengevat in het boek "The Death of Ulrike Meinhof" door een onderzoekscommissie [5]. Ze is begraven in een begraafplaats in Mariendorf te Berlijn.

Reacties[bewerken]

Over de graad van haar engagement in de RAF liepen de meningen in de toenmalige Duitse Bondsrepubliek uiteen, ook over de bewijzen die de staat en justitie aandroegen om haar te veroordelen. Niemand minder dan Nobelprijswinnaar voor literatuur Heinrich Böll schreef een boek (De verloren eer van Katharina Blum, 1974) waarin hij de demoniserende methoden van de journalistiek en de manipulaties door de 'rechtsstaat' aanklaagde, en waarin hij (bijna) expliciet de schuld van Ulrike Meinhof in twijfel trok.

In 1979 heeft Marianne Faithfull het nummer Broken English van het gelijknamige album, opgedragen aan Ulrike Meinhof.

Bronnen
  1. a b Bart Tromp. Publicatie Terrorisme en ideologie. Bart Tromp Stichting Geraadpleegd op 15 juni 2011
  2. (de) Bambule op de Duitse Wikipedia
  3. (en) Denise Noe. The Baader Meinhof Gang. TruTV Geraadpleegd op 15 juni 2011
  4. (de) Fritz Rodewald op de Duitse Wikipedia
  5. (1979 ISBN 3-492-24058-5, republished 2001 ISBN 3-897-71952-5)