Rasphuis (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anoniem. Het Rasphuis. 17e eeuw. Ets. Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam.

Het Rasphuis was een tuchthuis in Amsterdam dat in 1596 werd gevestigd in het voormalige Clarissenklooster aan de Heiligeweg. In 1815 werd het opgeheven, en in 1892 werd het gebouw afgebroken om plaats te maken voor een zwembad. Tegenwoordig staat op deze plaats het winkelcentrum Kalvertoren.

In het Rasphuis werden uitsluitend jonge mannelijke misdadigers opgesloten. Vrouwelijke misdadigers werden naar het Spinhuis gestuurd. De jongens moesten hout van de brazielboom (Caesalpinia echinata of pernambuco) uit Brazilië met behulp van een acht- tot twaalfbladige raspzaag tot poeder raspen; vandaar de naam. Dit poeder werd aan de verfindustrie geleverd, waar het door vermenging met water, oxidatie en inkoken, werd omgezet in een pigment - braziel geheten. Dit werd gebruikt als textielverf.

Tot de oprichting van het Rasphuis werd besloten nadat de 16-jarige assistent-kleermaker Evert Jansz, na marteling door de beul, had bekend dat hij bij twee gelegenheden bezittingen van zijn baas had gestolen. De gebruikelijke straf was openbare geseling, maar het stadsbestuur wilde proberen Jansz, die van goede komaf was, door heropvoeding te verbeteren. Onder invloed van de ideeën van Dirck Volkertsz. Coornhert en C.P. Hooft (de vader van P.C. Hooft) besloot het stadsbestuur op 19 juni 1589 tot oprichting van een tuchthuis. Jansz werd kort na de opening hiervan in 1596 tot een lichte lijfstraf en dwangarbeid veroordeeld; geraspt heeft hij niet.

Reinier Vinkeles. Poort van het Rasphuis. Merk op dat er iemand geboeid wordt aangevoerd.

De oprichting van het Rasphuis markeerde een omslag in het juridisch denken. Tot dan vond men dat misdadigers alleen gestraft moesten worden. In het Rasphuis werd geprobeerd hen orde en een regelmatig leven bij te brengen. Het Rasphuis was dus bedoeld als een verbeterinstituut. Op het toegangspoortje, dat er nog steeds staat, stond dan ook te lezen: Wilde beesten moet men temmen. Verhalen als zouden personen die niet wilden werken zijn opgesloten in een kelder die onder water kon worden gezet. zodat de gevangene, die in dit 'waterhuis' beschikking zou hebben gehad over een handpomp, moest kiezen tussen pompen of verzuipen, zijn onbevestigd.[1]

Al na enkele jaren werd besloten de gevangenen van het Rasphuis als goedkope arbeidskrachten te exploiteren, waardoor het pedagogische effect verloren ging. Steeds meer volwassenen werden nu tot het Rasphuis veroordeeld. Ook bestond er een geheime afdeling, waar families tegen betaling losbandige of krankzinnige familieleden lieten opsluiten. Deze gevangenen stonden bekend als 'wittebroodskinderen', omdat ze beter eten kregen dan het standaardmenu van erwten en gort met een keer per week stokvis, zoutvlees, of spek. Tegen betaling kon men het rasphuis bezoeken, bijvoorbeeld om aan zijn kinderen te laten zien wat er met hen zou gebeuren wanneer ze niet braaf waren.

Het Rasphuis in 1662. Uit: Melchior Fokkens, 'Beschrijvinge der wijdt-vermaarde Koop-stadt Amstelredam'

Het Rasphuis had lange tijd in Holland en West-Friesland via een keur het monopolie op het verwerken van zogeheten verfhout. In Zaandam werd vanaf 1601 verfhout in een verfmolen bewerkt, maar deze eerste verfmolen van Nederland werkte in opdracht van het Rasphuis. Op het naleven van het monopolie werd in de Zaanstreek toegezien door controleurs. Toch werd er steeds vaker de hand mee gelicht, mede omdat de kwaliteit en de levertijd van het verfhoutpoeder uit het Rasphuis te wensen over liet. Nadat Nederland door de Fransen was veroverd, werd er Frans bestuur ingevoerd. De steden verloren hun recht om keuren uit te vaardigen, en aan het monopolie van het Rasphuis kwam een eind. In 1815 werd het Rasphuis opgeheven.

De binnenplaats van het Rasphuis werd in 1799 getekend door Van Toornenbergen.

Een van de bekendste gevangenen was in 1668 de radicale Verlichter en vrijdenker Adriaen Koerbagh. Niet gewend aan de zware dwangarbeid stierf hij een jaar na zijn veroordeling in 1669 in gevangenschap.

Gent [bewerken]

In Gent, België, werd in 1775 een zogeheten correctiehuis voor werklozen, bedelaars en landlopers opgericht, in de volksmond Rasphuis genoemd. Gevangenen moesten er eikenschors, en Indisch en Braziliaans hout raspen voor de verfindustrie. In 1935 werd de gevangenis gesloten. In 1937 werd het gebouw afgebroken om plaats te maken voor de Landbouwhogeschool.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Mak, Geert Een kleine geschiedenis van Amsterdam, Atlas, 1994, p. 180 ISBN 978-90-254-0416-1. “Jacob Bicker Raye, Daniel Defoe (The complete English Tradesman) en enkele anderen melden zelfs het - overigens onbevestigde - bestaan van een 'waterhuis' of 'pump-house'.”