Rhönrad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rhönrad (1996)
Rhönrad op het ijs tijdens RWTH Unicup
ROLLING WHEELS aus Ungarn - Ferenc Szofia und Renata.JPG

Het rhönrad is een toestel dat binnen de gymnastieksport wordt gebruikt. Een rhönrad bestaat uit twee hoepels die met elkaar verbonden zijn door middel van zes dwarsspijlen.

Geschiedenis[bewerken]

De uitvinder van het rhönrad is de Duitser Otto Feick, zoon van een smid, geboren op 4 juli 1890 in Reichenbach (Palts). Hij rolde in zijn tienerjaren met een wagenrad voor de dorpssmederij van zijn grootvader een heuvel af. Hij ontwikkelde zijn idee verder en vroeg in 1925 op het rhönrad patent aan, de naam Rhönrad is sinds 1926 beschermd. Feick demonstreerde zijn vinding eerst in Duitsland en later 'rolde' hij zo door vrijwel heel Europa. Bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn lieten 120 rhönradturners een show zien, het is echter nooit een Olympische discipline geweest. Op de vierde gymnaestrada in 1965 in Wenen gaf een groep turners bestaande uit Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een demonstratie met het rhönrad. Het huidige rhönrad kreeg rond 1974 zijn definitieve vorm met de introductie van de PVC coating [1].

Het rhönrad heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een toestel dat onder andere wordt gebruikt als onderdeel van gymnastische shows, zoals de show Quidam van Cirque du Soleil en diverse shows van Corpus. Rhönradturnen is echter ook een volwaardige wedstrijdsport, naast andere gymnastische disciplines zoals het toestelturnen, acrogym, trampolinespringen en de ritmische gymnastiek.

Materiaal[bewerken]

Rhönraderen worden in verschillende maten met doorsneden van 1,30 tot 2,45 meter vervaardigd, ze wegen 40 tot 60 kg. Omdat de turner in het rad nogal wat bewegingsvrijheid nodig heeft, moet de doorsnede van het rad 40 tot 50 cm groter zijn dan de turner lang is. Twee hoepels van gelijke grootte bestaande uit metaal (doorsnede 35 mm) zijn met zes dwarsspijlen van ongeveer 45 cm lengte met elkaar verbonden. De twee 'bovenste' spijlen hebben handgrepen, de twee voetsteunen hebben bindingen waarmee de voeten vastgemaakt kunnen worden. De zogenaamde schoorspijlen, die op halve hoogte zijn bevestigd, dienen als steun voor de turner wanneer hij zich slechts met één been heeft vastgezet. In de hoeken, waar de spijlen aan de hoepel vastzitten, is bovendien nog de zogenaamde hoepelgreep aangebracht. Rhönradturnen kan beoefend worden op houten en rubberen vloeren alsmede op asfalt en beton. Ook kort geknipte, vlakke grasmatten zijn uitermate geschikt.

Rhönradturnen[bewerken]

Ook voor het rhönradturnen als wedstrijdsport is Duitsland de bakermat. Sinds 1995 het rhönradturnen ook een internationale wedstrijdsport, met de oprichting van het Internationale Rhönradturn Verband (IRV) en de organisatie van de eerste officiële Wereldkampioenschap rhönradturnen in het Nederlandse Den Helder.

Binnen het rhönradturnen zijn er drie verschillende subdisciplines:

  • Rechtuitrollen
  • Spiralen
  • Sprong

Rechtuitrollen[bewerken]

Bij het rechtuitrollen rolt het rad in een rechte baan op beide hoepels. Naar gelang van de stand van de turner rolt het rhönrad van links naar rechts voor- of achterwaarts. De turn(st)er kan in het rad staan (centrale elementen) of op het rad zitten, steunen of liggen (decentrale elementen). Sinds 1997 worden de oefeningen bij de senioren op muziek uitgevoerd.

Spiralen[bewerken]

Bij het spiralen rolt het rad op slechts één hoepel, waarbij het rad een cirkel beschrijft. Door verschillende technieken kan het rad in grote of kleine spiralen worden gedraaid. Bij een grote spiraal is dit een ruime cirkel - groter dan de omtrek van het rad - en maakt het rad een hoek van minimaal 60 graden met de grond. Bij een kleine spiraal is deze cirkel kleiner dan de omtrek van het rad en ligt het rad veel vlakker.

Sprong[bewerken]

De jongste subdiscipline binnen het rhönradturnen is sprong, waarbij een rollend rhönrad als springtoestel wordt gebruikt. Hierbij zet de turn(st)er eerst het rad in beweging, maakt vervolgens een aanloop en zweeft aan tot steun, spreidzit of stand op het rad. Tenslotte volgt de afsprong: bijvoorbeeld een overslag of een salto.

Internationale verspreiding van het rhönradturnen[bewerken]

Naast in Duitsland, waar het rhönradturnen is ontstaan, wordt deze wedstrijdsport o.a. beoefend in andere Europese landen, zoals België, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk en Zwitserland. Belangrijkste IRV-leden buiten Europa zijn Israel, Japan en de Verenigde Staten van Amerika [2].

Rhönradturnen in Nederland[bewerken]

Het rhönrad in Nederland is vooral bekend geworden door de sportpedagoog Rein Bloem, die het rad wilde gebruiken voor sportopleidingen op de Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Arnhem. Rein Bloem heeft tot zijn 100e verjaardag in het rhönrad zijn rondjes gedraaid. De rhönradturnvereniging van zijn woonplaats Oosterbeek is vernoemd naar Rein Bloem: RTV Rein Bloem.

In 1990 nam Peter de Jong het initiatief om het rhönrad onder te brengen bij het toenmalige KNCGV. Sinds 2000 is rhönradturnen dan ook één van de gymnastiekdisciplines binnen de KNGU (Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie). Inmiddels zijn in Nederland ruim 20 verenigingen die de mogelijkheid bieden deze sport te beoefenen.

Het KNGU organiseert jaarlijks nationale wedstrijden (groepswedstrijden en Nederlandse kampioenschappen) en districtswedstrijden.

Rhönradturnen in België[bewerken]

De enige verenigingen in België die op dit moment rhönradturnen als wedstrijdsport beoefenen zijn de turnverenigingen van Eupen en Volharding Essen.

Rhönrad in shows[bewerken]

Naast turnwedstrijden wordt het rhönrad ook gebruikt in (acrobatische) shows. Zo had de show Quidam van het Canadese acrobatische circus Cirque du Soleil een rhönrad act en is het rhönrad een vast onderdeel van de acrobatische theatervoorstellingen van het Nederlandse Corpus.

Bronnen[bewerken]

  1. SATUS (1996), Rhönrad Einmaleins. Bern: SATUS
  2. Bron: www.rhoenrad.org (website IRV)

Externe links[bewerken]