Restzetel
Een restzetel is een zetel die overblijft bij verkiezingen.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Na het bepalen van de kiesdeler, wordt het aantal stemmen per fractie gedeeld door de kiesdeler. De uitkomst hiervan (naar beneden afgerond) geeft het aantal volle zetels dat wordt toegewezen aan een partij. Hierdoor worden in praktijk echter nooit alle zetels verdeeld.
Bij het verdelen van restzetels zijn de reststemmen van partijen die geen restzetel hebben gekregen, verdeeld over de partijen die wel een restzetel hebben gekregen, samen met de stemmen op partijen die de kiesdrempel niet hebben gehaald. Het aandeel reststemmen van een partij welke op die manier naar andere partijen gaat, varieert tussen enkele tienden van procenten tot meer dan twintig procent.
Bij partijen die twee restzetels ontvangen, betekent het dat één zetel binnen de fractie van die partij volledig is samengesteld uit stemmen die niet op die partij gestemd hebben. Welke partijen reststemmen erbij gekregen hebben en welke niet, kan men controleren door het aantal zetels van een partij te vermenigvuldigen met de kiesdeler en de uitkomst te vergelijken met het aantal stemmen dat op die partij is uitgebracht. Samengevat, elke stem telt, maar niet altijd bij de partij waarop gestemd is.
[bewerken] Verdeling
Restzetels kunnen verdeeld worden volgens diverse methoden. In Nederland zijn er twee methoden in gebruik. De eerste methode, die van de grootste gemiddelden,[1] geldt in Nederland voor verkiezingen voor een vertegenwoordigend lichaam met 19 of meer zetels (zoals een grotere gemeenteraad, de Tweede Kamer of de Eerste Kamer). Bij deze methode wordt het aantal stemmen voor elke partij gedeeld door het aantal behaalde volle zetels+1. De partij die nu het grootste aantal stemmen per zetel heeft, krijgt de restzetel toegewezen. Indien er meer restzetels zijn, wordt deze procedure herhaald met de nieuwe tussenstand tot de restzetels op zijn. Deze methode werkt vooral in het voordeel van grotere partijen. Een partij kan met deze methode meer dan een restzetel behalen. Dit is ook de reden waarom sommige partijen lijstverbindingen aangaan met verwante partijen: daamee wordt de kans op een restzetel groter binnen de groep van verbonden partijen. Bij verkiezingen voor de Tweede Kamer moet een partij wel minimaal een volle zetel behaald hebben om voor een restzetel in aanmerking te komen.
De tweede methode, die van de grootste overschotten,[2] geldt in Nederland voor een vertegenwoordigend lichaam met 18 zetels of minder (zoals de kleinere gemeenteraden). Bij deze methode wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totaal aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij deze methode de eerste restzetel, de partij met het op één na grootste overschot de tweede, enzovoort tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen vooral in het voordeel van kleinere partijen. Elke partij kan hoogstens één restzetel krijgen volgens deze methode. Partijen die minder dan 75% van de kiesdeler hebben gehaald, komen bij deze methode niet in aanmerking voor een restzetel.
[bewerken] Zie ook
- Evenredige vertegenwoordiging met een aantal systemen om de restzetels te verdelen.
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Kieswet artikel P7. Overheid.nl (2009-06-27). Geraadpleegd op 2009-06-27.
- ↑ Kieswet artikel P8. Overheid.nl (2009-06-27). Geraadpleegd op 2009-06-27.